Poëzie

BOEKEN NR. 1, JANUARI 2016

Hedwig Selles: Wie hier binnentreedt

door Dirk De Geest

Hedwig Selles is onderhand al aan haar vierde dichtbundel toe, maar ze kan telkens bij een andere uitgeverij terecht. Dat vergemakkelijkt haar herkenbaarheid als schrijfster niet meteen, want geïnteresseerde lezers moeten heel wat moeite doen om haar vroegere werk (Jaarringen, IJzerbijt en Schadenfreude) te vinden. De titel van haar jongste bundel klinkt op het eerste gezicht onheilspellend: hij doet immers denken aan Dantes beroemde vers ‘Wie hier binnentreedt, laat alle hoop varen’. De dichteres kiest echter voor een andere, hoopvollere invulling: ‘Wie hier binnentreedt doet eerst een wens’. Het leven is weliswaar onvervuld, maar de hoop en de verlangens houden ons overeind. Het ‘verlangen naar schoonheid’ is immers ‘ijdel / en onuitwisbaar’, zoals het in het openingsvers heet. Dat vormt een soort van tegengewicht tegen de wisselvalligheden en de tijdelijkheid van het bestaan.   
Dat besef van de tijd vormt overigens een constante in de bundel. De dichteres is zich niet enkel bewust van de voorlopigheid van het bestaan, ze ziet de menselijke existentie als niet meer dan een ogenblik in een veel langere evolutie. Heel wat gedichten verwijzen naar een voortijd of naar een lange termijn. Ook de manier waarop de dichteres zich identificeert met uiteenlopende dieren past in dat relativerende perspectief. Vaak zijn die (kleine) dieren een soort van alter ego van het dichterlijke ik. Tegelijk zijn dieren niet louter lief, maar kennen ze ook de wreedheid en het cynisme van mensen. Hun bewustzijn is haast menselijk te noemen, tenminste in de projectie die wij daarvan krijgen.

Algemeen aarzelt de bundel tussen dood en leven. Voortdurend gaat de blik achteruit, naar de geboorte of een soort van voorwereldse harmonie die altijd al verbroken lijkt. Anderzijds is de blik vooruit een blik die gericht is op de eindigheid en de dood. Die dood is onontkoombaar, maar daarom niet louterend. Een soort van innerlijke breekbaarheid lijkt wel het enige redmiddel, of in de woorden van het slotgedicht ‘Bladwijzer’:
 
‘Er is geen weg dan in het gistend
gezelschap van kiemend zaad
jezelf in de aarde te storten.’  
 
Geboorte en dood, belofte en voleinding smelten in deze beelden op een treffende wijze samen. Dit is helemaal de stijl van Selles door het gebruik van beeldend taalgebruik en concrete details in samenhang met meer afstandelijke beschouwingen. Wie hier binnentreedt is een bundel met een zeker risico, maar de meerwaarde zal de lezer zeker aantreffen.
 
Antwerpen : Vrijdag 2015, ISBN 9789460013744

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 7, JULI 2020

Brieven in de nacht

Hoda Barakat

De onvolmaakten

Ewoud Kieft

De poort

Natsume Sōseki

Het verschroeide land

Emiliano Monge

Ieder zijn eigen meer

Nenad Joldeski

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 7, JULI 2020

Dick Bruna

Bruce Ingman, Ramona Reihill

Het boek van Jongen

Catherine Gilbert Murdock, Ian Schoenherr (ill.)

Ik heet Reinier en ons huis is afgebrand

Joke van Leeuwen

Offerkind

Rob Ruggenberg

Vogel Vliegop

Julia Donaldson, Catherine Rayner (ill.)

naar overzicht


ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri