Vanaf negen jaar

JEUGDBOEKEN NR. 4, APRIL 2020

Aline Sax, Sassafras De Bruyn (ill.): De jongen op het dak

door Jan Van Coillie

‘De wereld aan zijn voeten is klein. Nietig. De mensen krioelen als mieren. Nee, niet als mieren. Mieren vormen geordende rijen, lopen af en aan in dezelfde cadans, met hetzelfde doel. Mensen hebben allemaal hun eigen doel, hun eigen cadans. Zo herken je hen.’

Deze beginzinnen fascineren meteen. En ze slepen je mee in een eigen cadans. Zo herken je een echte schrijver. En dat is Aline Sax. Dat merk je ook als je verder leest: je voelt de jachtigheid van de ‘achtuurmensen’ in de korte, gelijklopende zinnen en komt mee tot rust met de ‘tienuurmensen’, wanneer ook het tempo van de zinnen vertraagt.
 
Niet alleen het ritme van de zinnen zit goed, het hele verhaal is vakkundig opgebouwd. Het beginfragment met de krioelende mensen is als een ouverture waarna de hoofdrolspeler op scéne komt: de jongen op het dak, veilig boven de wereld waar hij geen deel meer van uit wil maken. Dagen en nachten brengt hij door op dat dak boven op een flatgebouw. Van daar kijkt hij naar de mensen onder hem. Hij observeert hen en raakt geboeid door de personen die hij ziet en de patronen die hij herkent: zijn moeder die boodschappen doet en telkens even omhoog kijkt, de man die in het gebouw tegenover is komen wonen en telkens weer uit het raam staart, de vrouw die alleen op het bankje gaat zitten tot ze plotseling een hond bij zich heeft, de kantoorman die elke dag alleen zijn boterhammen opeet in het park, de muzikant bij de metro en het meisje op de fiets dat telkens opnieuw op een andere manier contact met hem probeert te maken.
 
Tussen deze observaties wordt een rode draad geweven die steeds duidelijker maakt waarom de jongen zich terugtrok op het dak. Hij worstelt met een immens, ondraaglijk verdriet waar ook zijn moeder letterlijk en figuurlijk onder gebukt gaat en waardoor zijn vader hen verliet, een gebeurtenis die Aline Sax kernachtig verwoordt:
 
‘Zijn verdriet was te groot om samen met dat van de moeder en de jongen in een flat te passen.’
 
Na een ziekte is zijn zusje gestorven, en dus schermt hij zich af, hij ‘heeft genoeg gevoeld. Voor de rest van zijn leven.’ Hij trok zich ook terug op het dak omdat daar niets moet. De zin die hij het meeste haat is ‘het moet, zo is het nu eenmaal.’ Ook dit ‘moeten’ werkt Aline Sax uit tot een motief. Het komt terug op een dramatisch hoogtepunt in het verhaal, wanneer hij ziet dat het meisje op de fiets aangereden wordt. Dan staat er in grote hoofdletters ‘HIJ MOET NAAR BENEDEN!’ ‘HIJ MOET HAAR HELPEN!’ Maar ook dan kan hij zijn zelfgekozen isolement niet doorbreken, hij wil immers ‘niets meer voelen.’
 
Aline Sax koos voor een personaal vertelperspectief en niet voor een ik-verteller. Het voordeel hiervan is dat de afstand tussen de lezer en wat beschreven wordt groter is, waardoor het verhaal niet weggespoeld wordt door emoties. Maar er is nog een ander voordeel. Als lezer neem je met de jongen op het dak mee afstand van wat er onder hem gebeurt en Sax laat de verteller afstand bewaren van de emoties en gedachten van de jongen. Het wordt aan de lezer gelaten om die in te vullen. Hoe dat werkt, wordt duidelijk uit volgend fragment:
 
‘Op het dak gebeuren de dingen ook gewoon. Je weet niet waarom mensen doen wat ze doen. De jongen sluit zijn ogen en beslist dat het toeval is dat de man en de vrouw om tien uur naar het veldje gaan.’
 
Op die manier raak je als lezer op een bijzondere manier bij het verhaal betrokken, je gaat immers vanzelf interpreteren: is het wel toeval dat die man en vrouw altijd samen naar het veldje gaan? Wat is er aan de hand met de man die alleen tegenover hem komt wonen? Waarom probeert het meisje zo vasthoudend contact met hem te maken?
 
De jongen op het dak en het perspectief dat daarmee samenhangt, is zonder meer een vondst. Niet alleen de observaties van het menselijk bedrijf slepen je mee, maar ook de originele en indringende manier waarop het omgaan met verlies wordt uitgewerkt en het zoeken naar houvast in een immens verdriet dat alles lijkt weg te spoelen. Tegelijk houdt dat standpunt van de jongen op het dak een risico in. Het is wel erg onrealistisch dat zo’n jongen dagenlang in weer en wind op dat dak blijft. Dat moet je als lezer voor lief nemen binnen een context die voor de rest heel realistisch overkomt. Zeker als je het boek een poosje weggelegd hebt, kan het moeite kosten om weer in de symboliek van dit gegeven te komen. In de slotpassage wordt de symboliek trouwens wat mij betreft nodeloos in de verf gezet, wanneer het isolement van de jongen doorbroken wordt en hij een soort toevlucht wordt voor mensen ‘met hangende schouders’, ‘schoenen met versleten punten’ en ‘ogen die alleen maar naar binnen kijken.’
 
De illustraties van Sassafras De Bruyn vormen een wezenlijk onderdeel van het verhaal. Op veel plaatsen nemen ze het verhaal trouwens even over en volgt een dubbele pagina met enkel beeld. Vaak worden wolken afgebeeld, die daardoor een leidmotief worden dat voert naar een verlossende climax op het einde. De jongen op de kaft heeft ook letterlijk zijn hoofd in de wolken, een erg betekenisvol beeld. De tekeningen zijn uitgevoerd in grijstinten, maar De Bruyn gebruikt toch af en toe kleur om aandacht te vestigen op iets bijzonders dat de somberheid doorbreekt. De winkelende moeder is blauw ingekleurd, in het park gaat je blik meteen naar de vrouw in witte mantel op de blauwe bank en naar de blauwe hond voor haar. Wanneer de jongen verscheurd wordt door emoties als het meisje wordt aangereden, wordt alles rood ingekleurd. Onvergetelijk is ook het beeld van het grijze meisje met de gele veer onder haar neus.
 
Behalve het kleurgebruik maakt ook het perspectief de illustraties opmerkelijk. In vele tekent de illustratrice de scénes vanuit vogelperspectief, zoals de jongen die ziet. Wanneer ze daarbij inzoomt, krijg je vaak sprekende beelden, bijvoorbeeld van het meisje dat oogcontact zoekt met de jongen op het dak.
 
De jongen op het dak is een bijzonder boek, een intrigerend samenspel van woord en beeld en een originele en beklijvende inkijk in wat een immens verdriet met een kind kan doen en hoe dat de kijk op de mensen en uiteindelijk die mensen zelf kan veranderen.
 
Aline Sax, Sassafras De Bruyn: De jongen op het dak, De Eenhoorn, Wielsbeke 2020, 144 p. : ill.
ISBN 9789462914520 

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 9, OKTOBER 2020

De Ghanese diaspora in het werk van Yaa Gyasi

Ontworteling en identiteit

De opgang

Stefan Hertmans

Het hele leven

Bart Moeyaert, Peter Van den Ende (ill.)

Het huis met de kersenbloesem

Sun-mi Hwang

Het leven speelt met mij

David Grossman

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 9, OKTOBER 2020

De lijst van dingen die niet zullen veranderen

Rebecca Stead

Dier vrienden. Een boek vol beestige duo's

Coco & June

Het geheim van de tuin

Jan Paul Schutten, Joris Bijdendijk, Floor Rieder (ill.)

Over het werk van Joukje Akveld

Speels, scherpzinnig en met heldere inzichten

Stilte heeft een eigen stem

Ruta Sepetys

naar overzicht


ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri