Letterkunde

BOEKEN NR. 6, JUNI 2017

Doeschka Meijsing: Hoe verliefd is de lezer?

door Jo Vanderwegen

In 2016 verscheen, na de postume publicatie van een aantal verhalen (Kauwgomkind , 2012), een selectie uit de dagboeken van de Nederlandse schrijfster Doeschka Meijsing (1947-2012), En liefde in mindere mate – dagboeken 1961-1987. Hier al kwam Meijsings grote liefde voor literatuur aan bod, een liefde die trouwens op zeer jonge leeftijd begon. Lezen en schrijven was voor haar zoals eten en ademen: essentieel om te overleven. De veelbekroonde schrijfster werd in de eerste plaats vooral bekend door haar romans en verhalen, maar daarnaast publiceerde ze ook tal van geschriften in haar 'bijbaan', zoals ze dat zelf noemde. Hierbij bedoelde ze haar meer essayistische, analytische teksten voor tijdschriften, de lezingen waar ze voor gevraagd werd, en andere werken in opdracht.  
 
Dankzij de inzet van haar voormalige echtgenote, de journaliste Xandra Schutte, is nu duidelijk zichtbaar door wie of wat Meijsing werd geïnspireerd en gestuurd. En het voelt net als een goudzoeker die terugkeert naar waar hij ooit goud vond, zoals Meijsing het zelf formuleerde: haar vaste thema's en liefdes keren ook in deze essays terug. Van de actrice Sophia Loren, over de Griekse dichter Simonides uit de zesde eeuw voor Christus, de Nederlandse auteur Simon Vestdijk tot de Rus Vladimir Nabokov – ze passeren allemaal de revue. Overlappingen en herhalingen zijn hierbij onvermijdelijk omdat de lezingen en artikelen steeds weer een ander publiek hadden. Uiteindelijk put een schrijver steeds weer uit dezelfde bron om zijn werk tot stand te brengen.
  
Door deze essays samen in één boek te publiceren komen ook voor de lezer die niet vertrouwd is met het volledige oeuvre van Meijsing de grote thema’s uit haar oeuvre duidelijk naar voren. Zo is er de met Simonides gedeelde fascinatie voor het geheugen, getuige hiervan haar openingsrede aan de TU Delft, waar zij ageerde als gastschrijver. Simonides op zijn beurt was de grondlegger van de mnemotechniek en ook de Argentijnse schrijver J.L. Borges – trouwens door Meijsing ook zeer bewonderd en vaak geciteerd - was eveneens gegrepen door de werking van het geheugen (dit komt tot uiting in bijvoorbeeld zijn verhaal Funes el memorioso). Borges was overigens al in het debuut van Doeschka Meijsing (De hanen en andere verhalen, 1974) aanwezig.

Kortom, Hoe verliefd is de lezer? biedt een staalkaart van de onderwerpen die Meijsing gedurende dertig jaar schrijverschap tot de hare maakte: geheugen, tijd, film. In de essays hanteert ze gelijke hoge kwaliteitsnormen; ze weet ernstige onderwerpen op een lichte toon te benaderen; haar schrijfstijl blijft even sprankelend en weloverwogen als steeds. De essays zijn onderverdeeld naar onderwerp: ‘Over schrijven en lezen’, ‘Over bewonderde schrijvers en boeken’ en ‘Over andere liefdes’. Niet alleen voorziet Schutte het boek van een verantwoording (waarin ze kort uiteenzet waar ze de deels ongepubliceerde teksten vond), maar ook van een inleiding waarin ze het waarom van de uitgave verklaart.
 
Hoe verliefd is de lezer? is daarbij niet alleen nuttig voor de huidige generatie lezers. De essays houden namelijk in herinnering wat Doeschka Meijsing betekende voor de Nederlandse literatuur. Bovendien brengen ze schrijvers in beeld die vandaag helaas nog maar weinig gelezen worden, zoals Simon Vestdijk en Menno ter Braak. En of dat alleen niet genoeg is: Meijsing gaat zo boeiend in op de denkwijze van Rudy Kousbroek in diens Anathema's dat de lezer haast niet kan wachten Kousbroeks oorspronkelijke werk nog eens te herlezen.
 
Het in herinnering houden en onderstrepen van het belang van schrijvers als Rudy Kousbroek, Simon Vestdijk of Dick Hillenius is een van de grote verdiensten van de publicatie van het non-fictiewerk van Doeschka Meijsing. Dat ook Doeschka Meijsing zelf vandaag opnieuw en terecht haar plaats opeist in de literaire canon is een onvermijdelijke, maar bovenal gelukkige consequentie van de hernieuwde aandacht die er sinds haar overlijden voor haar oeuvre bestaat.
 
Amsterdam : Querido 2017, 312 p. ISBN 9789021404424. Distributie L & M Books

deze pagina printen of opslaan



‚Äč
ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri