Non-fictie

BOEKEN NR. 6, JUNI 2019

Ahmet Altan: Ik zal de wereld nooit meer zien. Aantekeningen uit de gevangenis

door Katja Feremans

Er is voor alles een remedie, behalve voor verlangen
  
Ahmet Altan (Ankara 1950) is in Turkije een bekend schrijver en een vooraanstaand journalist. In 2007 richtte hij de liberale krant Taraf op. Na de militaire couppoging tegen de regering van president Erdogan in juli 2016 werd de krant verboden. In de nasleep van die mislukte staatsgreep werden er duizenden mensen - militairen, politiemannen, rechters, ambtenaren en journalisten - gearresteerd op verdenking van vermeende betrokkenheid bij de coup. Ahmet Altan was een van hen, net als zijn broer Mehmet.
 
Met zijn arrestatie begint Ik zal de wereld nooit meer zien, een bundeling van negentien essays over gevangenschap en verbeelding als drijvende kracht om daarmee om te gaan. In het openingsstuk ‘Eén zin’ schrijft Ahmet Altan hoe hij er net als alle dissidenten in de weken en maanden na de couppoging voortdurend op was bedacht dat hij door de antiterreureenheid uit zijn bed kon worden gelicht. In september 2016 was het dan zover.
 
Of ze thee wilden, vroeg hij aan de politiemannen die zijn huis voor dag en dauw doorzochten. Ze sloegen het aanbod af, waarop Ahmet Altan zichzelf de woorden hoorde herhalen, die zijn vader, eveneens een polemisch journalist, sprak toen hij vijfenveertig jaar eerder op een gelijkaardige manier werd gearresteerd: ‘Het is geen omkoperij. Jullie kunnen gerust drinken’.
 
Onderweg naar het politiebureau bood de agent naast hem in de auto hem een sigaret aan. ‘Ik rook alleen wanneer ik gespannen ben’, antwoordde hij droogweg. Die ene zin waarvan hij niet wist waar die zo ineens vandaan kwam, zou cruciaal blijken voor zijn mentale evenwicht. Die zin getuigde namelijk van een tweedeling tussen zijn lichaam, dat niet langer kon gaan en staan waar het wilde, en zijn geest, die wel nog vrij was en daarenboven de kracht had om de spot te drijven met de penibele situatie.

Na twaalf dagen voorarrest kregen hij en zijn broer tijdens een rechtszitting te horen dat ze waren opgepakt voor een ‘subliminale boodschap’ die ze hadden gegeven tijdens een tv-programma. In de loop van de zitting werd de tenlastelegging echter gewijzigd naar ‘deelname aan de coup’.
 
Mehmet kreeg meteen een gevangenisstraf opgelegd, Ahmet werd onder voorwaarden in vrijheid gesteld. Eenmaal buiten had hij nauwelijks de gelegenheid om stil te staan bij wat er hem en zijn broer was overkomen: diezelfde avond werd er een nieuw arrestatiebevel uitgevaardigd en belandde hij weer in de cel.
 
Een jaar na zijn arrestatie begint zijn proces. Na de slotzitting in februari 2018 wacht hij op de uitspraak. In die bange uren komt hem vanuit de krochten van zijn geheugen een scène voor de geest uit de eerste roman van zijn vierluik gewijd aan het Ottomaanse Rijk – in het Turks gepubliceerd in 1997, in 2018 in het Engels verschenen als Like a Sword Wound.
 
In die scène is de hoofdrolspeler hetzelfde lot beschoren als hijzelf. In een kamer wacht hij op zijn vonnis en bedenkt: ‘De tijd tussen het moment van de lotsverandering en het moment waarop de persoon hiervan op de hoogte raakt, leek hem het meest tragische en beangstigende onderdeel van het leven. De toekomst is bepaald en gedefinieerd, maar de mens wacht nog steeds op een andere toekomst vol andere hoop en dromen zonder te weten dat de toekomst al vaststaat. De onwetendheid in dat wachten was afschuwelijk en volgens hem de grootste zwakte van de mens’.
 
Huiverend besefte Ahmet Altan dat zijn leven zijn roman nabootste en dat het bijgevolg bestond, ‘het onbestemde, geheimzinnige, nevelige gebied waar literatuur en het leven elkaar raakten’. Zelf werd hij veroordeeld tot ‘onvoorwaardelijk levenslang met verzwaarde omstandigheden’. Zijn leven speelt zich sindsdien af in een cel van drie bij drie meter, per dag wordt hem één uur buitenlucht gegund.
 
Ondanks de politieke context is Ik zal de wereld nooit meer zien ontzettend veel meer dan een politiek boek. Het is voor alles een boek dat overtuigend aantoont dat verbeelding bij machte is om onrecht en uitzichtloosheid te overstijgen. Ahmet Altan vertrekt daarbij vaak vanuit de literaire referenties die in zijn geheugen liggen opgeslagen en tijdens zijn opsluiting een bron zijn van inspiratie. Zo citeert hij onder anderen Elias Canetti, Oscar Wilde en José Saramago.
 
Van die laatste herinnert hij zich de uitspraak: ‘Er is geen troost, mijn treurige vriend, de mens is een ontroostbaar wezen’. Uit deze sombere gedachte put Ahmet Altan kracht, paradoxaal genoeg. Want al had hij zijn levenslange celstraf verwacht, hij voelde na het verdict onverminderd de bedwelmende klap van het moment waarop alle hoop verdwijnt. Gaandeweg ging hij echter ook begrijpen dat een mens op zulke momenten behoefte heeft aan iets anders dan troost.
 
‘Ik kon de storm vervloeken, boos worden op de mensen die de storm veroorzaakten, treuren omdat ik erin terecht was gekomen, mijn lot beklagen.
Geen van deze dingen zou de storm tot bedaren kunnen brengen.
Ik moest niet denken over de storm.
Ik moest strijden als Odysseus die de woede van Poseidon had opgewekt, ik moest al mijn kracht gebruiken om de storm te overleven, ik moest me focussen op wat binnen mijn mogelijkheden lag en niet op de storm. Ik moest mijn eigen Odyssee schrijven in deze donker cel’.
 
Wat hem mee op de been heeft gehouden, was de vraag van de Britse Society of Authors om tegen het begin van zijn proces in september 2017 een essay te schrijven voor hun tijdschrift ‘The Author’. Zijn bijdrage werd ‘De paradox van de schrijver’. Dit essay met zijn bezwerende einde is tevens de afsluiter van Ik zal de wereld nooit meer zien:
 
‘Ik schrijf in een gevangeniscel.
Maar ik ben niet in de gevangenis.
Ik ben een schrijver.
Ik ben noch waar ik ben noch waar ik niet ben.
Je kunt me gevangenzetten, maar je kunt me niet in de gevangenis houden.
Omdat ik, zoals alle schrijvers, over magie beschik. Ik loop met gemak door muren heen.’
 
Zijn partner vertaalde ‘De paradox van de schrijver’ naar het Engels en moedigde hem aan om meer van dit soort essays te schrijven. Zo werkte hij in een achttal maanden de bijdragen voor deze bundel uit. In die periode kon hij niets buiten de gevangenismuren krijgen, behalve dan notities voor zijn verdediging. Tussen deze notities voor zijn advocaten schoof hij de handgeschreven essays, die vervolgens bij zijn partner terechtkwamen.
 
De essays zijn bij momenten adembenemend, zowel vanwege hun schoonheid als door de confronterende achtergrond. De korte paragrafen met witregels ertussen creëren een ritme dat aanspoort om heel bewust stil te staan bij wat Ahmet Altan opwerpt in deze aantekeningen, waarin hij consequent een uiterst beheerste, ingetogen, bijna koelbloedige, maar tegelijk warme toon aanhoudt. Als er al een beschuldigend woord valt, dan spreekt er een zeker mededogen uit voor de dwalende mens of instantie in kwestie.
 
De mentale kracht waarmee Ahmet Altan zich door de dagen slaat, wekt veel bewondering, temeer omdat Ik zal de wereld nooit meer zien bewijst dat de vechtlust die hij onder woorden brengt geen dode letter is gebleven. Zijn integriteit wordt ook kracht bijgezet door de manier waarop hij zijn pijn aankaart, sereen namelijk maar toch vlijmscherp, zoals wanneer hij het over de onmogelijkheid heeft om het verlangen te beschrijven dat je voelt in de gevangenis. Er is voor alles een remedie, stelt hij, behalve voor verlangen: ‘Het is zo diep, zo naakt, zo primair; daar zijn geen woorden voor. Dat gevoel kan niet uitgedrukt worden met woorden, maar enkel met het gegrom en gejank van een neergeschoten hond’.

Ahmet Altan: Ik zal de wereld nooit meer zien, De Bezige Bij, Amsterdam 2019, 205 p. ISBN 9789403144405. Vertaling van Dünyayi Bir Daha Görmeyeceğim door Hamide Doğan. Distributie Standaard Uitgeverij


deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 6, JUNI 2019

Ik zal de wereld nooit meer zien. Aantekeningen uit de gevangenis

Ahmet Altan

Kamer in Oostende

Koen Peeters

Lief slecht ding

Frank Keizer

Onrustige dagen

F.B. Hotz, Thomas Heerma Van Voss (sam.)

SS Proleterka

Fleur Jaeggy

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 6, JUNI 2019

* De eerste avonturen van de Rode Ridder, 1959-1961

Een ridder voor alle seizoenen

De boom met het oor

Annet Schaap, Philip Hopman

Mijn mama

Annemarie van Haeringen

Poëzie hardop

Hans Hagen, Monique Hagen, Maartje Kuiper (ill.)

Twee maal op reis door het brein.

Verdwalen in Breinstein of inzicht in het hoofd

naar overzicht


ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri