Nederlands proza

BOEKEN NR. 4, APRIL 2020

Ted van Lieshout: Bloot

door Christophe Van Eecke

Het nieuwste boek van Ted van Lieshout is een bijzondere mystificatie. Naar aanleiding van een oude gravure van terdoodveroordeelden die naakt werden opgehangen, komt de auteur via email in contact met een medewerker van het Amsterdamse Stadsarchief. Tussen de twee ontspint zich een dialoog rond het naakt in de kunst, want dat is het onderwerp van een nieuw jeugdboek waar Van Lieshout aan werkt. Het is echter helemaal niet duidelijk of het hier om een echte dialoog gaat: veel aannemelijker is dat Van Lieshout deze correspondentie als literaire vorm heeft gekozen voor een postmoderne variant op de brievenroman.
 
Het ontwerp werkt in elk geval zeer goed. Naargelang het gesprek vordert, doet Van Lieshout uit de doeken hoe zijn nieuwe boek eruit moet gaan zien, worden afbeeldingen besproken die er al of niet in komen, en groeit in toenemende mate de zorg dat het boek er vast nooit zal komen, mede omdat de nieuwerwetse preutsheid die vandaag voor verlichting doorgaat, het steeds moeilijker maakt om zo’n onkies thema als blote mensen aan kinderen voor te schotelen. De circulaire beweging is duidelijk: de brieven waarin Van Lieshout het plan voor het problematische boek schetst, vormen zelf eigenlijk het boek waarover hij het heeft. De ironie is dan onder meer van dien aard dat hij afbeeldingen opneemt van kunstwerken waarvan hij zegt dat hij er in het uiteindelijke boek onmogelijk een afbeelding van zal kunnen opnemen vanwege het onbetamelijke karakter ervan, en dat hij in de mails uitgebreid onderwerpen bespreekt waarvan hij meent dat ze in zo’n boek onmogelijk zouden kunnen worden besproken.
 
Deze structuur is meer dan een retorische truc. Het is een verfrissende aanpak voor een beschouwend boek over het naakt in de kunst: het vermijdt de didactische toon die te veel inleidende boeken neigt te kenmerken, en bovendien laat het Van Lieshout toe allerhande metareflecties te maken over zijn eigen werk. Er zijn zeer heldere en vaak amusante uiteenzettingen over de onzin van censuur, over de manier waarop de collectieve hysterie over pedofilie een volwassen debat over dat onderwerp onmogelijk maakt, en over de ethische en artistieke keuzes die Van Lieshout zelf heeft gemaakt bij het schrijven van Mijn meneer en Schuldig kind (2017).  
 
De kunsthistorische en iconologische duiding is niet altijd even recht in de leer, en professionele kunsthistorici zullen nu en dan fronsen, maar dat is eigenlijk naast de kwestie: Van Lieshout heeft geen accurate kunstgeschiedenis op het oog, maar wil zijn lezers veeleer uitnodigen tot kijken. Dit is een boek over kijken naar kunst veeleer dan over de kunstgeschiedenis.
 
Tot de meest sprekende passages behoren Van Lieshouts reflecties over de seksualiteit van jongeren, toegelicht met een van zijn eigen gedichten waarin tienermeisjes hun teleurstelling kenbaar maken over het feit dat een kinderlokker hen niet heeft aangerand (want dat was toch spannender geweest dan enkel naar zijn piemel kijken); bedenkingen bij de vraag of het wel betamelijk is voor een schrijver om reeds bij leven zijn archief aan een archief te doneren (wat de opmaat is voor bredere reflecties over privacy en over het verlies van controle over je publieke imago); of notities bij het afbeelden van de kont van God (wat toch de perfecte mannenkont zou heten te zijn). En dat alles met een lichte en speelse toets die de lezer moeiteloos engageert.
 
Ted van Lieshout denkt en schrijft met een zeer open kritische geest, en dat maakt van hem een uiterst kostbaar cultuurgoed in deze barre tijden. Hij gaat daarbij zelfkritiek niet uit de weg en worstelt openlijk met het feit dat hij onwillekeurig aan zelfcensuur doet omdat hij het oordeel van het publiek in acht moet nemen als hij überhaupt een publiek wil bereiken zonder onderweg te worden afgefakkeld op de multimediale platformen die vandaag de rol van schandpaal vervullen (public shaming is eens iets anders dan naakt aan een galg bungelen, maar eigenlijk is het ook weer hetzelfde). Hij is zich eveneens bewust van zijn uitzonderlijke positie in het debat rond pedofilie: net omdat hij zelf als kind een slachtoffer was, kan hij genuanceerde standpunten over pedofielen innemen waarvoor anderen meteen op de morele brandstapel zouden komen. Naar het einde van het boek toe windt hij zich trouwens meermaals op over de afgrondelijke hypocrisie waarmee onze maatschappij de banvloek uitspreekt over pedofielen om daarmee een morele mantel der liefde over de eigen transgressies uit te spreiden.
 
Hoewel dit boek voor volwassenen in de markt wordt gezet, kan men zich inbeelden dat ook kritische tieners ermee uit de voeten kunnen, vooral omdat Van Lieshout kinderen en jongeren serieus neemt, niet alleen in zijn argumenten over hun vermogen om om te gaan met afbeeldingen van menselijk naakt, maar ook door in een directe en toegankelijke taal te schrijven die de drempel voor jongere lezers laag houdt (en preutse of infantiliserende eufemismen vermijdt). Door de briefvorm nodigt het boek ook expliciet uit tot dialoog, waardoor we kunnen stellen dat dit toch vooral een boek is voor zeer intelligente kinderen van alle leeftijden.
 
Ted van Lieshout: Bloot, Querido, Amsterdam 2020, 182 p. ISBN 9789021421025. Distributie Standaard Uitgeverij 

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 10, NOVEMBER 2020

Gesmoorde woorden

Olivier Rolin

Het verdriet van Spanje

Christiane Stallaert

Op weg naar De Hartz

Wessel te Gussinklo

Precieuze mechanieken. Nieuwe gedichten

Erwin Mortier

Tien jaar later

Harry Mulisch

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 10, NOVEMBER 2020

De Baron von Münchhausen

Wouter Deprez, Randall Casaer (ill.)

Gloei; interviews en gedichten.

Edward van de Vendel, Floor de Goede (ill.)

Het sleutelbeengebaar

Hilde Van Cauteren

Sterker dan elk afscheid

Enrico Galiano

Woorden temmen: Van kop tot teen

Charlotte Van den Broeck en Jeroen Dera

naar overzicht


ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri