Poëzie

BOEKEN NR. 5, MAART 2016

Henk Ester: E-groot is rood : bijgeluiden XX t/m XXXII

door Dirk De Geest

Henk Ester vat zijn tweede dichtbundel duidelijk op als een element in een omvattender oeuvre. De ondertitel, ‘Bijgeluiden xx t/m xxxii’, verwijst duidelijk naar zijn debuut, Bijgeluiden, dat in 2013 verscheen en meteen werd bekroond met de Buddingh’-prijs. De titel van de bundel alludeert dan weer op de autonomie van de literatuur, en ruimer van de kunst, die haar betekenis enkel intern tot stand brengt, door de schikking van woorden en beelden. Het is het antwoord van de Franse componist Messiaen op de vraag van een dirigent om verduidelijking van sommige passages in zijn muziek.

Ester wil, met andere woorden, vooral de klemtoon leggen op het vermogen van de taal tot exploratie. Het vers brengt nieuwe betekenissen en nieuwe visies tot stand, eerder dan een spiegel van de realiteit of de rechtstreeks weergave van emoties te willen zijn. Die aandacht voor de taal als constructie is duidelijk door de opbouw van de bundel. Elke reeks ‘Bijgeluiden’ is doorgenummerd en bestaat uit exact vijf teksten (ook al zijn er bijvoorbeeld maar drie of vier daarvan opgenomen in de feitelijke bundel). Sommige van die afdelingen zijn titelloos, andere dragen als titel een werkwoord, en de slotafdeling heet gewoon ‘Van’.

Veel van de gedichten vertrekken van de werkelijkheid, maar die nauwgezette waarnemingen, samengebald in korte indrukken, vormen niet meer dan het vertrekpunt. Niet toevallig is sprake van ‘wegkijken’ en ‘wachten’ in plaats van het verwachte ‘kijken’. Het gaat de dichter om de verdere beschouwing, wat aan zijn poëzie zowel een filosofische als een poëticale dimensie geeft. Ester denkt na, overweegt, vraagt zich af, en hij wil bij de lezer dezelfde attitude teweegbrengen. In plaats van het doelgerichte komt zo het geduldige, het afwachtende, het uitstellende. Dat leidt ertoe dat in deze bundel aan kunst (met inbegrip van de eigen poëzie) een bijzonder belangwekkende functie wordt toegekend: het vermogen om dat oneindige op te roepen, om mentaal verder te raken dan wat er feitelijk in de woorden staat. De dichter heeft het bijvoorbeeld over ‘tellen, vertellen, het verschil vertalen’, een woordcombinatie waarbij elk miniem verschil een aanzienlijke betekenisverschuiving met zich meebrengt: ‘vertalen’ wordt daardoor ook letterlijk ‘omzetten in taal’. Die overtuiging wordt krachtig opgeroepen in een aantal natuurtaferelen, maar ook in de gedichten die handelen over verwante kunstenaars, van Morandi tot Armando. Telkens zoekt Ester bewust de grens op van het tastbare en het verwoordbare, en dat doet hij ook in zijn tweede bundel met verve.
 
Amsterdam : De Arbeiderspers 2016, 73 p. ISBN 9789029539524 

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 7, JULI 2020

Brieven in de nacht

Hoda Barakat

De onvolmaakten

Ewoud Kieft

De poort

Natsume Sōseki

Het verschroeide land

Emiliano Monge

Ieder zijn eigen meer

Nenad Joldeski

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 7, JULI 2020

Dick Bruna

Bruce Ingman, Ramona Reihill

Het boek van Jongen

Catherine Gilbert Murdock, Ian Schoenherr (ill.)

Ik heet Reinier en ons huis is afgebrand

Joke van Leeuwen

Offerkind

Rob Ruggenberg

Vogel Vliegop

Julia Donaldson, Catherine Rayner (ill.)

naar overzicht


ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri