Poëzie

BOEKEN NR. 4, APRIL 2019

Ivo van Strijtem: Een kamer met een tafel en schrijfgerei

door Dirk de Geest

Uit de titel van de dichtbundel die Ivo van Strijtem zopas op de wereld losliet, Een kamer met een tafel en schrijfgerei, zou men kunnen afleiden dat de dichter geheel is teruggeplooid op zichzelf. Dat is gedeeltelijk het geval want Van Strijtems poëzie is van nature uit intimistisch van toon en autobiografisch van inspiratie. Toch valt op hoe de sfeervolle kaftillustratie naast de genoemde attributen ook een opvallend raam laat zien. Die buitenwereld speelt inderdaad een niet te onderschatten rol. Allereerst ontstaat het zelfinzicht pas in confrontatie met anderen. Daarenboven vormt de natuur de plek bij uitstek waar de dichter tot rust komt en in een hectische tijd zichzelf kan ontmoeten.
 
Die ontmoeting valt trouwens vrij letterlijk te nemen want meermaals in deze bundel is er sprake van een ontdubbeling van het ik over twee personages, die met elkaar in gesprek gaan of elkaar waarnemen. De oudere dichter wordt zo geconfronteerd met zijn jongere ik, en van daaruit vanzelfsprekend met de voortschrijdende tijd. Dat uit zich in allerlei lichamelijke ongemakken (wij worden bijvoorbeeld op de hoogte gesteld van een operatie), maar nog het meest in de nood aan herinneringen. Jeugdherinneringen roepen romantische taferelen op, maar onophoudelijk worden ze gekleurd door de melancholie van het verlies, van wat onherroepelijk voorbij is. Overal neemt de dichter de sporen waar van de tijd en de toekomst ademt weinig rooskleurig. Diverse in memoriamgedichten beklemtonen nog dat gevoel van vergankelijkheid. Dat besef van tijdelijkheid neemt evenwel niet weg dat er veel ruimte is voor genieten. Vooral de afzondering in de natuur schept de gelegenheid tot overpeinzen en opgaan in de broze schoonheid. Meer nog is er de ontmoeting met geliefden en de opwekkende aanwezigheid van een kleinkind.
 
Tot slot is er (en misschien zelfs bovenal) de troostende werking van de poëzie. In eerste instantie biedt ze de mogelijkheid om dergelijke ervaringen op te roepen en bij te houden. Het valt op hoe vaak Van Strijtem daarbij een beroep doet op de ritmische en melodische suggestiviteit van de taal: een aantal gedichten doet zelfs spontaan denken aan liederen. Tegelijk echter blijkt, zeker in de slotafdeling van de bundel, hoe het poëtische medium in feite ook een afstand schept. De werkelijkheid is er slechts een van woorden, en meermaals dringt het besef door dat poëzie in de weg kan staan van een argeloos en harmonieus bestaan. Op die manier laat Van Strijtem zien hoe zijn autobiografische project tegelijk ook onontkoombaar een literair traject is. De dichter staat zo in een lange traditie van therapeutisch schrijven, iets wat ook blijkt uit de allusies op het werk van eminente voorgangers. Deze bundel is daardoor toegankelijk voor wie op zoek is naar mensenkennis en gerijpte ervaringen, maar ook voor lezers die op zoek zijn naar de meerwaarde van lyrisch taalgebruik.
 
Ivo van Strijtem: Een kamer met een tafel en schrijfgerei. Atlas/Contact, Amsterdam 2019, 79 p. ISBN 9789025454203. Distributie VBK België

deze pagina printen of opslaan



‚Äč
ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri