Vertaald proza

Hans Magnus Enzensberger: De eigenzinnigheid van Hammerstein

door Erik de Smedt

Wie met het werk en de ontwikkeling van de Duitse schrijver Hans Magnus Enzensberger (geb. 1929) vertrouwd is, weet dat je van hem altijd verrassingen kan verwachten. De kritische intellectueel, die steeds zijn bekrompen denkende medeburgers heeft gehekeld, in de jaren '60 (aanvankelijk enthousiast) naar Cuba reisde en o.m. het linkse tijdschrift 'Kursbuch' uitgaf, schreef een literaire biografie over de man die chef was van de Duitse legerleiding toen Hitler aan de macht kwam: Kurt Freiherr von Hammerstein-Equord (1878 -1943). Op en top een man van de adel, liefhebber van de jacht en tegenstander van het communisme. Maar ook een overtuigd tegenstander van Hitler, die zijn kinderen hun eigen weg in het verzet liet gaan: De eigenzinnigheid van Hammerstein.
Vergeleken met de Duitse uitgave, die net zo goed een fictieboek zou kunnen zijn, presenteert de Nederlandse vertaling zich als non-fictie. De ondertitel luidt: 'over de weigering van de hoogste Duitse militair te capituleren voor Hitler'. Dat dit boek meer biografie is dan literatuur, staat buiten kijf. Toch doet die ondertitel het boek ook onrecht aan. In het Duits luidt hij "eine deutsche Geschichte". Dat is niet alleen ruimer ? het boek gaat dan ook over de hele familie Hammerstein en beschrijft gedetailleerd wat zijn kinderen en hun vrienden in de Weimarrepubliek, tijdens en na de oorlog hebben gedaan ? maar het speelt ook met de dubbelzinnigheid van de woorden 'deutsch' en 'Geschichte'. 'Duits' was niet alleen tijdens en vlak na de oorlog een scheldwoord. Het staat al langer (bij sommigen nog steeds) voor een vage mengeling van conservatieve rechtlijnigheid, militarisme en autoriteitsdenken, waar de Hammersteins nu juist een tegenvoorbeeld van zijn. 'Geschichte', dat in het Duits zowel geschiedenis als verhaal betekent, zinspeelt op de literaire vrijheid die de auteur zich tegenover het historische materiaal veroorlooft. Het tachtigtal korte, soms iets langere hoofdstukjes zit weliswaar grotendeels vol feitenmateriaal, gebaseerd op documenten, interviews, memoires en getuigenverklaringen, geïllustreerd met oude foto's en een stamboom op de schutbladen, maar die worden nu en dan afgewisseld door stukjes waarin Enzensberger een subjectievere kijk op de geschiedenis ontplooit. Enerzijds kanttekeningen waarin hij zijn visie op de historische achtergrond belicht, anderzijds conversaties met de doden waarin hij dialogeert met de hoofdrolspelers over hoe zij de feiten hebben ervaren. Dat zij het geregeld niet eens zijn met wat de schrijver hun aan motieven toeschrijft, is het zout in de pap en illustreert ? voor wie daar na lezing van het feitenrelaas nog niet van overtuigd mocht zijn ? ten overvloede de eigenzinnigheid van de familie Hammerstein.
Het boek begint met een cruciale gebeurtenis: Von Hammerstein bereidt zich voor op een moeilijke dag. Hij moet die avond op een diner in zijn dienstwoning in het roemruchte Bendlerblock te Berlijn de pas benoemde rijkskanselier Adolf Hitler ontmoeten. Hij herinnert zich een paar vroegere ontmoetingen met dit "geslepen warhoofd". Sinds 1930 bekleedt Hammerstein de hoogste positie binnen het Duitse leger, zeer tot verdriet van de rechtse partijen, die hem een gebrek aan 'nationalisme' verwijten. Op het ministerie van Defensie noemt men hem "de rode generaal", gezien zijn contacten met het Rode Leger. Op linkse voorkeuren, daar laat Enzensberger geen twijfel over, kan hij nochtans niet worden aangevallen: "wat zijn habitat betrof, was hij een adellijke officier van de oude school". Toch heeft hij veel kritiek op de leiders van de rechtse partijen, die de puinhoop in de binnenlandse politiek van de Weimarrepubliek hebben veroorzaakt. Daarmee zijn al enkele van de draden aangegeven die in de loop van het boek worden gesponnen: de geplogenheden van de Duitse adel, die een voorkeur had voor militaire carrières, de verwarring in de Republiek van Weimar, waar een goede vriend van Hammerstein, de latere rijkskanselier Kurt von Schleicher vergeefs klaarheid in probeerde te brengen, de tegenstelling tussen rechts en links, nazisme en communisme. Hammerstein vreesde vooral Hitlers mateloosheid en heeft een paar keer aan een staatsgreep gedacht, of tenminste aan de uitschakeling van Hitler. De vrees voor een burgeroorlog deed hem echter zijn plannen opbergen. Zijn bewondering voor het Rode Leger had overigens precies te maken met de nauwe band tussen dat leger en de massa's, terwijl hij scherp besefte dat de Reichswehr in politiek opzicht volledig van de arbeidersklasse geïsoleerd was. Tot de merkwaardigste bladzijden behoren die over de pelgrimstocht die Hammerstein in 1929 in het diepste geheim onderneemt: een inspectiereis van drie maanden naar de Sovjet-Unie om er onderhandelingen te voeren en gezamenlijke gevechtsoefeningen bij te wonen. Sinds begin jaren '20 omzeilde Duitsland immers het Verdrag van Versailles op de productie van oorlogsmaterieel door samen te werken met het bolsjewistische Rusland. In september 1933 werd de samenwerking opgeheven.
Van Hitlers rede op het diner met de generaals werd een geheim verslag gemaakt. Drie dagen later kwam het al, gecodeerd, op de centrale van de Komintern in Moskou aan. Twee dochters van Hammerstein onderhielden immers contacten met communisten en gaven hun toegang tot het bureau van hun vader. In een van de postume conversaties spreekt Enzensberger de generaal-majoor daarop aan. Die doet alsof zijn neus bloedt, maar verderop in het boek zijn genoeg aanwijzingen voor zijn stilzwijgende gedoogsteun. Ook de geheime akte van beschuldiging na de Rijksdagbrand, bedoeld voor een showproces tegen de communisten, is dankzij Marie Luise en Helga von Hammerstein aan de inlichtingendienst van de KPD doorgespeeld. De kinderen Hammerstein hadden overigens ook veel contacten met Joodse intellectuelen, en hun vader liet zich in 1933 rapporten van de Gestapo brengen om mensen die zouden worden opgepakt tijdig te waarschuwen.
Bittere bladzijden gaan over de stalinistische zuiveringen in eigen rangen, waar heel wat medewerkers van de KPD het slachtoffer van zijn geworden. Vaak werden de aangevers kort nadien zelf 'persona non grata' en verzeilden in een strafkamp. In een van de stukjes doet Enzensberger niets anders dan een lijstje geven om welke reden iemand bij de communisten in ongenade kon vallen. Daaruit volgt, merkt hij droogjes op, "dat het alleen al vanuit een logisch perspectief onmogelijk was zichzelf te vrijwaren tegen ideologische verdachtmakingen". Het gaat van 'avonturisme' en 'anarchisme (kleinburgerlijk)' tot 'ultralinks' en 'volksvijand' ? 53 verschillende termen. Ongemerkt is dit verhaal over Hammerstein een fragmentarische geschiedenis van het verzet geworden, en van de verblinding waartoe utopistische ideologieën kunnen leiden. Hammerstein zelf heeft eind 1933 zijn ontslag ingediend, bleef daarna in een ondergeschikte generaalsrol in het leger, tot Hitler hem in 1939 weer nodig had en hem opperbevelhebber van het leger aan de Rijn maakte. Ook nu smeedden hogere militairen plannen om Hitler tot een bezoek aan de indrukwekkende troepenmacht in het westen te brengen. "Generaal von Hammerstein was vastbesloten Hitler bij dit bezoek gevangen te nemen en ten val te brengen." Maar Hitler had "een bijna griezelige neus voor persoonlijk gevaar" en zegde het bezoek aan het leger van Hammerstein af. Kort daarna ging Hammerstein opnieuw met pensioen. Toen hij in 1943 overleed, lieten de familieleden de grafkrans die Hitler had bezorgd 'per ongeluk' in de metro liggen.
Twee zonen van Hammerstein waren in juli 1944 betrokken bij de Stauffenberg-aanslag op Hitler, waarna het gezin 'in Sippenhaft' naar kampen werd gedeporteerd, waaruit het gelukkig in 1945 door de Amerikanen werd bevrijd. Enzensberger gaat ook in op de na-oorlogse wederwaardigheden: Marie Therese emigreert met haar man naar Japan en later naar de VS, haar moeder doet haar naam van onconventionele oude dame alle eer aan. Bij de zoveelste douanecontrole van de DDR wordt ze beboet omdat ze Oost-Duitse mark wilde binnensmokkelen. "Ze verklaarde dat ze niet kon begrijpen dat ze als vrouw te voet zo streng werd gecontroleerd. Ze had toch al voor 1945 in een concentratiekamp gezeten." Haar dochter, de overtuigde communiste Marie Luise, die in Oost-Berlijn als advocate werkte, probeerde daarentegen zo lang mogelijk in de DDR te geloven. Ze moest er overigens opnieuw Joodse cliënten in bescherming nemen, nu tegen het verwijt van zionisme.
Dat Hammerstein, oder Der Eigensinn in Duitsland de eerste bestseller van Enzensberger is geworden, heeft zeker te maken met de ruime thematiek, waarbij alle facetten van het politieke denken en handelen in de 20e eeuw vertegenwoordigd zijn. De opdeling in stukjes zorgt voor facettenrijkdom, maar nauwelijks voor cognitieve winst, zoals de botsing van fragmenten in een echte montagetekst doet. Het vertoont dus niet de radicaliteit van het werk van Alexander Kluge en evenmin van Enzensbergers historische montage De korte zomer van de anarchie (Van Gennep, 1977) uit 1971, die het leven en de dood van Buenaventura Durruti, strijder in de Spaanse Burgeroorlog evoceert. Een ouderdomswerk? In zekere zin wel, omdat het afstand neemt van extreme stellingnames, begrip heeft voor ambivalenties en weigert de staf over iemand te breken. Hammerstein wordt nergens geïdealiseerd, maar zijn burgermoed en zelfstandigheid kunnen duidelijk op de bewondering van de auteur rekenen. Zowel links als rechts komt er bekaaid af. Toch is dit geen moedeloos, defaitistisch boek dat het ooit door Roland Barthes aan de kaak gestelde populistische 'ninisme' aanhangt. Door in een levendige compositie afschrikwekkende en (half)goede voorbeelden te tonen, blijft Enzensberger een leermeester in burgerzin.

Hans Magnus Enzensberger, De eigenzinnigheid van Hammerstein, Cossee Amsterdam, 2008, 303 p., ill. € 26,9. ISBN 9789059362307. Vert. van: Hammerstein, oder Der Eigensinn : eine deutsche Geschichte door Brenninkmeijer, Olaf

Oorspronkelijk verschenen in de Leeswolf 2008

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 8, OKTOBER 2021

Aria van professor Bentoné

Dirk Elst

Baron Bagge / Mona Lisa. Twee novellen

Alexander Lernet-Holenia

De gelukzalige jaren van tucht

Fleur Jaeggy

Gare du Nord. Belgische en Nederlandse kunstenaars in Parijs (1850-1950)

Eric Min

Het web van omtrek

Paul Demets

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 8, OKTOBER 2021

Brown girl dreaming

Jacqueline Woodson

De moestuin van Heer Hermelijn en Kereltje Konijn

Elle van Lieshout, Erik van Os, Marije Tolman (ill.)

De omhelzing

David Grossman, Michal Rovner (ill.)

Een tijger in je bed

Bibi Dumon Tak, Ingrid & Dieter Schubert (ill.)

Vluchtweg

Goedele Ghijsen

naar overzicht


ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri