Nederlands proza

BOEKEN NR. 8, SEPTEMBER 2017

Joost Vandecasteele, Jeroen Los: Bella. Roman in beelden

door Tom Rummens

‘Bella is niet bedoeld voor de eeuwigheid, maar voor nu’, staat er op de achterflap van deze ‘roman in beelden’, als een soort waarschuwing voor wie nog zou geloven dat literatuur eeuwigheidswaarde had. Dat heeft het voor Joost Vandecasteele in elk geval niet, althans niet volgens hemzelf, en vooral niet voor zover het zijn eigen schrijverij betreft. 

Urgentie, noodzaak, hier en nu: dat zijn dan weer wél de krachtlijnen in Vandecasteeles eigengereide poëtica. Ook Bella kan je best zo bekijken: als een vlijmscherp, genadeloos mes, gemaakt om het heden te fileren en van daaruit de toekomst een grauw, onaangenaam hard gezicht te geven. Romantisch is het allemaal niet, maar spannend des te meer.
  
Bella is geen roman en ook geen stripverhaal, maar een roman in beelden, zo staat het op de cover. Je zou ook kunnen zeggen: een geïllustreerde monoloog, maar dat klinkt natuurlijk minder spannend. Feit is dat tekst en beeld eerder naast elkaar staan dan dat ze echt een verbond aangaan. Al geven de razend gevatte tekeningen van Jeroen Los wel nog extra diepgang aan de sowieso al van intensiteit en grinta doordesemde woorden van Vandecasteele.
 
Bella, het hoofd- en titelpersonage, is een bijzonder meisje dat op de superduper snelweg belandt om er nooit meer weg te geraken. De autostrade is ontzaglijk breed en loopt vlak langs de evenaar, de hele wereld rond, met afritten op alle continenten. Het is een van de buitenissige verzinsels zoals ze alleen aan het brein van Vandecasteele lijken te kunnen ontsnappen. Bella is een vogel voor de kat, eenzaam blijft ze achter in deze harteloze wereld van beton, als enige voetganger op een woeste plek waar grote auto’s roekeloos voorbij zoeven en haar opgestoken duim negeren:
  
‘Haar lijf kapot en bezweet, een vurige pijn in al haar pezen. Om te blijven overleven en niet te worden overreden, schuift ze langs de vangrail, buitenspiegels slechts millimeters van haar buik. Elke toeter als een brullend beest in haar oor. Elke luchtverplaatsing als een stomp in de rug.’
 
Het gaat van kwaad naar erger in het doorgedreven pessimistische toekomstscenario dat Bella uiteindelijk is. Een rondrijdende gevangenis, een wereld zonder vaders, een vernieuwde versie van de Verenigde Staten, met 812.426 politieke partijen en evenveel presidenten, waaronder ook een president die ‘verkondigt dat het nooit meer beter wordt. Dat ondergang de enige vooruitgang betekent. Ziek zijn het nieuwe gezond. Kots het nieuwe voedsel.’
 
In Bella bevestigt Vandecasteele zijn talent om als een bezeten duivel de hopeloosheid van onze hedendaagse condition humaine te schetsen. Genadeloos en consequent laat hij geen spaander heel van welk greintje hoop dan ook. In Jeroen Los vond hij de ultieme sparring partner, een man die de woorden van Vandecasteele van een pikdonker beeldend universum wist te voorzien.  
 
Het is nog een voorzichtig huwelijk, en het is spijtig dat deze ‘roman in beelden’ niet toch wat meer wist te verbinden tussen de teksten en het beeld. En toch hoop ik dat Bella meer is dan een tussengerecht in het gruwelijk relevante oeuvre dat Vandecasteele de jongste jaren bij elkaar schreef, en dat hier de kiem ontstond voor een samenwerking die verder mag gaan.
 
Joost Vandecasteele, Jeroen Los: Bella, Lebowski Amsterdam, 2017, 92 p. : ill. ISBN 9789048838028. Distributie: L&M Books

deze pagina printen of opslaan



‚Äč
ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri