Vertaald proza

BOEKEN NR. 3, MAART 2020

Bohumil Hrabal : Avondverhaaltjes voor Cassius de kat

door Kris Velter

De Tsjechische auteur Bohumil Hrabal (1914-1997) is zonder enige twijfel een van de allergrootste Oost-Europese schrijvers. Zijn romans en verhalen zijn autobiografisch getint. De bekende romans Trouwpartijen thuis, Vita nuova en Kaalslag zijn gebundeld onder de titel Verschoven zelfportret. Zelfs Praagse ironie, een verhalenbundel waarin Hrabals literaire zelfreflectie centraal staat, is autobiografisch.
 
Duiven en katten vormen een rode draad doorheen het oeuvre van de Tsjechische meester. In een verhaal uit Praagse ironie schrijft Hrabal over duiven als boodschappers tussen hemel en aarde of als symbool van de vredelievende Tsjechen. De wijze waarop Hrabal is komen te overlijden, is ook genoegzaam bekend: hij viel (of sprong?) vanaf de vijfde verdieping van een hospitaal waar hij was opgenomen, terwijl hij duiven aan het voeren was.
 
Hrabal hield heel veel van katten. In zijn buitenhuisje in Kersko, op dertig kilometer van Praag, ving hij talloze zwerfkatten op. Zijn vrouw vond het weerzinwekkend, vies. Bijna dagelijks reisde de auteur met de bus van Praag naar Kersko om zijn katten te bezoeken en eten te geven. Cassius, vernoemd naar de bokser Cassius Clay (Muhammed Ali), was zijn lievelingskat.
 
In Avondverhaaltjes voor Cassius de kat zijn vier verhalen opgenomen waarin Bohumil Hrabal zich richt tot Cassius. Bij het horen van het overlijden van Alexander Dubček, het politieke gezicht van de Praagse Lente, noteert Hrabal in het eerste verhaal:  
 
‘Cassius, ik sterft zelf nog, mijn kameraad is heengegaan, jij bent vandaag de zwarte begrafenisvoorhanger van mijn lichtende herinneringen aan Sasjenka Dubček […].’
 
Hier verwijst Hrabal naar een moeilijke periode in zijn leven. Na het neerslaan van de Praagse Lente en de invasie van de Sovjet-Unie, kreeg hij immers moeilijkheden om zijn werk te publiceren. Uit frustratie verklaarde hij zich in 1975 trouw aan de communistische partij. Dat werd hem niet door iedereen in dank afgenomen, maar hij kon wel weer publiceren. De vier avondverhaaltjes schreef hij kort voor zijn overlijden, na de implosie van het communistische regime, toen hij inmiddels een gevierd schrijver was.
 
Meestal zijn de onderwerpen waarover Hrabals lievelingskat wordt aangesproken veel lichter en trivialer. Vaak wordt ook van de hak op de tak gesprongen. Hrabal vertelt bijvoorbeeld over zijn periode bij de spoorwegen, toen hij zijn rechtenstudies gedwongen was te onderbreken wegens de Tweede Wereldoorlog. Als perronchef was hij steeds zijn fluitje kwijt. Daarom leerde hij op zijn vingers fluiten, tot groot jolijt van de reizigers, tot ergernis van zijn oversten. Hij kon het zo goed dat passagiers een omweg voor hem maakten. Vervolgens vertelt hij over een vriend die spoorrails legt en die scabreuze teksten schreeuwt tijdens het handenwassen, tot onvrede van moeders met kinderen. Om dan nog tijdens hetzelfde verhaal over te gaan tot een anekdote over een vrouw die tijdens het communisme niet wil stemmen omdat er toch nooit iets verandert. Hrabal bezoekt haar samen met een verkiezingscommissielid terwijl ze op een ladder staat om kersen te plukken. Ze heeft een prachtige kont.
 
Avondverhaaltjes voor Cassius de kat is de derde uitgave van Hrabal bij Uitgeverij Pegasus. Alle Nederlandstalige uitgaven van Hrabal zijn vertaald door Kees Merckx, dus ook de Pegasus-uitgaven. Telkens gaat het om boeken die op een beperkte oplage van 500 exemplaren zijn verschenen. Aan de vormgeving ervan werd telkens de grootste zorg besteed. Het eerste boek uit 2015 heeft als titel Lieve Dubenka en heeft als openingszin: ‘Mijn lieve kleine poezeke is gestorven’. Het tweede boek is Beste Karel, net zoals het eerste boek in briefvorm geschreven. De nieuwste vertaling bestaat uit een zwarte omslag, diepblauwe pagina’s, bij elkaar geniet, waarop de tekst zilverkleurig werd aangebracht. Dit boek is er om te koesteren. Omwille van de inhoud, omwille van de vorm.
 
Bohumil Hrabal: Avondverhaaltjes voor Cassius de kat, Pegasus, Amsterdam, 2019, 40 p., Vertaling van Večerníčky pro Cassis door Kees Mercks. ISBN 9789061434672. Distributie Mythras Books

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 7, JULI 2020

Brieven in de nacht

Hoda Barakat

De onvolmaakten

Ewoud Kieft

De poort

Natsume Sōseki

Het verschroeide land

Emiliano Monge

Ieder zijn eigen meer

Nenad Joldeski

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 7, JULI 2020

Dick Bruna

Bruce Ingman, Ramona Reihill

Het boek van Jongen

Catherine Gilbert Murdock, Ian Schoenherr (ill.)

Ik heet Reinier en ons huis is afgebrand

Joke van Leeuwen

Offerkind

Rob Ruggenberg

Vogel Vliegop

Julia Donaldson, Catherine Rayner (ill.)

naar overzicht


ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri