Poëzie

BOEKEN NR. 8, SEPTEMBER 2017

Peter Verhelst: Koor. een keuze uit de poëzie (1987 -2017 )

door Dirk De Geest

Peter Verhelst heeft met Koor voor het eerst een grote bundeling uit zijn poëtische oeuvre vrijgegeven. Dat is verheugend nieuws, want zijn vroege bundels zijn al vele jaren onvindbaar geworden. In die zin krijgen zijn ‘nieuwe’ lezers nu de kans om kennis te maken met een dichterschap dat ondertussen al een kwarteeuw behelst.
 
Verhelst zou echter Verhelst niet zijn als hij die gelegenheid niet te baat nam om grondig aan zijn teksten te morrelen. De schrijver is immers bij uitstek een her-schrijver, een karakterisering die in zijn geval allesbehalve pejoratief bedoeld is. Het betekent dat Verhelst in feite bouwt aan een oeuvre en daartoe alle bouwstenen hergebruikt als hem dat goed uitkomt.
 
Koor is een typisch en tegelijk hoogst intrigerend voorbeeld van die werkwijze. De teksten uit het eerdere werk worden in deze bloemlezing gerecycled, maar dat gebeurt op een eigenzinnige wijze. Zo heeft de dichter in feite zijn criteria om een tekst al of niet te selecteren niet toegelicht. Wat telt is niet enkel de artistieke waarde die een bepaald gedicht na al die jaren (althans in zijn ogen) heeft weten te behouden, maar wel de plaats die het in het nieuwe geheel kan bekleden. In plaats van een traditionele chronologische presentatie van de eerdere teksten zijn alle gedichten hier opnieuw geordend tot een nieuw thematisch geheel. Daardoor gaan de teksten op een andere manier een dialoog aan met elkaar: naar die veelheid van tonen en tinten verwijst de titel Koor onmiskenbaar. 

Dat overkoepelende thema is de liefde, maar dan in de specifieke betekenis die men aan dit begrip in Verhelsts grote oeuvre kan toekennen. Het gaat veeleer om de zoektocht naar identiteit, individueel zoals als collectief. Die zoektocht is evenzeer lichamelijk als spiritueel, wat resulteert in een tastbare en sterk zintuiglijke schriftuur. Het valt op hoe daarbij door de tijd heen een aantal motieven constant is gebleven. Zo is er de nauwe band tussen identiteit en lichamelijkheid, een menselijk lichaam dat daarenboven op allerlei manieren wordt beschadigd en vervormd (vaak onder invloed van voorstellingen uit de beeldende kunst) of dat vervloeit met de omgeving of uit elkaar valt. Het zijn sadomasochistische fantasieën, die tegelijk te verklaren vallen door een soort van primaire doodsangst én door een doodsverlangen. Het verlangen om er te zijn wordt gecounterd door het verlangen (of de vrees) er niet meer te zijn. Daardoor is het ik in deze gedichten tegelijk prominent, zeker in het vroegere materiaal, en bijzonder breekbaar of voorlopig.
 
Iets vergelijkbaars geldt voor de zoektocht naar de ander. Ook hier is sprake van een verlangen dat onbevredigd moet blijven, en dat zelfs in dat onvolkomene zijn vervulling vindt. Voortdurend is er sprake van een ‘wij’, maar dat slaagt er niet in om de scheiding tussen ‘jij’ en ‘ik’ ongedaan te maken. Dat verlangen naar samensmelting stoot evenzeer op grenzen. Tegelijk wordt het in Verhelsts poëzie, vooral dan in de latere bundels, tot een soort van kosmische mystiek verheven: bergen, planeten en sterren, wind en vuur worden symbolen van die nagestreefde eenwording, die zelfs het bewustzijn moet overwinnen. Het is duidelijk dat hier een eigentijdse mystiek vorm krijgt, en het is geen toeval dat net deze gedichten een groot succes oogsten bij lezers. Ze zijn relatief eenvoudig, suggestief en erotisch-tastbaar, maar tegelijk blijft het raadsel en de kwetsbaarheid onaangetast.
 
In ieder geval zal Koor kunnen rekenen op een groot publiek. Voor poëzieliefhebbers is het een genot om te zien hoe de dichter van vandaag terugkijkt op zijn poëzie van gisteren en eergisteren. Voor echte fanaten is het een boeiende speurtocht om na te gaan hoe teksten zijn gemonteerd tot een nieuwe samenhang, en in veel gevallen ook gedeeltelijk zijn herschreven. Koor is in ieder geval veelstemmig, veelzijdig en tegelijk herkenbaar tot in het oneindige.
 
Peter Verhelst: Koor. Een keuze uit de poëzie (1987 -2017), De Bezige Bij, Amsterdam 2017, 145 p. ISBN 9789023454670. Distributie: WPG Uitgevers

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 10, NOVEMBER 2017

Antigone in Molenbeek

Stefan Hertmans

De vrouw met het rode haar

Orhan Pamuk

Een zachte hand

Leïla Slimani

Hotel Moederland

Yusuf Atılgan

Zuivering

Tom Lanoye

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 10, NOVEMBER 2017

Brobot

James Foley

Helemaal aan de rand van mij, ben jij

Agnès de Lestrade, Valeria Docampo (ill.)

Twintig parels

Ed Franck, Martijn Van der Linden (ill.)

naar overzicht


ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri