Nederlands proza

BOEKEN NR. 9, OKTOBER 2017

Anna Enquist: Een tuin in de winter. Herinneringen aan Gerrit Kouwenaar

door Katja Feremans

Toen ze elkaar voor het eerst ontmoetten in 1992 op Poetry International in Rotterdam konden Gerrit Kouwenaar (1923-2014) en Anna Enquist (1945) het uitstekend met elkaar vinden. De grondslag van hun vriendschap vat zij als volgt samen:   
  
‘Er was in hem een behoefte, een lege ruimte waar ik in paste. Ik schoof daar in en voelde me thuis. Zo onmiddellijk en meteen dat je haast een klikgeluid hoorde’.
 
Hij was een van de ouderdomsdekens op het poëziefestival in Rotterdam, zij won er met haar bundel Soldatenliederen de C.Buddingh’-prijs voor het beste poëziedebuut. Geregeld waren ze in de jaren die volgden, allebei van de partij op dezelfde literaire excursies. Samen lachen, roken, praten en een glas drinken versterkte hun band. Mettertijd betrokken ze ook hun wederhelften in hun omgang. Zo brachten ze jaarlijks onder hun vieren een zomervakantie door in het huis van Gerrit Kouwenaar en zijn vrouw in Zuid-Frankrijk.

Met veel warmte schildert Anna Enquist een beeld van Kouwenaar als een vrij egocentrische man, die zich bewust was van zijn eigen talent en van zijn plaats in de Nederlandse letteren, maar toch bleef hunkeren naar bevestiging en erkenning. Voor nieuwe communicatietechnieken, moderne snufjes en veranderingen sloot hij zich koppig af. Hij blokkeerde wanneer dood, verlies of ziekte het leven ging beheersen van iemand die hem na aan het hart lag – een mantra in het boek is hoe het noodlot vaak plots toeslaat, dikwijls als gevolg van een val.
 
Toen de ouderdom Kouwenaar parten begon te spelen, nam Anna Enquist meer en meer de rol op zich van zorgzame dochter. De poëzie stond evenwel nooit buiten spel. Hij bleef er bijvoorbeeld van overtuigd dat een gedicht ‘een ding was van taal, zonder enige verdere bedoeling’. Vurig verdedigde hij tijdens een etentje dat er geen troost van te verwachten was. Bernlef en Anna Enquist gingen echter in de tegenaanval. Goede poëzie, poëzie die je onthield, waar je iets aan had, raakte volgens hen altijd gevoelens. Bernlef wees Kouwenaar erop dat diens bundel totaal witte kamer (2002) wel degelijk lezers troostte en net daarom zoveel herdrukken kreeg. Daarop sputterde Kouwenaar tegen dat die bundel niet zoveel verschilde van de hermetische, meer taaltechnische verzen die hij eerder schreef. En zo bakkeleiden ze tot diep in de nacht verder.

Als bedding voor haar herinneringen haalt Anna Enquist meermaals gedichten aan van Kouwenaar, citeert ze uit eigen werk en een paar keer ook uit dat van anderen. Ze komt zelf in beeld, maar wil het duidelijk vooral over haar overleden kompaan hebben. Helemaal chronologisch kan ze hun tweeëntwintig jaar bestrijkende vriendschap niet meer reconstrueren. Ze maakt ook geen aanspraak op historische of feitelijke exactheid. Zoals de gebeurtenissen zijn opgeslagen in haar geheugen, zo heeft ze ze beschreven, in hoofdzaak om ze niet te vergeten.
 
Anna Enquist: Een tuin in de winter. Herinneringen aan Gerrit Kouwenaar, De Arbeiderspers, Amsterdam 2017, 166 p. ISBN 9789029514248. Distributie: L&M Books

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 9, OKTOBER 2017

Couperus in de Oriënt

José Buschman

De buurjongen

Jan Siebelink

Het verkoolde alfabet

Paul de Wispelaere

The night

Rodrigo Blanco Calderón

Werk werk werk

Christophe Van Gerrewey

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 9, OKTOBER 2017

Een nacht op het strand

Elena Ferrante, Mara Cerri (ill.)

Het bos slaapt

Rébecca Dautremer

Optimisme is dodelijk

Susin Nielsen

naar overzicht


‚Äč
ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri