Nederlands proza

BOEKEN NR. 7, JULI 2019

Niña Weijers: Kamers antikamers

door Katja Feremans

In Kamers antikamers, haar tweede roman, laat Niña Weijers een vrouw van voor in de dertig schuiven met puzzelstukken van haar leven in de, weliswaar vergeefse, hoop om tot een coherent plaatje te komen. De vrouw is literatuurcriticus en schrijft romans. Haar liefdesrelaties zijn een warrig kluwen. Nu eens steelt een man haar hart, dan weer een vrouw. Een constante is haar vriendin M - ‘meer grote liefde dan vriendin’ - met wie zij en haar hond bijna dagelijks door het park lopen, vlak bij het laatnegentiende-eeuwse kunstenaarshuis waar ze op de bovenste verdieping is ingetrokken.
 
Haar vorige boek was een onverwacht succes. Een nieuwe roman vloeit echter niet zomaar uit haar pen, doordat het idee haar tegenstaat om personages te verzinnen die met een conflict of een onmogelijk verlangen worstelen en vervolgens na wat tegenslagen berusten in hun lot of roemloos ten onder gaan. Tussen de hoofdpersoon - meestal treedt ze op als ik-figuur, soms als ‘de vrouw’ - en Niña Weijers (1987) zijn er meerdere gelijkenissen, waaronder die weerstand tegen het vertellen van een klassiek, rechtlijnig verhaal. Dit was overigens ook al voelbaar in Weijers’ meermaals bekroonde debuut De consequenties.
 
Daarin voerde ze Minnie Panis op, een jonge performancekunstenares die film, foto’s en tekst verbindt. Voor een van haar projecten vraagt ze een gewezen minnaar, tevens kunstfotograaf, om haar drie weken lang te schaduwen. Met zijn camera in de aanslag moet hij haar leven documenteren. Onder geen beding mag hij ingrijpen in welke situatie dan ook. Dit laatste wordt haar bijna fataal, want de onverschrokkenheid waarmee ze de grens oprekt tussen gezien willen worden en geruisloos verdwijnen, is niet zonder gevaar. Het verhaal springt heen en weer in de tijd, is doorspekt met artistieke verwijzingen en wordt halfweg onderbroken door een essayistisch stuk.
 
In Kamers antikamers zijn er tal van literaire verwijzingen verweven. Een rode draad is het schrijven an sich. M, de vriendin van de hoofdpersoon, is zelf ook auteur en tast onder meer af welke kant ze de personages op zal sturen in het boek waaraan zij werkt. Achter M schuilt Maartje Wortel. Van haar verscheen eerder dit jaar Dennie is een star. Daarin komt dan weer ene N. als vriendin van de ik-figuur voor. En zo knipogen de twee bevriende schrijfsters nog een paar maal naar elkaar in hun recentste romans.
 
Voorts pikt een commentaar van de redactrice van de ik-figuur in op het schrijversmetier. Ook een ex-geliefde doet een paar suggesties. ‘Knap’ en ‘lief’ zet hij bijvoorbeeld weg als nietszeggende tienermeisjesvocabulaire, maar voor alle duidelijkheid: zulke loze kwalificaties zijn allerminst Niña Weijers’ stijl. Een grijze dag wordt er bij haar een waarop het weer zich kenmerkt door ‘een afwezigheid ervan, een non-lucht, een non-temperatuur, alleen een vochtige onverschilligheid die door het weefsel van onze zomer- noch winterjassen drong’. Over M zegt de hoofdpersoon dat die vijfendertig is, maar haar leeftijd draagt ‘op een heel andere manier dan bijna iedere volwassen vrouw die ik ken. De jaren bestaan wel in haar, maar eerder als reeks dan als optelsom’.

Wat Kamers antikamers bijeenhoudt, is een samenspel van geleefde en niet-geleefde levens. Een illustratie van dit laatste: kinderen heeft de ik-figuur niet, maar het moederschap schrijft ze als mogelijkheid wel naar zich toe.
 
‘Steeds sprongen [de verhalen] weer terug in de tijd, en zijwaarts door de ruimte, in eindeloos uitstel van zoiets als een ontknoping. Het werd onmogelijk het verhaal verder te vertellen zonder terug te keren naar het verleden, dat de toekomst voorspelde maar die tegelijkertijd tegenhield’. Niña Weijers speelt met deze dynamiek, die ze in haar roman introduceert bij monde van een schrijfster, die door de hoofdpersoon wordt geïnterviewd.
 
De bijna-dove schrijfster in kwestie legt uit dat de techniek aanknoopt bij de orale literatuur en teruggaat tot het begin van de middeleeuwen. Stamoudsten zagen toen hun vertrouwde epische verhalen in handen komen van verhalenvertellers, die dit culturele erfgoed op hun beurt fragmenteerden en vervormden door er nieuwe perspectieven aan toe te voegen. Het is zoals de hand van de pottenbakker zichtbaar is in de schaal die hij uit klei heeft gemodelleerd, zei Walter Benjamin over die duidelijk voelbare aanwezigheid van de verteller in een mondeling overgeleverd verhaal.
 
Zo’n sterk aanwezige verteller voert ook het woord in Kamers antikamers. Op momenten waarop emoties van haarzelf of anderen primeren, lijkt ze soms naar de achtergrond te willen verdwijnen, maar nooit voor lang. Niet alleen haar ideeën en culturele bagage verraden haar, ook haar verteltechnische ingrepen. Een van de opvallendste voorbeelden is een intiem maar rommelig verteld verhaal dat haar is toevertrouwd en dat zij herkneedt tot een meer gestructureerd geheel.
 
Rond de hamvraag in Kamers antikamers - ‘Wat weten we over deze vrouw? Wat weet deze vrouw over zichzelf?’ - dient er zich geen eenduidige waarheid aan, net zo min als een afgelijnde plot. Onze identiteit is net zoals ons leven permanent in wording en ontvouwt zich in de veelkantige verhalen die wij voor onszelf en de anderen in allerlei stijlen en vormen vertellen, zo suggereert Niña Weijers.
 
Niña Weijers: Kamers antikamers, Atlas/Contact, Amsterdam 2019, 239 p. ISBN 9789025445614. Distributie VBK België 

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 11, DECEMBER 2019

Alle verhalen

Hugo Claus

Dagboek van een dief

Jean Genet

De menselijke maat

Roberto Camurri

Grote verwachtingen. In Europa 1999-2019

Geert Mak

Vaderliefde

P.F. Thomése

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 11, DECEMBER 2019

Dromers

Bibi Dumon Tak, Charlotte Dumas (fotogr.)

Het geheime bondgenootschap

Philip Pullman

Het werkstuk, of Hoe ik verdween in de jungle

Simon Van der Geest en Karst-Janneke Rogaar (ill.)

Oef wat een geluk!

Ghislaine Roman, Tom Schamp (ill.)

Verloren woorden. Een betoverboek

Robert Macfarlane, Jackie Morris (ill.)

naar overzicht


‚Äč
ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri