Peuters en kleuters

JEUGDBOEKEN NR. 7, JULI 2019

Espen Dekko, Mari Kanstad Johnsen (ill.): Ploef

door Jen de Groeve

3+ - Ploef, een grote, oude lobbes, is moe. Vroeger jaagde hij op konijnen, nu droomt hij er alleen nog van. Hij vindt het vooral fijn als zijn jonge baasje, Edward, niet naar buiten wil. ‘Ploef hoeft niet meer te hollen. / Hij heeft genoeg gehold.’ Maar als Edward gaat wandelen, gaat Ploef toch mee, ‘Edward moet een beetje frisse lucht’, denkt hij. In het park gaat Ploef er bij liggen als Edward een stok gooit -- en hem vervolgens zelf gaat zoeken. Slapen, dromen en eventjes welwillend kwispelen voor zijn baasje, dat is zowat alles wat Ploef nog doet. Tot hij voorgoed inslaapt.
 
Er gaat een mooie poëtische kracht uit van dit warmhartige prentenboek. De eenvoudige, krachtige zinnen en de herhalingen van woorden en in zinsopbouw geven de regels een mooie cadans. De tekst heeft een zacht deinend ritme in een afwisseling van stemmingen en handeling, van Ploefs lijdzaamheid en Edwards argeloze levendigheid. Dat Ploef, oud en versleten, stilletjes aan het sterven is, wordt niet uitgesproken. Edward, zonder ten volle te begrijpen, houdt rekening met Ploef. Ook de warme vriendschap tussen de jongen en zijn hond is woordloos door het verhaal geweven.
 
Espen Dekko houdt de tekst strak in de hand en zoekt niet naar mooie, treffende woorden. Niet de beschrijving van wat er gebeurt, is belangrijk, maar de emotie die tussen de regels wordt opgeroepen. Er wordt verteld vanuit het perspectief van Ploef, zijn waarnemingen en gewaarwordingen vormen de hoofdmoot van de tekst. Je merkt allengs hoe de realiteit opgaat in dromen voor hem, hoe de omringende wereld steeds meer aan impact verliest en de dood zachtjes het verhaal binnenkomt.  
 
Dat argeloze perspectief zorgt dat het verhaal licht blijft, sterke emoties krijgen zonder sentimentaliteit ten volle hun plaats. Zo bijvoorbeeld waar Ploef tot in zijn stervensmoment allereerst aan zijn baasje denkt:
 
‘Ploef voelt het bonken van Edwards hart.
Er is iets met Edward. Zijn ogen zijn nat.’
 
Intuïtief doorzicht is sterker dan verstandelijk weten, meer woorden zijn niet nodig. De stilte nodigt de lezer, van welke leeftijd ook, in de eerste plaats uit tot invoelen.
 
Mari Kanstad Johnsen is een excellente compagnon de route voor Espen Dekko. Haar illustratiestijl is zwierig en ongedwongen, en Ploef vult de bladzijden grenzeloos. Zij vat de gebeurtenissen en de emoties in volle, warme beelden en haar beelden bevatten veel verhaal naast de tekst. De eerste prent trekt alvast de aandacht: Ploef droomt dat hij achter konijnen aanholt. Hoewel hij de hele spread vult, merk je hem niet meteen op in de massa droomkonijnen die hem omringen. Hij gaat gedeeltelijk op in de achtergrond en hij heeft iets schimmigs ook al is hij kolossaal aanwezig.
 
Het is boeiend hoe Mari Kanstad Johnsen die dubbelheid van wat er is en wat er niet écht is, in het hele boek voortzet. Ploef droomt zich een weg door de wolken, die bij nader toezien de vorm van konijnen hebben, hij vertoeft op de wandeling in een zomers tafereel terwijl Edward en hij toch in onstuimig herfstweer vertrokken zijn… Duidelijk zichtbaar dat Ploef er niet meer helemaal bij is, wordt het in het park. De tekst gaat:
 
‘In het park is het leeg.
Geen geuren. Geen geluiden.
Geen konijnen.’
 
Dat is Ploefs perspectief, Mari Kanstad Johnsen brengt in een dynamische prent een park vol leven in beeld.  
 
Er valt veel te kijken en te denken voor het jonge kind over wat er is en wat er niet is, of toch niet tastbaar. De dubbelheid tussen droom en realiteit, wat leeft en in de herinnering leeft, wordt op een heel natuurlijke manier gebracht. Knap, en voer voor reflectie, is de verbinding tussen bovengenoemde, kleurrijke prent van Ploef in een park vol leven en de diepblauwe prent van Edward op dezelfde plek, nadat Ploef gestorven is. Alles is er nog, konijnen zitten tussen de struiken, eendjes zwemmen in de vijver, maar ook voor Edward is dat nu van geen tel. De prent ademt leegte. Even maar, want het boek sluit af met een warm, kleurrijk tafereel waarop Edward zich dromend door Ploef laat meevoeren. De cirkelstructuur van dit verhaal opent de ruimte die in de vorige prent nog donker en gesloten was, en dat is troostend. Er is immers geen eindpunt, de herinnering aan Ploef blijft.  
 
De sobere, afgewogen tekst, waarin elk woord precies past, en de speelse, overvloedige prenten versterken elkaar wonderwel. Ze vragen beide van de lezer om in de diepte te kijken, raken eventjes de emoties aan en laten ze dan aan de lezer. Sterk, ongecompliceerd en ronduit mooi.  
 
Ploef kwam, samen met Goeiemorgen, beste buur bij ons op de markt dankzij de nieuwe uitgeverij Tiptoe Print. Oprichter is Patrick Jordens, voormalig recensent kinderboeken bij De Morgen. Jordens mist in het nochtans uitgebreide boekenaanbod voor kinderen ‘uitdagende uitgaven, boeken die, zoals de naam van onze uitgeverij aangeeft, op de tippen van de tenen doen staan van verwondering of spanning, boeken die de verbeelding doen groeien.’ (bruzz.be). Jordens zoekt dat soort ‘straffe’ boeken in het buitenland. En de lat ligt hoog: ‘We willen boeken uitgeven die gelaagd en eigenzinnig zijn, en die uitnodigen tot interpreteren.’ Boeken dus, die door hun kwaliteit niet alleen kinderen kunnen boeien, ze zijn ‘voor iedereen van 2 tot 92 jaar’ (De Standaard).  
 
Ploef maakt de ambitie van Tiptoe Print alleszins waar en ik hoop van harte dat de uitgeverij haar verdiende plaats op de boekenmarkt kan handhaven. Zoals het geval lijkt te zijn met de vorig jaar opgerichte Nederlandse uitgeverij Boycott, die vanuit een vergelijkbare intentie als Jordens een verrassend mooi aanbod prentenboeken van jonge auteurs van over de hele wereld uitgeeft – kijk maar naar hun recentste, Zo slapen dieren.
 
Espen Dekko, Mari Kanstad Johnsen: Ploef, Tiptoe Print, Brussel 2019, 36 p. : ill. ISBN 9789463880503. Vertaling van P + E door Edward van de Vendel. Distributie L&M Books

deze pagina printen of opslaan



‚Äč
ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri