Poëzie

BOEKEN NR. 7, JULI 2020

Jozef Deleu (red.): Het liegend konijn. 2020, nr. 1

door Dirk De Geest

Het poëzietijdschrift in boekvorm Het liegend konijn is onderhand aan zijn achttiende jaargang toe, iets dat zelfs fervente poëzieliefhebbers enkel in hun stoutste dromen hadden durven verhopen. Jozef Deleu is er als oprichter en enige redacteur echter in geslaagd om het halfjaarlijkse blad niet enkel in leven te houden, maar om er een richtinggevende bloemlezing van te maken. Elke aflevering brengt een geslaagde mix van traditioneel en innovatief, van jong en oud, met vooral oog voor de diversiteit van wat er allemaal aan poëzie wordt geproduceerd in ons taalgebied. De kwaliteit van het geleverde werk (beoordeeld volgens de jarenlang uitgebouwde smaak van Deleu) vormt het enige criterium voor opname.   

Het nieuwe volume biedt ons opnieuw een voortreffelijke staalkaart aan van de poëzie vandaag. Er is boeiend werk van een aantal dichters die al decennia lang bouwen aan hun oeuvre; Marleen de Crée stelt een cyclus sonnetten voor, en Jo Gisekin presenteert enkele gedichten die geschreven werden in de marge van klassieke muziekcomposities. Piet Gerbrandy bouwt voort aan poëziebundels die een soort van Gesamtkunstwerk willen realiseren, met een afwisseling van lyrische en dramatische fragmenten en veel aandacht voor meerstemmigheid. Hij brengt een reeks, ‘Kaf’, die zowel de evolutie van de aarde als de menselijke erotiek beeldrijk oproept. Ook andere gevestigde dichters schuiven geduldig aan om hun recente werk aan de kritische blik van Jozef Deleu en zijn lezerskring voor te leggen. In dit nummer staan bijvoorbeeld een aantal ballade-achtige gedichten van Yannick Dangré; de dichter zoekt inspiratie bij de helletocht van Dante om zijn eigen levenssituatie kritisch te analyseren. Voorts zijn er onder meer fraai werk van Ingmar Heytze, Lucas Hirsch (eens te meer een aftasten van de grens tussen poëzie en proza) en Peter Theunynck.
 
De grootste ontdekkingen zijn alweer de debutanten die Jozef Deleu in elke aflevering presenteert. Ook nu weer houden zij zich staande tussen die grote namen. Ulrike Burki, de benjamin van het gezelschap, schrijft gedichten over Berlijn, de stad waar oud en nieuw nog steeds intens doorwerken. Benjamin De Roover en Rozemarijn van der West schrijven lange, proza-achtige fragmenten. Bij De Roover gaat het vaak om de vermenging van intimiteit en de wereldscène, iets wat verbeeldt wordt via de confrontatie met vormen van geweld. Ook bij Van der West staat die eigentijdse dubbelzinnige ervaring centraal, ditmaal via het indringende portret van een ‘bierkoningin’, die in een café mannen oppikt voor een one-night-stand als goedkoop surrogaat voor extreem romantische dromen. Dat cynisme, dat wel een noodgedwongen correctie lijkt op romantiek, treffen wij ook aan in ander pril werk.
 
Wie nu binnenshuis moet blijven, kan zich omringen met tal van boeiende stemmen: één boek volstaat daartoe, deze aflevering van Het liegend konijn.  
 
Jozef Deleu (red.): Het liegend konijn. 2020, nr. 1. Polis, Antwerpen 2020, 265 p. ISBN 9789463105187. Distributie Pelckmans Uitgevers 

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies



ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri