Poëzie

BOEKEN NR. 4, APRIL 2020

Ellen Deckwitz: Hogere natuurkunde

door Dirk De Geest

De bundel Hogere natuurkunde van Ellen Deckwitz was afgelopen jaar een van de meest verkochte dichtbundels. De herdrukken volgden elkaar op, en de bundel kreeg een opmerkelijke aandacht in de pers en op allerlei lijstjes van favorieten. Dat succes hangt samen met de ogenschijnlijk toegankelijke manier waarop Deckwitz schrijft, maar beslist ook met het thema van haar bundel, dat nog steeds het geheugen van de Nederlandse samenleving blijft bespoken.
 
In de bundel komt immers een familiegeheim ter sprake, dat vele jaren lang door de grootmoeder is meegedragen. Enkel aan haar kleindochter (het lyrische ik) heeft ze de verhalen verteld over haar jeugd in een gevangenenkamp in Nederlands-Indië tijdens de Tweede Wereldoorlog. Dat relaas vormt de inzet van Hogere natuurkunde, maar veel meer gaat de bundel over het (vruchteloze) verwerken van dat trauma en over de ingrijpende gevolgen daarvan voor de geschiedenis van een familie. Hoewel de klemtoon ligt op de interactie tussen grootmoeder en kleindochter (met heel wat ingebeelde gesprekken), komen ook de andere familieleden ter sprake. Sommigen zijn gewoonweg niet op de hoogte van de dramatische ontwikkelingen, en de grootvader heeft zich zodanig sterk en onverschillig trachten te houden dat hij veel te vroeg is overleden aan een hartkwaal. De jonge generatie heeft daarentegen een ‘normaal’ leven opgebouwd uit onwetendheid.
 
De twee centrale personages daarentegen zijn intens getekend door de historische gebeurtenissen. De grootmoeder heeft aan haar kleindochter een gedeelte van dat geheim meegegeven om het te bewaren voor de toekomst. Zij komt in de bundel vaak aan het woord, al staan haar uitspraken grotendeels tussen haakjes waardoor het misschien gedachten zijn van het lyrische ik, die haar in de mond worden gelegd. Het betreft daarbij geïsoleerde beelden en brokken van herinneringen, fragmenten die tal van traumatische ervaringen suggereren.
 
De oorlogsgebeurtenissen gaan daarbij echter ook over in andere herinneringen, waarbij de secundaire status van vrouwen opvalt: zij zijn maatschappelijk niet meer dan machines om voor een groot nageslacht te zorgen. Die vrouwelijke, in wezen feministische thematiek vormt een intrigerend nevenmotief in de bundel. In dit opzicht is het belangrijk dat de grootmoeder allerlei raadgevingen formuleert, dat zij haar kleindochter voor haar verjaardag een zakmes cadeau doet… Al die kleine gebaren blijken getekend door haar eigen verleden en door de bekommernis om de volgende generaties zoveel mogelijk te wapenen en te beschermen.
 
De kleindochter probeert van haar kant die herinneringen te bewaren door ze in poëzie om te zetten. De bundel is erg associatief maar tegelijk ook hecht gecomponeerd met een aantal reeksen die verspringen tussen heden en verleden, tussen Nederland en de voormalige kolonie, tussen culturen en wereldbeelden. Formeel is er een enorme variatie, van onopgesmukte prozaïsche fragmenten (uitspraken die weigeren zich tot literatuur te laten ‘reduceren’) en lyrische evocaties (zelfs met een uitstapje naar de Japanse haiku, zonder dat genre zonder meer te respecteren). De lyrische ik tracht zo een monument neer te zetten voor de grootmoeder en haar stilzwijgen te doorbreken, maar minstens even belangrijk is de zoektocht naar haar eigen identiteit. De bundel loopt niet toevallig uit op een blik in de toekomst, met de Dodenherdenking die omslaat in een daad van collectief verzet en de weigering om wat gebeurd is stil te houden. Wat vooral opvalt, is hoe, in het licht van dat verzwegen verleden, het heden en de actualiteit een geheel andere kleur krijgen, hoe ze de echo van dat verdrongene met zich meedragen.
 
In de loop van de bundel probeert Deckwitz dat proces van moeizame verdringing (verbergen in een poging om te overleven en te vergeten) te beschrijven met behulp van de natuurkunde. Ze evoceert daartoe het beeld van de dode kamer, een volstrekt geluidloze kamer die erop gericht is alle geluiden van de buitenwereld te bannen, maar die ook omgekeerd alle geluid dat personen in de kamer voortbrengen, dempt en verwijdert. Het is een mooi beeld voor wat met trauma’s gebeurt. De stilte is niet harmonieus, maar geladen, en het spreken kan niet verhinderen dat veel ongezegd blijft. Deckwitz heeft niet alleen een gelaagde en intense bundel tot stand gebracht, zij heeft onmiskenbaar een nog steeds pijnlijke zenuw in de Nederlandse samenleving geraakt.
 
Ellen Deckwitz: Hogere natuurkunde, Pluim, Amsterdam 2019, 80 p. ISBN 9789492928054 

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 10, NOVEMBER 2020

Gesmoorde woorden

Olivier Rolin

Het verdriet van Spanje

Christiane Stallaert

Op weg naar De Hartz

Wessel te Gussinklo

Precieuze mechanieken. Nieuwe gedichten

Erwin Mortier

Tien jaar later

Harry Mulisch

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 10, NOVEMBER 2020

De Baron von Münchhausen

Wouter Deprez, Randall Casaer (ill.)

Gloei; interviews en gedichten.

Edward van de Vendel, Floor de Goede (ill.)

Het sleutelbeengebaar

Hilde Van Cauteren

Sterker dan elk afscheid

Enrico Galiano

Woorden temmen: Van kop tot teen

Charlotte Van den Broeck en Jeroen Dera

naar overzicht


ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri