Vertaald proza

BOEKEN NR. 9, OKTOBER 2017

Rodrigo Blanco Calderón: The night

door Hugo Van Hoecke

De hachelijke politieke en economische situatie waarin Venezuela in deze dagen verkeert, is niet zomaar uit het niets ontstaan : dat is wat deze roman duidelijk wil maken. Al vanaf de eerste bladzijde wordt zonneklaar dat de lezer geen zachtgekookt eitje zal voorgeschoteld krijgen. Dat beseft hij meteen wanneer hij te maken krijgt met een eerste gulp plaats- en persoonsnamen die hemzelf waarschijnlijk niets zeggen maar de Venezolanen des te meer. Dat zal de hele roman zo blijven. Het verhaal begint in 2010, wanneer de revolutionaire regering om de energiecrisis te lijf te gaan stroomonderbrekingen afkondigt die –letterlijk en figuurlijk- het licht doen uitgaan in het ganse land. In die bedrukkende sfeer ontmoeten elkaar een bezorgde psychiater en een warrige schrijver die een project rond creatief schrijven heeft opgezet, ‘The Night’ genoemd.

In die context ontvouwen zich een aantal verhaallijnen, of eerder een reeks breed uitgesmeerde anekdotes -al dan niet uit de realiteit geplukt- die als voornaamste kenmerk hebben dat ze het onstuitbare afglijden illustreren van de Venezolaanse samenleving naar een toestand van irreversibele chaos. Betekenisvol voor deze onomkeerbaarheid is de opvallend centrale plaats die het spelen van gesofistikeerde woordspelletjes krijgt toebemeten in het verhaal: anagrammen of palindromen construeren is alsof men op zoek gaat naar een ándere realiteit door simpelweg woorden of zinnen om te draaien zodat ze een nieuwe betekenis krijgen. Overigens hoeft dit koesteren van taalelementen (en ook literatuurdata) niet te verbazen, want Blanco heeft een universitaire opleiding in de letteren achter de rug. En al evenmin hoeft men op te kijken van zijn fascinatie voor de psychiatrie, want dat was het beroep van zijn moeder.

Deze roman geeft zijn kern niet zomaar prijs. Je hebt al lezende de indruk dat de auteur zomaar wat van de hak op de tak springt, zonder enig doel voor ogen - behalve dan dit ene : niets in de tragiek van zijn fictieve of reële figuren onbesproken laten. Je krijgt een aantal historisch nawijsbare gebeurtenissen voorgelegd die gebed liggen in wat je een fictieve saus zou kunnen noemen. Frivole akkefietjes uit het bohémien-verleden van enkele notoire woelwaters uit het Venezuela van de laatste halve eeuw worden breed uitgesmeerd. En dat is niet alles. Theorieën omtrent het onconventioneel gebruik en hanteren van taal, geplukt uit erudiete wetenschappelijke publicaties, doen vreemd opkijken, want de relatie daarvan tot de voortgang van het verhaal lijkt flinterdun. Psychiatrische uitweidingen (zowaar met voetnoten!) ontlokken een soortgelijke reactie. Of is dit bewuste afleiding? Je zou het alleszins voorzichtig een aanschurken tegen de overdaad kunnen noemen.

Een en ander maakt het voor de lezer behoorlijk moeilijk om bij de les te blijven. Tijdsprongen, verandering van setting, van verteller, van persoonsvorm (ik-hij); het wordt hem niet gemakkelijk gemaakt. Voeg daarbij diens onbekendheid met de locatie van het schouwspel. Voor de meeste lezers immers is het wedervaren van de Venezolaanse samenleving een ver-van-mijn-bedgebeuren dat zonder handleiding ontoegankelijk blijft. Dat heeft de vertaler goed begrepen; daarom is alvast na het einde van het eigenlijke verhaal een namenregister toegevoegd waarin de meest relevante (grotendeels politieke en culturele) figuren die sporadisch op de proppen komen, summier worden gesitueerd. Het helpt, althans ten dele. Zoals het ook helpt om het boek een tweede maal te lezen, gevoed door de eerste kennisname. Dan zal men er ongetwijfeld veel meer in ontdekken, en wellicht tot de kern doordringen, daar waar de tragiek van Venezuela zich het scherpst manifesteert.

Rodrigo Blanco Calderón: The night, De Bezige Bij, Amsterdam 2017, 383 p. ISBN 9789023466314. Vertaling van The Night door Ari Van der Wal. Distributie: WPG Uitgevers

deze pagina printen of opslaan



‚Äč
ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri