Vanaf negen jaar

JEUGDBOEKEN NR. 5, MEI 2017

Bibi Dumon Tak: Het heel grote vogelboek

door Frauke Pauwels

In 2014 bracht uitgeverij Lannoo Nederlandsche vogelen op de markt, een facsimile van het eerste standaardwerk over vogels in Nederland, van 1770 tot 1829 samengesteld door Nozeman & Sepp, en een heleboel medewerkers en opvolgers. ‘[J]e hoeft helemaal geen vogelaar te zijn om volop van dit hoogstandje te genieten’, schreef toen Standaard der Letteren (17.10.2014). Dat is bij Het heel grote vogelboek niet anders: Bibi Dumon Tak ging met dezelfde collectie authentieke prenten en beschrijvingen aan de slag, en dat is een schot in de roos.
 
Letterlijk en figuurlijk gaat Dumon Tak het gesprek aan met de oorspronkelijke makers. Vaststellingen van toen lardeert ze met hedendaagse vergelijkingen, in gefingeerde dialogen – ‘Wat zegt u, meneer Nozeman?’ — wijst ze op verschillen tussen de toenmalige en hedendaagse context. De oorspronkelijke gravures, die per druk met de hand werden ingekleurd, bleven behouden, van elke vogelbeschrijving werd een citaat geselecteerd. Zo wordt dit boek een schitterende illustratie van wat Dumon Tak al meteen bij het begin vaststelt: ‘Dat is dus het leuke van wetenschap: dat er nooit een einde aan komt.’
 
Doordat Dumon Tak de vogels beschrijft vanuit onze hedendaagse kennis, worden immers niet alleen verschuivingen in context duidelijk, zoals de uitvinding van stoplichten, airbags, kettingzagen of labels als ADHD, en gewijzigde gebruiken met betrekking tot jacht en consumptie. Ook de veranderingen in wetenschapsbeoefening én bij het object van die wetenschap krijgen aandacht.
 
Met de inleiding ‘Straks de vogels maar eerst het boek’ schetst Dumon Tak het ontstaan van Nederlandsche vogelen, in de daaropvolgende vogelbeschrijvingen komt ze er geregeld op terug. Boeiend is bijvoorbeeld hoe de eis om ook het nest te vinden als bewijs dat de soort in Nederland broedde, ertoe leidde dat sommige vogels pas laat aan de collectie werden toegevoegd. Vandaag helpen allerhande instrumenten de onderzoekers, zoals de zenders die de trektocht van vogels volgen. Opvallend in de selectie van de vogels en de bijhorende platen is het behoud van de verkeerde illustraties om respectievelijk sperwer en waterral weer te geven. Wil de geïnteresseerde lezer weten hoe die er dan wél uitzien, dan zal hij of zij een extra bron moeten raadplegen.
 
Is dit boek dan niet geschikt voor wie meer wil weten over vogels? Enkele critici hekelden de nogal willekeurige selectie van de ‘dertig geluksvogels die in Het heel grote vogelboek hun vleugels opnieuw mogen uitslaan’. Mij overtuigen echter bovenal de prikkelende beschrijvingen. Wie leest dat er tegenwoordig bonte spechten zijn die ‘als headbangers tegen een verkeersbord aan rammen, omdat dat zo lekker metal klinkt’, of dat de roek ‘het gymnasiumklantje onder de dieren’ is en de sperwer ‘de kamikaze onder de roofvogels’, hoopt al dat vogelgedrag toch snel te observeren?
 
Veel vogelgidsen voor kinderen zijn er niet. Even praktisch als Vogelgids voor kids (Marc Duquet, 2016) of Vogelontdekgids (Nico de Haan en Elwin van der Kolk, 2006, enkel tweedehands) is Het heel grote vogelboek niet. Maar behalve kinderen en andere lezers warm maken om vogels te observeren, doet dit boek ook veel meer. Ik beschreef al hoe het inzicht verschaft in natuurkundige en andere praktijken van de achttiende-negentiende eeuw. Tegelijk biedt het ook inzicht in de eigen tijd. In haar herkenbaar terloopse, licht humoristische stijl geeft Dumon Tak ook kritiek op de maatschappij. Dat ADHD ‘iets moderns’ is, bijvoorbeeld, ‘moeilijk uit te leggen, winterkoninggedrag bij mensen’. Of over de mogelijke impact van de jacht op overlevingskansen bij eenden: ‘Je hoeft natuurlijk geen Einstein te heten om tot de conclusie te komen dat de jacht op wilde eenden dan misschien ook zou moeten stoppen./ Maar de regering?/ Die doet natuurlijk niets.’
 
Jan Paul Schutten, partner van Bibi Dumon Tak, liet in interviews al meermaals optekenen dat hij een liefhebber van de leuke feitjes is, en Bibi meer van de poëzie. In Het heel grote vogelboek krijg je het gevoel dat ze beiden aan het woord zijn: een mooie selectie feiten, slim verpakt én oog voor gedrag en detail, dat met een treffende vergelijking wordt geschetst. De opbouw van de toelichting bij elke vogel leent zich daar dan ook uitstekend toe: een kaderstuk met kenmerken als wetenschappelijke naam, aantal legsels, aantal eieren, nest, voedsel…, een citaat uit de oorspronkelijke beschrijving, een hedendaagse doorlopende beschrijving en een ‘vogeltwiet’, waarin de karakterschets met extra feiten en weetjes wordt uitgebreid.
 
Het heel grote vogelboek, dat ook letterlijk op groot formaat is uitgebracht, doet precies wat informatieve kinderboeken moeten doen: het slaat bruggen tussen verschillende soorten kennis, verzoent kunst en wetenschap, prikkelt met taal én met feiten en stimuleert kritisch denken. Een ‘must have’, en niet alleen voor de kinderboekenkast! 

Tielt : Lannoo 2017, 76 p. : ill. ISBN 9789401441292


deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies



‚Äč
ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri