Beschouwingen

BOEKEN NR. 7, JULI 2017

Kris van Zeghbroeck: Booker Prize Shortlist 2016: Amerikaanse dominantie en de teloorgang van de Commonwealth-literatuur?

door Kris van Zeghbroeck

Een drietal weken voor de longlist van de Booker Prize 2017 aangekondigd wordt, zijn we in de Lage Landen nog druk bezig om de shortlist van de Booker Prize 2016 te verteren. David Szalay (Wat een man is) verscheen al een drietal weken na de bekendmaking van de laureaat in vertaling, terwijl Paul Beatty (De verrader) en Ottessa Moshfegh (Eileen) pas midden maart 2017 het licht zagen; en voor Graeme Macrae Burnet (Zijn bloedige plan) en Deborah Levy (Warme melk) was het wachten tot respectievelijk midden mei en eind juni 2017, terwijl er tot nader order geen vertaling is aangekondigd van Madeleine Thien (Do Not Say We Have Nothing).

Er lijkt wat sleet te komen op de Booker-formule in Vlaanderen en Nederland, met een latere doorstroming van de vertalingen. Heeft het te maken met de uitbreiding van de bekroning naar auteurs uit de Verenigde Staten sinds 2014, een gegeven dat in 2016 resulteerde in de eerste Amerikaanse Booker Prize winnaar ooit: Paul Beatty? De vraag rijst bij sommigen of die drang naar expansie de eigenheid van de Booker Prize niet teniet zal doen.

Voor de Britse Booker Prize-laureaten Julian Barnes en Peter Carey is het een vorm van concurrentievervalsing omdat de belangrijkste Amerikaanse prijzen als de Pulitzer Prize en de National Book Award niet openstaan voor bijvoorbeeld Britten of Australiërs. ‘If you also include Americans - and get a couple of heavy hitters - then the unknown Canadian novelist hasn't got a chance.’ (Julian Barnes in The Radio Times)

Ondanks de vaak bekritiseerde koloniale achtergrond, zou er volgens Peter Carey nog steeds een levendige Commonwealth-cultuur zijn (tot 2013 was de Booker Prize voorbehouden voor auteurs uit de Commonwealth, Ierland & Zimbabwe), die met de teloorgang van de minder bekende Commonwealth Prize en de openstelling van de Booker Prize voor Amerikanen (die geen deel uitmaken van die typische Commonwealth-cultuur), haar internationale platform en eigenheid aan het verliezen is.

Als we de drie shortlists sinds 2014 (de Amerikaanse intrede) vergelijken met de vier shortlists daarvoor sinds 2010, valt meteen op dat sinds 2014 standaard twee Amerikanen en twee Britten (inclusief Schotten) de shortlist halen (in 2016 zelfs drie Britten met de jong naar Engeland gemigreerde, in Zuid-Afrika geboren, Deborah Levy). De (één of) twee overblijvende plaatsen krijgen dan een (beurtelingse?) invulling uit de klassieke Commonwealth-formule: Canada, Ierland, Jamaica, India, Australië (afwachten welke landen later volgen).

Was die groep vroeger beter vertegenwoordigd? Wel op basis van de shortlist van 2013 (bijna een bewuste laatste viering van de Commonwealth verscheidenheid), waar twee derde van de genomineerden niet Brits waren en één van de Britten eigenlijk een Indiaas-Amerikaanse is (Jhumpa Lahiri) die een paar jaar na haar geboorte in Londen migreerde naar de VS. De drie jaar daarvoor (2010-2012) zijn ze met twee derde Britten tegenover een derde andere (India, Maleisië, Zuid-Afrika, Ierland en twee maal Canada) op de shortlists niet bepaald veel beter vertegenwoordigd.

Het verschil met de laatste drie jaren en de jaren 2010-2012 zit vooral in het vrijwel halveren van het Britse aandeel ten voordele van de Amerikanen. Maar belangrijke kanttekening blijft dat door migratie en globalisering de klassieke Commonwealth oorsprong soms te traceren is in de officieel Britse en (naar de toekomst meer en meer) Amerikaanse auteurs. De typische melting pot van de Amerikaanse literatuur zal gaandeweg steeds meer van de zogenaamde Commonwealth auteurs assimileren.

Deze bevindingen staan los van de impact van de Amerikanen op de longlist van de Booker Prize, waar mogelijk andere tendensen zichtbaar zijn. Maar globaal kunnen we stellen dat een deel van de Britse eigenheid uit handen gegeven wordt, dat de klassieke ruimte voor debuten verdwenen lijkt, en dat Commonwealth auteurs die vanuit hun (koloniale) thuisbasis opereren (Ierland, Afrika, Azië, Oceanië, Cariben en Canada), zonder op te gaan in de grote literaire blokken van het Verenigd Koninkrijk of de Verenigde Staten, (internationaal) sterk benadeeld blijven in de concurrentieslag om de Booker Prize.

Booker Prize Shortlist 2016

Paul Beatty: De verrader (winnaar)

Ottessa Moshfegh: Eileen

Deborah Levy: Warme melk

David Szalay: Wat een man is

Graeme Macrae Burnet: Zijn bloedige plan

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies



ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri