Letterkunde

BOEKEN NR. 9, OKTOBER 2017

José Buschman: Couperus in de Oriënt

door Christophe Van Eecke

In 1921 publiceerde Louis Couperus een reisboek met verslagen van een reis door Noord-Afrika. De teksten waren oorspronkelijk in opdracht van de Haagsche Post geschreven, waarin ze als feuilleton verschenen, en waren vooral bedoeld om de reiziger een aantal praktische tips aan de hand te doen voor reizen naar Algerije en Tunesië.

Vandaag is het boek vooral interessant als een inkijk in het Oriëntalisme van de late negentiende en vroege twintigste eeuw: de obsessie met de cultuur van het Nabije Oosten, maar in de praktijk vooral Noord-Afrika. Het waren met name Algerije, Tunesië en Marokko die talloze schrijvers en schilders aantrokken die op zoek waren naar de sfeer van het Oosten, naar hun eigen Salomé, en naar de exotische Ander (een mode die, samen met de rest van de Victoriaanse cultuur, nieuw leven werd ingeblazen in de jaren ‘60, toen menig artistiek figuur richting Marokko trok op zoek naar hasj en exotische knapen).

In deze studie, die een herziene en uitgebreide versie is van haar eerdere Een dandy in de Oriënt (2009), plaatst José Buschman de reisbrieven van Couperus in hun historische context. Daarbij heeft ze me name aandacht voor het Oriëntalisme in Couperus’ gehele oeuvre, maar ook voor de praktische context (Couperus’ desillusie met de romanvorm en zijn beslissing om enkel nog kortverhalen te schrijven; de nood om via reisbrieven ook brood op de plank te brengen) en de bredere culturele context. Met name dat laatste is belangrijk en verhelderend.

Zoals Buschman aangeeft, is het niet eenvoudig om te achterhalen wat Couperus tijdens zijn reis in Noord-Afrika heeft gemotiveerd. Er zijn nogal wat lacunes die de onderzoeker graag gevuld zou zien, maar waarbij het bronnenmateriaal in gebreke blijft. Buschman probeert dit op te lossen door haar onderzoeksterrein te verbreden en ook te gaan kijken wat andere schrijvers en kunstenaars (zowel Nederlandse als internationale) in de Oriënt gingen zoeken, wat ze ervan vonden, en hoe ze erover rapporteerden. Daarbij valt bijvoorbeeld op dat Couperus bijna volledig voorbijging aan de ondergeschikte positie van de vrouw in de landen die hij bezocht.

Buschman levert met dit boek een belangrijke bijdrage aan het Couperus-onderzoek. Doorheen de verschillende hoofdstukken brengt ze niet alleen de reisbrieven zelf thematisch in kaart, maar geeft ze de lezer ook toegang tot de relevante contexten die verhelderen wat en waarom Couperus schreef (enige herhaling is daarbij onvermijdelijk, maar stoort niet). Ze doet dat in een heldere en toegankelijke stijl die toch (mede door het uitgebreide notenapparaat) wetenschappelijk verantwoord is. Ze zoekt vaak de nuance op en weerstaat de verleiding van de makkelijke conclusies. Bovendien ziet het boek er ook gewoon verrukkelijk uit: prachtig vormgegeven op kwaliteitspapier, en met een eindeloze stroom illustraties die het betoog van de auteur wezenlijk aanschouwelijk maken.  

Dit is dan ook een boek dat iedere Couperus-fanaat zeker zal willen lezen. Het is echter ook van belang voor iedereen met een (persoonlijke of wetenschappelijke) interesse in het Oriëntalisme. Maar zelfs voor de argeloze lezer die onverhoeds dit boek in handen krijgt, biedt Couperus in de Oriënt een schat aan verrukkingen die stimuleren om verder te lezen: in Couperus, of in het Oriëntalisme.

José Buschman: Couperus in de Oriënt, Bas Lubberhuizen, Amsterdam 2017, 191 p. ISBN 9789059375017. Distributie: Elkedag Boeken

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 9, OKTOBER 2017

Couperus in de Oriënt

José Buschman

De buurjongen

Jan Siebelink

Het verkoolde alfabet

Paul de Wispelaere

The night

Rodrigo Blanco Calderón

Werk werk werk

Christophe Van Gerrewey

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 9, OKTOBER 2017

Een nacht op het strand

Elena Ferrante, Mara Cerri (ill.)

Het bos slaapt

Rébecca Dautremer

Optimisme is dodelijk

Susin Nielsen

naar overzicht


‚Äč
ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri