Ierse literatuur

BOEKEN NR. 9, AUGUSTUS 2016

Schrijven en geld: * Heropleving van de Ierse literatuur na de economische crash

door Kris van Zeghbroeck

In de herfst van vorig jaar bracht Justine Jordan onder de titel ‘A new Irish literary boom : the post-crash stars of fiction’ (The Guardian 17.10.2015) een nieuwe generatie Ierse schrijvers onder de aandacht die in het spoor van de recentste Ierse economische depressie, de kop opstak.  Vanuit dat oogpunt wordt de daaraan voorafgaande Ierse  literatuur van de voorspoedige ‘Celtic Tiger years’ omschreven als conservatief, nostalgisch en seksueel onderdrukt, terwijl voor de nieuwe lichting auteurs adjectieven als dynamisch, radicaal, origineel en gedurfd gebruikt worden. Het verschil wordt in belangrijke mate aan het geld toegeschreven: ‘Money kills the imagination. It makes us want the same thing’, benadrukt in 2016 de verteller van Claire Kilroy’s toen-nabije-toekomst-roman The Devil I Know (2012), en legt daarmee een satirische vinger op het bankroet van het Ierse economische wonder.

In 2010 schoffeerde de naar Berlijn uitgeweken Ierse auteur Julian Gough zijn collega’s door Ierse schrijvers ‘a priestly caste, scribbling by candlelight, cut off from the electric current of the culture’ te noemen. In die tijd floreerden historische romans ‘concentrating on deprivation and emigration, rural poverty, famine and the power of the church’. Gough stelde dat ‘Irish literature had gotten smug and self-congratulatory during the boom; lots of novels about how terrible Ireland’s past was, with all its sexual repression and poverty’. Ouderwetse lyrische erfgoedliteratuur zonder enige vorm van het experimentalisme dat de Ierse literatuur wereldberoemd maakte.

De financiële crash van 2008 heeft uiteindelijk een nieuwe revival in de Ierse literatuur teweeggebracht. Eigenlijk werkte het economische succes van Ierland contraproductief voor de literaire ontwikkeling. Volgens Claire Kilroy  waren er niet veel belangrijke debuten tijdens de economische hoogdagen: ‘Back then, by becoming a literary writer, you were pretty much setting yourself in opposition to the dominant ideology of the time, which was to make money, buy property and spend ostentatiously. I would suggest that a large proportion of my generation has been artistically neutered, for the time being at least.’

Zelfs gevestigde schrijvers als Anne Enright (begin dit jaar de eerste Laureate for Irish Fiction) voelde de economische boom als vervreemdend aan. Terwijl met de economische crisis het aloude romantisch aandoende Ierse adagio ‘If you can’t get a job, you might as well write’ opnieuw de kop opsteekt. Het grote verschil met de vorige boom in de Ierse literatuur van de jaren negentig (met schrijvers als Anne Enright, Roddy Doyle, Colm Toíbín en Sebastian Barry) is dat het epicentrum van de grote Londense uitgeverijen verschoven is naar de kleine dynamische Ierse uitgeverijen die de vinger aan de pols hebben. Een symbolische verschuiving, weg van de starre internationale concerns en het grote geld.

Het voorbije decennium heeft het spraakmakende literaire magazine The Stinging Fly (‘new writers, new writing’) een eigen imprint opgestart waar auteurs als Kevin Barry, Colin Barrett en Mary Costello debuteerden. Volgens Julian Gough was Stinging Fly bepalend in 'changing the landscape of Irish fiction, issue by issue, book by book'. Daarbij is het opvallend dat kortverhalen, die door grotere uitgeverijen gezien worden als moeilijk te verkopen, de levensader vormen van de heropleving van de Ierse literatuur.

Onder het motto: ‘Only publish stuff that’s so exceptionally exciting it makes us want to set ourselves on fire and jump out of a window; be ballsy; never stray too far from the slush pile’, heeft de jonge uitgeverij Tramp Press haar succes gebouwd op het debuut van Sara Baume en de herwerking van James Joyce’s kortverhalen door nieuwe en gevestigde auteurs in de bloemlezing Dubliners 100. Kleine uitgeverijen zoals Galley Beggar Press geven ademruimte aan experimentele fictie zoals het debuut van Eimear McBride, en florerende e-zines zoals Gorse en Banshee dragen sterk bij tot de dynamiek van de nieuwe Ierse literatuur. Toch moet er op langere termijn teruggevallen worden op de oude gevestigde structuren van de Irish Arts Council en de Ierse filialen van de grote Britse uitgevers om het succesverhaal verder uit te bouwen.

Of we het nu hebben over meer gevestigde auteurs als Paul Murray, Kevin Barry en Donal Ryan of debutanten als Eimear McBride, Sara Baume, Lisa McInerney en Colin Barrett, er is een duidelijke dynamiek aan het werk binnen de Ierse literatuur die aangezwengeld werd door de economische crisis. In de bijdrage van Justin Jordan waarop dit stuk gebaseerd is, wordt met gemak nog een tiental namen genoemd die een rol zouden spelen binnen die vernieuwende Ierse literatuur. Daarbij zitten mensen die al jaren geleden vertaald werden in het Nederlands als Keith Ridgway, Julian Gough, Tana French, Colin Barrett, Paul Murray en Claire Kilroy, maar net zo goed bij ons nog te ontdekken namen als Oona Frawley, Lisa McInerney, Donal Ryan, Danielle McLaughlin, Caitriona Lally, Gavin Corbett en Rob Doyle.  Feit is dat recenter met uitgaven van Paul Murray, Kevin Barry, Eimear McBride, Sara Baume en Mary Costello we die dynamiek in Nederlandse vertaling verder kunnen opvolgen.

Kevin Barry

Sara Baume

Mary Costello

Eimear McBride

Paul Murray

Bron: Justine Jordan: ‘A new Irish literary boom : the post-crash stars of fiction’ (The Guardian 17.10.2015)

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies



ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri