Vertaald proza

BOEKEN NR. 13, DECEMBER 2016

Nir Baram: Een land zonder grenzen. Een Israëlische schrijver reist door de bezette gebieden

door Ludo Abicht

In 2016 publiceerde de Joods-Amerikaanse romanschrijver Ben Ehrenreich het relaas van zijn reis door bezet Palestina, The Way to the Spring. Life and Death in Palestine (Penguin Press). Daarin beschrijft hij vanuit Palestijns standpunt de tragische, vaak absurde maar altijd hopeloze situatie waarin de Palestijnen zich in de bezette gebieden bevinden. Ik weet niet of Ehrenreich en Baram elkaar ontmoet hebben of zelfs kennen, maar de lectuur van beide boeken naast elkaar is bijzonder informatief.  
 
Ook in Een land zonder grenzen beschrijft een Joods auteur, in dit geval een Israëli die onder meer voor de progressieve krant Haärets werkt, bijna hetzelfde gebied en dezelfde mensen. Bijna, want Baram, die intussen al in eigen land en in de wereld bekend was geworden met zijn roman Wereldschaduw (2015), betrekt ook Joodse kolonisten, religieuze dwepers en utopische vredesactivisten bij zijn verhaal. Ook is hij als Israëli nog veel meer bij het conflict tussen Israël en de Palestijnen betrokken dan de Amerikaan Ehrenreich. En toch komen er in beide boeken verrassend identieke passages voor, onder meer wanneer de auteurs proberen te begrijpen wat er achter bepaalde groteske, voor een buitenstaander onbegrijpelijke administratieve maatregelen schuilt. Een vergelijking tussen beide benaderingen dringt zich dan ook op, maar dit is niet het onderwerp van deze recensie.
 
Een land zonder grenzen bestaat uit een reeks afzonderlijke hoofdstukken, waarvan sommige trouwens al eerder in Haärets verschenen waren. Maar het geheel leest als één aaneengesloten verhaal, waarin alle betrokkenen de kans gekregen hebben hun visie op het conflict, of hun gebrek aan belangstelling ervoor, uitvoerig en volgens mij ook waarheidsgetrouw te presenteren. Onder ‘waarheidsgetrouw’ moet men hier begrijpen: ‘volgens hun eigen diep doorvoelde, sterk geargumenteerde of aan de publieke opinie aangepaste versie van die waarheid.’  
 
Deze manier van werken heeft het voordeel dat men geen opiniërende, maar zo authentiek mogelijke verslagen leest over wat er in de verschillende publieken leeft. De auteur stelt wél kritische en pertinente vragen, om zijn gesprekspartners de kans te geven hun ‘waarheid’ (mening, opinie, analyse) ondubbelzinnig te verwoorden, zodat het aan de lezer toekomt uit deze losse, onsamenhangende puzzel van veelal gepassioneerde standpunten een beeld te ontwerpen van de complexiteit van het probleem. En hoewel hijzelf (en zijn krant) tot het traditioneel ‘linkse’ (lees hier: Asjkenazische, westers gerichte, open zionistische) kamp behoort en dat op geen enkel moment verbergt, is hij erin geslaagd geloofwaardige verslagen van zijn gesprekken met bijvoorbeeld uitgesproken antisemitische Hamas-aanhangers en al even fanatieke ultraorthodoxe kolonisten te brengen, die voor een Europees lezer aan het karikaturale grenzen of die grens af en toe ver overschrijden.  
 
Hoe verzoen je bijvoorbeeld jonge yeshivastudenten die alle ‘Arabieren’ (hun term voor Palestijnen) zo snel mogelijk massaal willen deporteren met Palestijnse activisten die in het Palestina van morgen geen enkele plaats voor de Joden willen openhouden? Hebben de orthodoxe ultrazionisten die een paar keer per dag provocatief onder politiebegeleiding tussen de Al Aqsamoskee en de Rotskoepel wandelen gelijk, wanneer ze zeggen dat, indien zij niet het recht hebben Oost-Jeruzalem en de Tempelberg te ‘bevrijden’, hun progressief zionistische tegenstanders dan ook niet het recht hebben zich in Jaffa (Yafo) of Haïfa te vestigen? Heeft het zin op basis van een wetenschappelijk humanistische exegese aan beide groepen te zeggen dat de strijd om de ‘heilige graven’ van Hebron in feite much ado about nothing is, omdat we helemaal niet zeker zijn van het bestaan van al die patriarchen en matriarchen?
 
Tegenover deze militante en exclusieve toepassingen van de godsdienst(en) plaatst Baram het verhaal van de kleine groepen van religieuze vredesstichters uit het jodendom, het christendom en de islam, mensen die zich zelfs niet door nieuwe aanslagen en repressailles laten afschrikken om de dialoog voort te zetten, maar die integendeel geloven (het woord is hier op zijn plaats) dat een verdiepte kennis van de andere tradities en open gesprekken tussen gelovigen de basis vormen voor een mentaliteitsverandering die de vastgeroeste en moreel of praktisch onaanvaardbare vijf klassieke opties zou kunnen doorbreken (de onhoudbare status quo, de twee-staten oplossing, de ene bi-nationale staat, de definitieve verdrijving van de Palestijnen uit Israël en de bezette gebieden en, tenslotte, de uitputtingsslag die van de Palestijnen voorgoed een verslagen en onderworpen volk zou maken zoals bijvoorbeeld de native Americans in de VS).

Het is duidelijk dat Nir Baram aan deze dialoog de voorkeur geeft, maar hij is eerlijk genoeg om toe te geven dat het hier voorlopig slechts om een heel kleine minderheid van Palestijnen en Israëli’s gaat. In die zin zou men kunnen zeggen, zoals weleer Marx over de monarchist Balzac, dat zijn boek heel wat feiten en argumenten verzamelt die zijn eigen humanistische voorkeur althans voorlopig in de weg staan. Het feit dat hij echter geen enkel taboe uit de weg gaat, of het nu gaat om de terroristische daden van Palestijnen of om de Israëlische staatsterreur, pleit in zijn voordeel: nu geen enkele andere oplossing een kans lijkt te hebben gekregen is het nuttig en wellicht noodzakelijk nieuwe en andere wegen te verkennen, ni de réussir pour persévérer.

De Nederlandse tekst wordt ontsierd door erg storende spellingfouten (‘hoe de muzikant zijn luisteraars betoverd’ (blz 76); ‘waarmee de levens van miljoenen Palestijnen kunnen worden beheersd’ (blz. 160); ‘wordt het hart verleidt te geloven’ (blz. 182) enzovoort. Een magistraal auteur als Baram verdient een dergelijke ondermaatse vertaling niet.
 
Amsterdam : De Bezige Bij 2016, 271 blz. Vert. van Haerets meëver leharim door Sylvie Hoyink. ISBN 9789023499442

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 7, JULI 2019

De grote verkilling

Geert van Istendael

Kamers antikamers

Niña Weijers

Verlaten

Jane Harper

Verwondering

Aharon Appelfeld

Winterlaken

Micha Andriessen

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 7, JULI 2019

Adres onbekend

Susin Nielsen

Mag je haaien aaien?

Katrijn De wit, Inge Rylant (ill.), Laura Bergans (design)

Niet te stoppen

Angie Thomas

Ploef

Espen Dekko, Mari Kanstad Johnsen (ill.)

Zo slapen dieren

Jiří Dvořák, Marie Štumpfová (ill.)

naar overzicht


ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri