Nederlands proza

BOEKEN NR. 8, SEPTEMBER 2017

Luc Vancampenhout: De Fantoomgod

door Jooris van Hulle

De hersenwetenschap dringt steeds dieper door in het menselijke brein; in zoverre zelfs dat, zoals Luc Vancampenhout noteert in de verantwoording bij zijn roman De fantoomgod, ‘de eenentwintigste eeuw ongetwijfeld de eeuw van de hersenwetenschap wordt.’ In hoeverre deze niet meer te stoppen evolutie ook invloed zal hebben op het godsbesef, blijft tot hiertoe een open vraag.  
 
Vancampenhout vond in de uitspaken van neurochirurg Dirk De Ridder als zou het godsbesef gesitueerd kunnen worden in de menselijke hersenen inspiratie voor De fantoomgod. Dat aan de roman verder ook een citaat van Etienne Vermeersch vooraf gaat (‘Er is maar één weg naar de waarheid: de wetenschappelijke methode’) plaatst het geheel ervan onmiddellijk in een duidelijk omlijnd perspectief. Hoofdfiguur in de roman is neurochirurg Lars de Ruyter. Hij is verbonden aan het Centrum voor Experimenteel Neurologisch Onderzoek, dat wist te scoren met een experimentele behandeling van zware alcoholverslaving. Dat het CENO een prijs heeft gekregen voor dit baanbrekend onderzoek geeft hem de gelegenheid meteen ook zijn visie uit te spreken over de toekomst:

‘Wat is de mens? Neurologen zoeken het antwoord in de hersenen. […] We zijn aanbeland op een cruciaal keerpunt: gedachten zijn niet de taal van ons bewustzijn, gevoelens zijn niet de taal van ons hart, gedachten en gevoelens zijn de taal van onze honderd miljard hersencellen.’
 
En verder ziet hij ook een taak weggelegd voor de wetenschapper van de 21ste eeuw:
  
‘Hij is ervan overtuigd dat de wetenschap ooit de wereld zal bevrijden van irrationaliteit en obscurantisme, van pastoors en profeten, van goeroes en genezers.’  
 
Dat hij zich daarmee in het oog van de storm begeeft, wordt snel duidelijk. Hij wordt letterlijk en figuurlijk belaagd door een godsdienstfanaat die zich aan het hoofd heeft gesteld van een niets of niemand sekte die zonder onderscheid des persoons het geloof in een reddende God wil verspreiden en levend houden. Zonder dat een en ander voor Lars aanvankelijk ineen juist perspectief kan worden geplaatst - binnen deze verhaallaag legt Vancampenhout een aantal feiten bloot die wegen op zijn persoonlijke familiegeschiedenis – blijft De Ruyter strijden voor zijn opvattingen. Het is de verdienste van Vancampenhout dat hij, naast de gedrevenheid van de wetenschapper, ook ruim aandacht besteedt aan de gemoedsbewegingen die zijn hoofdfiguur tekenen als mens: er is de relatie tot zijn vader, er is de moeizaam verlopende manier waarop hij zijn vrouw Ann benadert. Die is zelf, om redenen die pas in de loop van het verhaal duidelijk worden, in een zware depressie verzeild geraakt.
  
Met zijn aanpak van een niet voor de hand liggende thematiek weet Luc Vancampenhout de lezer echt te overtuigen. Hoe het beroemde Michelangelo-fresco waarop God en Adam staan afgebeeld een bijna motiefbepalende rol komt spelen, hoe de theorieën van C. G. Jung in het verhaal worden ingepast, hoe de bijna-doodervaring waar al zoveel om te doen is geweest, hier ingrijpend mee het verloop van het relaas over Lars’ zoektocht bepaalt: het maakt van De fantoomgod een roman die tot aan het slot weet te boeien.
 
Luc Vancampenhout: De Fantoomgod, Lannoo, Tielt 2017, 269 p. ISBN 978940144224.

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 10, NOVEMBER 2017

Antigone in Molenbeek

Stefan Hertmans

De vrouw met het rode haar

Orhan Pamuk

Een zachte hand

Leïla Slimani

Hotel Moederland

Yusuf Atılgan

Zuivering

Tom Lanoye

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 10, NOVEMBER 2017

Brobot

James Foley

Helemaal aan de rand van mij, ben jij

Agnès de Lestrade, Valeria Docampo (ill.)

Twintig parels

Ed Franck, Martijn Van der Linden (ill.)

naar overzicht


ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri