Poëzie

BOEKEN NR. 5, MAART 2016

Bernlef: Reflecties

door Dirk De Geest

Toen Bernlef in 2012 overleed, bleef op de uitgeverij een aantal gedichten liggen die hij net daarvoor had opgestuurd. Dat nagelaten werk is nu samengebracht onder de titel Reflecties. Die titel geeft goed aan waar het Bernlef het grootste deel van zijn loopbaan als auteur om te doen is geweest. Met de nauwgezette waarneming als vertrekpunt gaat de dichter op zoek naar de mechanismen van het kijken, van het herkennen, het bedenken en het begrijpen. Daarbij komen nog de processen van verbeelding en herinnering. Kortom, Bernlef gaat op zoek naar de aard van de cognitie die de mens in staat stelt om een heel eigen perspectief tegenover de wereld in te nemen.
 
In Reflecties neemt Bernlef daarbij niet in eerste instantie zijn persoonlijke belevenissen als vertrekpunt – al zijn die autobiografische elementen nooit ver weg --, maar gaat hij indirect te werk, via uiteenlopende kunstenaars met wie hij zich verwant voelt. De legendarische Griekse dichteres Sapfo en de moderne Amerikaanse Elisabeth Bishop duiken hier samen op met de atonale componist Anton Webern. Elk krijgen ze een eigen afdeling van samenhangende gedichten toebedeeld, en telkens is daarbij ook sprak van een enigszins andere schriftuur.
 
De gedichten over Sapfo lijken wel filosofische mijmeringen over de liefde en de vergankelijkheid. Het betreft daarbij grotendeels fragmentarische notities, net zoals van de Griekse liefdesdichteres uit de Oudheid vrijwel uitsluitend fragmenten zijn overgeleverd. Op sommige momenten beschrijft Bernlef episodes uit haar dichterschap en haar leven in de derde persoon, maar elders lijkt hij zich als ik met haar poëzie te identificeren. De stemmen van verleden en heden lopen dan in elkaar over. Dat is geen toeval, want veel van de korte gedichten cirkelen rond toekomst en verleden, rond onzekerheid en terugkeer, rond de voorlopigheid van het menselijke bestaan in een ruimere kosmische samenhang. Dat leidt vaak tot drieregelige, haast haiku-achtige notities met een vrij beschouwend karakter. Zoals bijvoorbeeld het volgende:
 
‘Waar is de opslagplaats van strelingen
worden ze ergens bewaard
of heb ik ze meegegeven aan wie ik ze schonk?’
 
Het zijn de typische Bernlefthema’s: het verband tussen blijven en verliezen, tussen concrete objecten en mentale voorstellingen, tussen ervaringen en de resten daarvan in de herinnering. Deze reeks toont de typische Bernlef van het vroegere werk, maar op een nog meer conciese, uitgepuurde manier.

De andere afdelingen liggen in dezelfde lijn, maar ze lijken toch minder afgewerkt. De notities bij de atonale componist, zijn even bondig maar doorgaans abstracter. De titel van die afdeling, ‘Voorbijgaande aard’, geeft exact aan waar het deze aantekeningen om te doen is; veel van hen formuleren een gebeurtenis en het einde ervan, dat soms als een voltooiing maar soms ook als een onderbreking wordt beschreven. Tegelijk wordt in deze reeks opnieuw vooral de concrete kwetsbaarheid belicht, en vaak is er ook uitzicht op hoop, op een nieuwe toekomst. De reeks ‘Glossy’ is daarentegen volstrekt anders, ook wel lichtvoetiger van toon. Ze roept een jong meisje op van deze tijd; haar bestaan is oppervlakkig, en eigenlijk beseft ze dat ook wel. Tegelijk blijft ze geloven in facebook, snoepreisjes, sushi en de vele symbolen van deze tijd. Dat leidt tot een soort van weemoed in de toon van deze langere gedichten. Ze spreken een argeloosheid en een naïviteit uit, maar de dichterlijke stem (die over alles heen blijft klinken) doorziet de ijdelheid en de voorlopigheid van wat hier als ‘bestaan’ moet gelden. De slotreeks bevat enkele vertalingen van verzen van Elisabeth Bishop, een dichteres met wier werk Bernlef meer dan een halve eeuw vertrouwd is geweest. Het lijkt erop dat de teksten niet helemaal voltooid waren, maar wat voorligt is boeiend genoeg.

Reflecties
laat, met andere woorden, voortreffelijk zien wat Bernlef als dichter heeft betracht. Het gaat eerder om een bevestiging van zijn rijpe dichterschap dat om een hoogtepunt daarvan – dat viel bij een postume publicatie ook niet meteen te verwachten --, maar dit sluitstuk stelt geenszins teleur. Een boeiende en diepe bundel van een uitermate origineel dichter.

Amsterdam : Querido 2016, 83 p. ISBN 9789021400754

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 7, JULI 2020

Brieven in de nacht

Hoda Barakat

De onvolmaakten

Ewoud Kieft

De poort

Natsume Sōseki

Het verschroeide land

Emiliano Monge

Ieder zijn eigen meer

Nenad Joldeski

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 7, JULI 2020

Dick Bruna

Bruce Ingman, Ramona Reihill

Het boek van Jongen

Catherine Gilbert Murdock, Ian Schoenherr (ill.)

Ik heet Reinier en ons huis is afgebrand

Joke van Leeuwen

Offerkind

Rob Ruggenberg

Vogel Vliegop

Julia Donaldson, Catherine Rayner (ill.)

naar overzicht


ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri