Letterkunde

BOEKEN NR. 8, SEPTEMBER 2017

Peter Janzen en Frans Oerlemans: Willem Kloos (1859-1938): O God, waarom schynt de zon nog

door Christophe Van Eecke

Willem Kloos was meer dan een god in het diepst van zijn gedachten: in de ogen van zijn tijdgenoten was hij een gigant van de Nederlandse poëzie en de man die, zowel door zijn eigen gedichten als door zijn creatie van De Nieuwe Gids, de moderne dichtkunst in de Nederlandse literatuur introduceerde. Zijn historisch belang als scharnierfiguur van de moderne Nederlandse literatuur staat buiten kijf, en zijn dichtkunst blijft, zeker wat zijn beste werk betreft, ook vandaag nog overeind.  
 
Het werd dan ook tijd dat Kloos een wetenschappelijke biografie kreeg.
Kloos’ leven leest als een aaneenschakeling van drank, geldgebrek, overspannen vriendschappen, wanen en crises, – kortom: bijna het clichébeeld van de gekwelde dichter die ondanks (of net omwille van) zijn eindeloze misère een literaire gigant wordt. Alleen is het bij Kloos geen cliché: de man was drankzuchtig, paranoïde, stelde onmogelijke eisen aan zijn vriendschappen, en testte constant het uithoudingsvermogen van zijn vrienden met eindeloze vragen om geld en steun.
 
Wat daarbij opvalt, is het engelengeduld waarmee zijn vrienden dit alles ondergingen en Kloos niet lieten vallen. Zelfs niet nadat hij hen had geschoffeerd in een reeks beruchte schimpgedichten. Wat ook heel sterk uit de biografie naar voor komt, is de bijna onwezenlijke tweespalt tussen de vaak bijna totale ontreddering en ontsporing van de persoon Willem Kloos en de schijnbaar moeiteloze virtuositeit van zijn poëzie, waaruit gelukkig ook uitgebreid wordt geciteerd. Kloos’ beste sonnetten blijven ook na meer dan een eeuw ronduit indrukwekkend: wat deze man met onze taal vermocht, hoe hij haar naar zijn hand zette en er ritmes en betekenis aan ontlokte, blijft verwonderen.
  
De auteurs putten in hun verhaal uitgebreid uit primaire bronnen, en met name uit de briefwisseling van alle betrokkenen. Dit resulteert in een rijkdom aan citaten, soms van lange stukken tekst, die het verhaal verlevendigen. Het geeft een bijna documentaire directheid aan een verhaal dat anders makkelijk afstandelijk had kunnen worden. Bovendien onthouden de auteurs zich van Hineininterpretierung en wordt er bijvoorbeeld niet gespeculeerd over de seksualiteit van Kloos. De extreem romantische afhankelijkheid die Kloos cultiveerde ten aanzien van Jacques Perk, Albert Verwey, Pet Tideman, en anderen wordt uitgebreid gedocumenteerd, maar niet beoordeeld. De lezer kan zelf conclusies trekken (of niet). Pas aan het einde van het boek gaan de auteurs kort op deze kwestie in, en dan met name om te suggereren dat homoseksualiteit zeker niet zonder meer mag worden verondersteld. Op dat moment wagen ze zich ook aan de suggestie dat Kloos mogelijk een borderlinepersoonlijkheid had. Die hypothesen bevinden zich echter in het nawoord en zijn zorgvuldig gescheiden van de eigenlijke biografische reconstructie.
 
Het grootste deel van de biografie is enerzijds gewijd aan de gloriejaren: de uitgave van het werk van Perk (met Kloos’ inleiding als beginselverklaring van de moderne poëzie in het Nederlands), het oprichten van De Nieuwe Gids en de triomf van Verzen; en anderzijds aan de neergang die volgde toen de redactie van De Nieuwe Gids uiteenviel met een dispuut over het socialisme dat leidde tot vijandschappen en zeer publieke afrekeningen (onder meer in artikels die in het tijdschrift zelf werden gepubliceerd).  
 
Daarna ging het bergaf met Kloos, die verzonk in drankzucht en uiteindelijk in een krankzinnigengesticht terechtkwam. Gedurende deze hele periode, die in het boek bijzonder levendig en vaak ook aangrijpend wordt opgeroepen, blijven zijn vrienden Kloos trouw, zelfs nadat hij hen publiekelijk is afgevallen. Frederik van Eeden zal de getergde dichter naderhand zelfs lange tijd in huis nemen, een daad waar de achterdochtige Kloos hem later niet bepaald dankbaar voor was.  
 
De enige figuur die in dit hele verhaal wat onderbelicht blijft, is Hein Boeken, die een van Kloos’ trouwste vrienden was, en ook lange tijd met hem samenwoonde, maar die als individu niet helemaal uit de verf komt (in tegenstelling tot Van Eeden, bijvoorbeeld, die afwisselend in goed en minder goed licht verschijnt, zodat een genuanceerd en soms ook wat ontluisterend beeld van hem ontstaat). Boeken is een constante aanwezige in Kloos’ levensverhaal, maar deze intrigerende figuur had in zijn individualiteit wat meer op de voorgrond mogen worden gebracht.  
 
Ook de laatste drie decennia van Kloos’ leven, waarin zijn talent taande en zijn literaire belang omgekeerd evenredig afnam met de toename van de officiële erkenning, worden in enkele korte hoofdstukken afgehandeld. Al valt er over die schemerjaren ongetwijfeld minder nieuws, en ook minder belangwekkends, te melden dan over de hoogtepunten in Kloos’ leven en werk. Wat in deze late periode wel wordt benadrukt, is de belangrijke rol die Kloos’ echtgenote Jeanne speelde met haar onvermoeibare inzet om De Nieuwe Gids levend te houden en haar man af te schermen voor die elementen in de buitenwereld die zijn wankele psychische evenwicht zouden kunnen verstoren. 

Willem Kloos (1859-1938): O God, waarom schynt de zon nog
is een uitstekende biografie. De aanpak is wetenschappelijk rigoureus, waarbij de auteurs de bronnen laten spreken in plaats van zichzelf. De stijl is vlot en meeslepend, maar de toon is nuchter en kritisch. Er is een uitvoerige documentatie in het notenapparaat en bibliografie. En er is vooral ook een indrukwekkende collectie illustraties, die een echte meerwaarde vormen omdat ze de lezer helpen zich een beeld te vormen van de wereld waarin Kloos leefde en van de mensen met wie hij die wereld deelde. Het boek is ook prachtig vormgegeven en biedt alles dat men redelijkerwijze van een uitmuntende literaire biografie mag verwachten. De biografie leest ook als een roman en brengt historische literaire figuren tot leven op een manier die aanspoort om ook hun werk opnieuw ter hand te nemen. Gelukkig verscheen dan ook gelijktijdig, eveneens bij Vantilt en met een nawoord van beide biografen, een heruitgave van Kloos’ Verzen die men zeker niet links mag laten liggen.
 
Peter Janzen en Frans Oerlemans, Willem Kloos (1859-1938): O God, waarom schynt de zon nog!, Vantilt, Nijmegen 2017, 407 p. ISBN 9789460043222


deze pagina printen of opslaan



‚Äč
ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri