Poëzie

BOEKEN NR. 1, JANUARI 2016

Jonathan Griffioen: Wijk

door Dirk De Geest

Jonathan Griffioen debuteert met de bundel Wijk. ‘Wijk’ verwijst allereerst naar het Nederlandse Wijk bij Duurstede, de plaats waar de dichter vandaan komt, maar het substantief kan uiteraard elke wijk oproepen. In ieder geval geeft de titel aan hoe belangrijk de ruimte voor deze poëzie is. In feite is Wijk (of ‘wijk’) zelfs het hoofdpersonage van de bundel. Het is niet enkel een decor, het is in feite de sturende kracht achter de diverse personages. De ruimte is die van een typisch stadje, met zijn supermarkt, zijn portieken, zijn bushokjes. Het is vooral een aaneenschakeling van ruimtes waar jongeren rondhangen, observeren, zich in groep zo stoer mogelijk gedragen. Clichés en grootspraak zijn daarbij niet ver weg. Hoewel de gedichten bevolkt worden door allerlei personages, lijkt Wijk wel een soort van stad van levende doden. De (jonge) personages dolen doelloos rond, richten vernielingen aan, halen dubieuze grappen uit… Erger is evenwel dat op die manier een sfeer van dreiging wordt versterkt. Jodenhaat en racisme zijn aanwezig, en heel wat gedichten roepen bewust de sfeer op van wapens en van de Tweede Wereldoorlog. De aanwezige agressie wordt zo gesymboliseerd maar tegelijk ook geradicaliseerd en uitvergroot.   
Ook de huiselijke kring biedt geen tegengewicht tegen die permanente dreiging. Familiebijeenkomsten zijn niet enkel vervelend en bijzonder routineus, ze versterken nog het gevoel van absurditeit en pose. Het lijkt wel alsof menselijke relaties in Wijk op een robotachtige wijze gespeeld worden. Daarbij vormt het verleden een extra frustrerende factor, ongeacht of dat belichaamd wordt door herinneringen, verhalen of liedjes. Ook de cultus van Jehova wordt op bespottelijke wijze voorgesteld. Voor de lezer heeft het allemaal de indruk alsof Sartre en het existentialisme hier op een verhevigde manier zijn teruggekeerd.
 
Veel van de intensiteit die toch wel van deze bundel uitgaat heeft te maken met de koele, sterk cynische manier waarop alles wordt geregistreerd. Het lijkt wel of de verteller geen enkele empathie heeft, noch met de overige personages, noch met zichzelf. Alles in deze bundel ademt losers, mensen die verloren lopen in een banale omgeving, zonder thuis maar ook zonder illusies. Eenzaamheid is troef. Het lijkt wel een omgeving die onder een soort van bezettingsregime kreunt of een wereld waarin zombieachtige wezens de toon aangeven. Dat alles wordt op een bijzonder beklemmende manier neergezet. De haast terloopse toon draagt nog bij tot de intensiteit. Toch mist deze bundel over het algemeen vormkracht. Veel van de gedichten sommen een aantal mededelingen op of vertellen een anekdote zonder dat de vorm extra betekenis bijdraagt. De strofebouw, de versvorm, de beelden… blijven over het algemeen secundair ten opzichte van de inhoud. In dat opzicht is hier een beloftevol auteur aan het woord, maar het zou best kunnen dat Griffioen al snel overschakelt op het schrijven van proza.
 
Amsterdam : Lebowski 2015, 80 p. ISBN 9789048829460  

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 7, JULI 2019

De grote verkilling

Geert van Istendael

Kamers antikamers

Niña Weijers

Verlaten

Jane Harper

Verwondering

Aharon Appelfeld

Winterlaken

Micha Andriessen

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 7, JULI 2019

Adres onbekend

Susin Nielsen

Mag je haaien aaien?

Katrijn De wit, Inge Rylant (ill.), Laura Bergans (design)

Niet te stoppen

Angie Thomas

Ploef

Espen Dekko, Mari Kanstad Johnsen (ill.)

Zo slapen dieren

Jiří Dvořák, Marie Štumpfová (ill.)

naar overzicht


ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri