Vanaf negen jaar

JEUGDBOEKEN NR. 11, DECEMBER 2017

Floortje Zwigtman, Ludwig Volbeda (ill.): Fabeldieren. Over draken, eenhoorns, griffioenen en veel meer

door Katrien Maris

9+ - Treedt Floortje Zwigtman in de voetsporen van Newt Scamander? Toen ik de titel van haar nieuwste boek voor het eerst hoorde, maakte ik, puur intuïtief, de associatie met Fabeldieren en waar ze te vinden ( J.K. Rowling), maar de werkwijze van beide auteurs is heel verschillend. De eerste blik op het majestueuze Fabeldieren. Over draken, eenhoorns, griffioenen en veel meer deed me even naar adem happen. Alleen al het grote formaat dwingt behoorlijk wat ontzag af, maar vooral de enorme drakenkop op de kaft met zijn indrukwekkend gewei, zijn gele, hypnotiserende ogen en zijn grimmige bek vol tanden blijft de aandacht naar zich toe zuigen. De tekening is zo minutieus met fijne zwarte lijntjes uitgewerkt dat je steeds nieuwe details kunt ontdekken. Groene, rode en bruine tinten lopen subtiel in elkaar over. Een bijzonder fascinerende illustratie, prachtig en huiveringwekkend tegelijk.
 
Fabeldieren is geen fantasieverhaal -best verrassend met zo’n titel- maar een verzameling verhalen, mythes en weetjes van fabeldieren over de hele wereld, zoals die van generatie op generatie doorverteld worden. Verhalen uit het oude Griekenland en Rome, het Hoge Noorden, de Pool, Rusland, Japan, Australië, de islamitische wereld, Afrika, Zuid-Amerika en Noord-Amerika, ze krijgen hier allemaal hun plaats. Behalve volgens hun streek van herkomst, groepeert Floortje Zwigtman een aantal fabeldieren volgens de vier oerelementen. Zo kunnen we een hoofdstuk lezen over fabeldieren van de lucht, over draken in Oost en West (vuur), over fabeldieren van de zee (water) en over fabeldieren van de kosmos (aarde). Zwigtman opent met een sterk citaat, dat onmiddellijk de kern raakt:
 
‘Mythology isn’t a bad science; it is something quite different. Through these ancient stories we learn something about the human mind, and with it something about ourselves.’ (Mary Hoffman-Sun, Moon and Stars).
 
Haar grote verwondering over en de bewondering voor de creativiteit van de menselijke geest, die aangewakkerd wordt door de oeroude, universele behoefte van mensen om het on(be)grijpbare aanschouwelijk te maken, lopen als een rode draad door het boek. Het verband tussen de specifieke levensomstandigheden van bepaalde volkeren en het soort verhalen dat in die regio ontstaat, komt bovendien mooi uit de verf. Zo bestaat Rusland uit uitgestrekte onveilige bossen met daartussen afgelegen dorpen. In de huizen heerst de domovoi, de beschermgeest die zorgt voor mens en dier in huis. Maar in de wouden waart onder andere de leshii rond, een bosduivel die er plezier in schept om reizigers te laten verdwalen. In de Australische woestijn, is overleven de eerste prioriteit en de Aboriginalverhalen zijn vooral daarop gericht. Hun verhaal over de regenboogslang, oorsprong van alle leven, is een duidelijke waarschuwing: wie de waterpoel vervuilt waarin haar nakomelingen leven, wordt ongenadig meegesleurd onder water en verscheurd.
 
Met haar vlotte schrijfstijl blijft Floortje Zwigtman de nieuwsgierigheid van haar lezers prikkelen. Zo giet ze de Twaalf Werken van Herakles in een bijzonder originele tabel met vijf kolommen. De eerste kolom omschrijft de opdracht, de volgende het monster. Daarna komt het gebruikte wapen van Herakles aan bod, het al of niet slagen van de missie en tot slot de mogelijke bonus. Bij de beschrijving van het afrekenen met de paarden van koning Diomedes staat in de kolom van het wapen bijvoorbeeld ‘de koning zelf’. De bonus wordt dan ‘Eén gekke koning minder!’ Zo kijk je ook eens op een andere manier naar die Twaalf Werken. De lange stoet van wonderlijke wezens die hier de revue passeert, doen soms hunkeren naar meer achtergrondinformatie. In dat opzicht is het wel jammer dat Zwigtman geen inkijk geeft in haar bronnenmateriaal.
 
Ludwig Volbeda (die voor zijn illustraties in Vogels (Ted van Lieshout) de illustratieprijs van Bratislava won) werkt elke illustratie met eenzelfde precisie tot in het kleinste detail uit. Hij kiest voor een sober en vrij somber kleurenpalet van hoofdzakelijk bruine, rode, groene en zwartgrijze tinten, dat het geheimzinnige, duistere karakter van de fabeldieren extra onderstreept. In de dubbelbladige illustratie die de parade van de Japanse Yokai in beeld brengt, trekt Volbeda werkelijk alle registers open. We werpen een blik op een willekeurige straat in Japan, onder een dromerige, pastelroze avondhemel. De zwart-witte pentekeningen van de huizen zijn verbluffend mooi uitgewerkt. Door de smalle straat, trekt een eindeloze stoet wezens, ingekleurd in de kenmerkende sobere tinten en dicht op elkaar gepakt. Maar wie goed kijkt, zal een aantal Yokai uit de verhalen zeker herkennen. Zo loopt de baku, de dromeneter, voorop. Maar bijvoorbeeld ook een groepje kappa’s (rivierkinderen), een keukegen en kitsune, de vossenvrouw, zijn duidelijk in de massa terug te vinden.
 
Een boek om te koesteren en om je telkens opnieuw te verbazen over de onuitputtelijke scheppingskracht van de menselijke geest.
 
Floortje Zwigtman, Ludwig Volbeda (ill.): Fabeldieren. Over draken, eenhoorns, griffioenen en veel meer, Lannoo, Tielt 2017.91 p. ill. ISBN 9789401442497 

deze pagina printen of opslaan



‚Äč
ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri