Nederlands proza

BOEKEN NR. 3, FEBRUARI 2016

Peter De Voecht: Slachtvlinders

door Wim Naeyaert

Peter De Voecht (1982) is van vele markten thuis: doctor in de Amerikaanse literatuur, redacteur van het driemaandelijkse Gierik & Nieuw Vlaams Tijdschrift en schrijver van kortverhalen, gedichten en scenario’s. Met zijn debuutroman Slachtvlinders voegt hij daar een nieuw genre aan toe. De flaptekst situeert het boek op het kruispunt tussen Kubricks A Clockwork Orange en het stormachtige van The Road en dat komt akelig dicht in de buurt.
  Slachtvlinders is een haast obsessieve uitwerking geworden van het idee van de herhaling en de symmetrie. Döppeler en E., de twee hoofdpersonages die zich beurtelings hoofdstukken toe-eigenen, wonen in een dystopische versie van Antwerpen. Het is een inktzwarte, verkankerde wereld geworden waarin het voortdurend regent en stormt, en de nacht het lijkt te winnen van de dag:   
 
‘Dan de vlinder.  
Hangend voor het raam. Fladderend. Z’n kleine fragiele vleugels ploegen de lucht om en ik wil die vleugels breken, ze afrukken, bang als ik ben voor de storm die zal komen. Ik ken de geur van regen die de straten laat spiegelen als de nacht. De vlinder staat voor alles wat hetzelfde blijft. Gisteren: de vlinder. Morgen ook.’
 
De symmetrie die we bij de vlinder op de cover zien, is ook doorgedrongen tot de twee hoofdpersonages. De misantroop en schrijver Döppeler probeert lege bladzijden te vullen maar wordt voortdurend gestoord en probeert zich angstvallig volledig af te schermen van de buitenwereld. Het steeds weer proberen en mislukken is een spiraal waaruit ook E. zich niet kan losrukken wanneer hij ’s nachts de straten op gaat om iemand in elkaar te timmeren of zelf klappen te krijgen om dan de volgende dag dwangmatig alles opnieuw in gang te zetten. Döppeler en E. zijn elkaars vertrouwde antipode waarbij de ene overdag leeft en de andere ‘s nachts, de ene met woorden aanvalt en de andere met gebalde vuisten, de ene binnen leeft en de andere buiten.
 
De dystopie wordt verpersoonlijkt in hun dierbare personen voor wie ze veel liefde koesteren. Ellis, de kleine zus van E., ligt vastgekluisterd aan haar bed in het ziekenhuis door een woekerende kanker. Döppeler durft niet meer in de buurt te komen van zijn vrouw, van wie hij machteloos en besluiteloos vervreemdt. De hele stad wordt voortdurend angstaanjagend en unheimlich weergegeven:  
 
‘De restanten van de storm, de nastorm van de nieuwe dag. Afgeknakte takken, omgeslagen bomen, vuil dat in alle richtingen is geblazen, weggesmeten tussen de oude stammen, mengt zich met de modder. De stad is in het park gemorst.’
 
Slachtvlinders is met zijn symmetrie en herhaling een boek geworden voor de oplettende lezer. De donkerzwarte wereld is perfect weergegeven en wordt zo nu en dan gecontrasteerd met lichtpunten die des te feller schitteren tegen hun achtergrond. Het is geen boek waar je zou in willen wonen, maar wel een dat je zou moeten lezen.  
 
Haarlem : In de Knipscheer 2015, 229 p. ISBN 9789062658718  

deze pagina printen of opslaan



‚Äč
ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri