Poëzie

BOEKEN NR. 1, JANUARI 2016

Jan Veulemans: Omzien

door Jooris van Hulle

‘Een dichter op verkenning uit / wordt gaandeweg zichzelf.’: zo luiden de slotverzen van het gedicht ‘Samenleving’. De verzen vatten perfect samen wat Jan Veulemans (geb. 1928) voor ogen stond met zijn bundel Omzien. Geen door onrust en dadendrang gedreven zoektocht naar een eigen plaats in onze vaak doldraaiende maatschappij, maar een ‘omzien’ in sereniteit en vanuit het besef dat de ‘Eindscore’ (de titel van het slotgedicht) uiteindelijk bepaald wordt door de dood. Ook op dit punt is geen sprake van  opstandigheid:   
‘Dood is begin
van wat ontgaat aan de verbeelding
toegang tot bovenwerelds licht
ontraadseling van het mysterie ,
dood is het laatste
maar het volmaakte
gedicht.’  
 
Veulemans maakt binnen zijn klassiek opgebouwde gedichten de balans op van wat hem in het leven heeft gevormd en hem een attitude heeft aangereikt die zich het best laat omschrijven als een aanvaarden-in-wijsheid. Voorafgaand aan de drie afdelingen waaruit de bundel is opgebouwd, staat het programmatische titelgedicht ‘Omzien’. Opvallend hoe hier het woord ‘spelenderwijs’ het hele gedicht cyclisch omarmt om uit te monden in deze slotverzen:
 
‘wij ontdekten de schepping 
ontdekten onszelf
liepen naar eeuwigheid
spelenderwijs.’
 
Welke thema’s verder ook aan bod komen - van natuurgedichten tot verzen die gericht zijn op door hem bewonderde kunstenaars - duidelijk is dat Veulemans blijvend een zoeker is geweest: ‘Ik wandel op zoek naar een mens / op zoek naar een moederland.’ (uit: ‘Op zoek’) En ook: ‘Leven was zeilen naar de dood / broosheid verkennen / lichtval nochtans van hoop / en dat je aan geluk moet wennen.’ (uit: ‘Gelukkig geweest’).  
 
Veulemans blijft, aansluitend bij eerder verschenen werk, ‘een man op een helling van dromen’. Zijn gedichten openen, zonder de werkelijkheid de rug toe te keren en de ogen te sluiten voor wat fout loopt in onze samenleving, op een rustige en bedaarde wijze de blik op een wereld-achter-de-dingen. Dat het lezen, en er direct aan gerelateerd: het schrijven, de dichter en de lezer in een hecht verbond samenbrengt, is heel betekenisvol:  
 
‘Het leven laat zich deels ontleden
in woorden uit de schrijverspen
en wat al eeuwenlang gedijd
  als zin en als bestemming
komt mij als lezende terzijde.’
(uit: ‘Lezen’)
 
Dat bij dat alles Gezelle mee figureert in de afdeling ‘Blijvenden’, mag dan  ook geen verwondering wekken. Veulemans wijdt een kort, maar in zijn beknoptheid juist veelzeggend gedicht aan hem: ‘Om van de wereld te genezen / omdat hij ziener is en stem / schepping en schepsels mij ontcijfert / herlees ik hem.’   
 
Antwerpen : De Vries-Brouwers 2015, 60 p., ISBN 9789059274464

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 1, JANUARI 2020

De hemel boven Lima

Juan Gómez Bárcena

Fantastische nacht en andere verhalen

Stefan Zweig

Houthakken

Thomas Bernhard

Toch. Nagelaten werk

Armando

Waagstukken

Charlotte Van den Broek

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 1, JANUARI 2020

ABZzz... Een slaapverwekkend alfabet

Isabel Minhós Martins, Yara Kono (ill.)

Aladdin

Sjoerd Kuyper (bew.), Sylvia Weve e.a. (ill.)

Het vuur in mij

Erin Stewart

Meisjes en kunst. De 50 meest vernieuwende vrouwelijke kunstenaars wereldwijd

Rachel Ignotofsky

Niemand ziet het

Dolf Verroen, Charlotte Dematons (ill.)

naar overzicht


‚Äč
ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri