Vanaf zes jaar

JEUGDBOEKEN NR. 8, SEPTEMBER 2019

Paul Verrept: Mijn papa kwam de trap af

door Jen de Groeve

6+
 
‘Ik was een jaar of negen,
Toen mijn papa de trap af kwam.
Met zijn jas aan.
En zijn hoed op.
Ik vroeg nog:
 
‘Papa, waar ga je heen?’
 
Papa gaat weg, neemt zijn hoed af en zet hem op het hoofd van zijn zoon. Er komt geen antwoord op de vraag van de jongen. De jongen gaat naar buiten, loopt langs het water en over de heuvel, vecht op zijn weg tegen wolven en beren, en tegen de tweekoppige draak in zijn hoofd. Zoveel manmoedigheid levert in sprookjes al eens de hand van een prinses op, maar dit is geen sprookje. De jongen is alleen op de heuvel in de donkere nacht ‘vol bange geluiden’, ‘onzichtbare monsters’, maar ook ‘lichtjes die me lokten’. En dan keert hij terug naar huis, waar zijn moeder wacht.  
 
De vader die weggaat zonder kenbare reden, is in woord en beeld een gesloten figuur. Een hand met een hoed is het laatste wat we van hem zien. Van de moeder is tot op de slotpagina geen sprake. Er is heel veel afwezigheid in dit verhaal. De jongen vangt zijn tocht aan met zijn vaders hoed op. ‘Dat helpt tegen de regen. / Dat helpt tegen de zon.’, zo gaat de tekst, maar op de prent zitten regen en zon in zijn hoofd. Het is een veelzeggend, helder beeld, dat kwetsbaarheid, hoop en moed uitstraalt.
 
Gaandeweg de reis, nadat de strijd met beren en monsters is gestreden, ebt de actie weg, worden de bladzijden leger. Het donker slaat in alle hevigheid toe. Op een volledig donkergrijs geverfde spread, volgt een nachtdonkere prent van de in zichzelf gesloten jongen op de heuveltop, tegen het licht van de volle maan. Daarna gaat de weg heuvelafwaarts en in het avondlicht terug naar huis. Het figuurtje van de jongen blijft donker -- je ziet hem in tegenlicht -- maar het heldere geel van de lucht neemt het gewicht weg van de voorgaande bladzijden, vol vale en grijze tinten.

Mijn papa kwam de trap af is in zwijgen gedompeld. De symbolische tocht van een verwerkings- en volwassenwordingsproces wordt verteld in een paar beelden en wat schaarse tekst. Twee overliggende bladzijden bevatten telkens een grote prent en een paar lijntjes tekst. Schrijfstijl, beeldtaal en vormgeving suggereren stilte, lege ruimte waarin de tijd ongezien verstrijkt. Neem bijvoorbeeld deze passage, gespreid over drie spreads:
 
‘Onderweg vocht ik  
met beren en wolven.
 
En ook met een draak.
 
Er was geen prinses.’
 
Tussen  de eerste en de derde zin zit een groot en belangrijk verhaal waarvan de lezer niets verneemt. De mentale stappen die de jongen zet, zijn van kardinaal belang, maar Paul Verrept laat wat dat meebrengt aan denkbeelden, emotie en groeipijn tussen de regels vallen. De harde en confronterende conclusie dat het gevecht met zichzelf hem niets oplevert, wordt droog geregistreerd, maar op de volgende bladzijden wacht het donker van een bange nacht met ongekende gevaren.
 
Ongenoemde tijd ligt ook tussen wat er gebeurd is en het moment dat de jongen -- een man intussen? -- zijn verhaal doet. Hij vertelt het in grote lijnen en is uiterst spaarzaam met woorden. Eigenlijk spreekt hij enkel in literaire gemeenplaatsen: de moeilijke weg omhoog, het gevecht met demonen, het mentale dal, de reflectie... Ze fungeren als stapstenen in een groter onderliggend verhaal, dat de lezer zelf moet opdiepen uit woord en beeld, en niet het minst, uit de stilte ertussen. Verrept ziet volledig af van uitleg en is wars van evocatieve termen, en precies dat zwijgen, het weglaten van context en beschrijving, het uitblijven van elk detail zorgt voor een grote intensiteit. Het is de geladen stilte die emotioneert. Dat is de kwintessens van Paul Verrepts werk en de uitwerking is krachtig, want de zwijgzame pagina’s gaan het gaandeweg, naarmate je het verhaal meerdere keren herleest, gewoonweg uitschreeuwen.
 
De laatste prent, waarop de moeder haar zoon begroet met de woorden ‘Je bent gegroeid’, lijkt het begin van een nieuwe fase, waarin eenzaamheid en afwezigheid opgeheven worden. Wat hier vooral het oog treft, is de kleur. Terwijl van cover tot cover koele en sombere tinten overheersen, vlammen hier, in een geïsoleerd moment, oranje-rode tonen op.  
 
De prent heeft iets abstracts, je ziet niet meteen dat twee gezichten tegenover elkaar staan door het grillige lijnenspel ertussen. Bij nader toekijken herken je er een soort ‘vaas van Rubin’ in, een optisch-bedrogbeeld dat in de gestaltpsychologie gebruikt wordt. Eén prent bevat twee beelden. Welke van de twee zie je het eerst? Het is immers onmogelijk om beide tegelijk te zien. Waarmee Verrept zijn boek dus afsluit met een wenk naar de valkuilen van onze perceptie. Wellicht wil je Mijn papa kwam de trap af hierna nog een keer opnieuw lezen, om te kijken wat er tussen tekst en beeld, woord en betekenis onzichtbaar was gebleven.
 
Paul Verrept: Mijn papa kwam de trap af, Davidsfonds/Infodok, Leuven 2019, 26 p. : ill. ISBN 9789002268953. Distributie Standaard Uitgeverij

deze pagina printen of opslaan



‚Äč
ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri