Vanaf zes jaar

JEUGDBOEKEN NR. 3, MAART 2020

Ulf Stark: De weglopers

door An-Sofie Bessemans

8+ - Weglopen: ieder kind heeft er vast wel eens over gefantaseerd. Maar in De weglopers, het laatste boek van de Zweedse schrijver Ulf Stark (1944-2017), is niet het kindpersonage, maar wel zijn opa de aanstoker van een wegloopactie. Stark schetst in een ontroerend verhaal de laatste weken die Klein-Gottfried met zijn oude opa deelt.
 
De opa van Klein-Gottfried is een tijdje na de dood van zijn vrouw in het ziekenhuis beland. Grootvader en kleinzoon hebben een sterke band, waar Klein-Gottfrieds vader helemaal buiten valt. Die laatste is tandarts, toonbeeld van net gedrag, taal en manieren. De grootvader is ‘de baas-van-alle-scheepsmotoren-ter-wereld’: een koppige man die een stevig potje vloekt en voor wie het allemaal wat losser mag. Stark beschrijft de personages consequent maar realistisch. Als ze even uit hun rol vallen, maakt dat hen alleen maar menselijker en milder. Zo heeft papa opa’s trucjes na een tijdje wel door, maar staat hij het oogluikend toe. Omgekeerd biecht opa als het einde nadert op dat hij niet altijd een goede vader is geweest en doet hij zijn best om gebreken uit het verleden recht te zetten.
 
Klein-Gottfried verovert dan weer de lezer als een ‘gewiekst gozertje’, een eigenzinnige jongen met het hart op de juiste plaats die denkt, voelt, handelt en twijfelt. Het is makkelijk sympathiseren met deze kleine jongen die zijn voetbalkleren door de modder rolt om een stiekem bezoek aan opa te verbergen en die opa spaart als hij merkt dat het niet meer onderhouden veldje geen aardappels meer voortbrengt.
 
Humor en troost voeren de boventoon in dit boek over het levenseinde. Het slimme complot waarmee Klein-Gottfried, Ronny/Adam en opa de ouders en verplegend personeel om de tuin leiden om er een nachtje tussenuit te knijpen, zal de lezer ongetwijfeld doen meesmuilen. ‘In de auto werd er niet zoveel gezegd. We waren drie leugenkampioenen en we hadden opa vrij weten te krijgen. We lachten in onszelf, omdat we zo doortrapt waren.’
 
Naast de humor (de krokodillen! De vermeende hersenbloeding van opa!) zijn er ook gezelligheid en de opbouw die dit boek tot de mooiste troost maken. De boottocht langs de Zweedse eilanden, de kaneelbroodjes, de gehaktballetjes en de theelepeltjes vosbessenjam trekken een gezellig kader op, hier goed verbeeld door de sfeervolle illustraties in kleurpotlood van Kitty Crowther. Stark verdient ook lof voor de zorgvuldige opbouw. Veel ligt al verscholen in de eerste zinnen van het boek:  
 
‘De esdoornbladeren voor het ziekenhuis gloeiden rood en goud. Ik stond voor het raam en keek naar buiten. En ik dacht: wat is het toch vreemd dat blaadjes op hun mooist zijn vlak voordat ze van de bomen vallen.’
 
Gaandeweg bereidt Stark de weg voor naar de confrontatie, die hier vooral transformeert in acceptatie. Als ze op reis vertrekken is het duidelijk ‘een bijzondere dag’, ‘het was alsof de goden opa van een blauwe hemel met zonneschijn wilden laten genieten’. Alles ademt de sfeer van de laatste keer uit, zonder dat de toon zwaar wordt. Er is opa die fysiek aftakelt maar dat eerst niet wil toegeven (zijn broek is zogezegd te krap om de heuvel mee te beklimmen), en Klein-Gottfried toont steeds meer zelfstandigheid, bijvoorbeeld als hij het vuur aanmaakt (‘al bij de eerste keer proberen vlamde het vuur op. Er kwam niet eens rook naar binnen.’). Anderzijds wordt de sfeer ook eens prettig onderbroken door spanning, als opa uit bed is verdwenen en Klein-Gottfried voelt dat hij toch maar klein is en het niet alleen kan.
 
Het laatste uitstapje terug naar zijn eigen huis wordt voor opa en Klein-Gottfried heel betekenisvol. In de aanloop naar en het omgaan met de dood enige tijd later blijkt een verhaal heel belangrijk, een uitleg, of die helemaal waar is of een beetje verzonnen doet er eigenlijk niet toe. Klein-Gottfried vindt bijvoorbeeld troost bij Adam die hem vertelt: ‘Hij weet heus zelf wel of zijn hart het aankan of niet. Hij weet verdorie alles van motoren, en het hart is een pomp. Als het al gevaarlijk was, dan vond hij dus dat het dat waard was’.  
 
Klein-Gottfried heeft een prachtig laatste verhaal beleefd met zijn opa om zich aan op te trekken, en Ulf Stark schreef daarmee een prachtig laatste verhaal voor de lezer.
 
Ulf Stark: De weglopers, Querido, Amsterdam 2019, 135 p. : ill. ISBN 9789045123882. Vertaling van Rymlingarna door Edward Van de Vendel. Distributie L&M Books 

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 7, JULI 2020

Brieven in de nacht

Hoda Barakat

De onvolmaakten

Ewoud Kieft

De poort

Natsume Sōseki

Het verschroeide land

Emiliano Monge

Ieder zijn eigen meer

Nenad Joldeski

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 7, JULI 2020

Dick Bruna

Bruce Ingman, Ramona Reihill

Het boek van Jongen

Catherine Gilbert Murdock, Ian Schoenherr (ill.)

Ik heet Reinier en ons huis is afgebrand

Joke van Leeuwen

Offerkind

Rob Ruggenberg

Vogel Vliegop

Julia Donaldson, Catherine Rayner (ill.)

naar overzicht


ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri