Nederlands proza

BOEKEN NR. 10, NOVEMBER 2017

Griet Op de Beeck: Het beste wat we hebben

door Katja Feremans

Midden in een zaak verlaat Lucas, de rechter in hoogsteigen persoon, de zittingzaal en keert niet meer terug. Hoe hij vervolgens bij de brug belandt waar jaarlijks een veertiental mensen afspringen, is hem onduidelijk. Zeker is wel dat het eenentachtig meter hoge, lelijke bouwsel hem in die mate aantrekt dat hij een bod doet op het huis dat er vlakbij te koop staat en het zo weet te regelen dat hij er meteen kan gaan wonen.
 
In de ogen van Isabelle, zijn vrouw ‘van constructiestaal’, is zijn vreemde demarche een laffe vlucht. Zelf gelooft hij een nieuwe levensmissie te hebben gevonden: mensen die geen uitweg meer zien ervan weerhouden om van de brug te springen.
 
De verhalen van de radelozen die hij op of bij de brug aanspreekt, blijven vrij oppervlakkig. In journaaltaal worden er maatschappelijke wanpraktijken in afgehaspeld, zoals de mistoestanden in rusthuizen en gevangenissen. Gevoelskwesties worden dan weer verpakt in modieuze psychotherapeutische boodschappen, waarin Griet Op de Beecks eigen wijd en zijd verkondigde geloof in de maakbaarheid van de mens doorklinkt: ‘ge kunt wat u in de weg zit vastpakken en veranderen’.
 
Zal Lucas zijn gerieflijke bestaan met Isabelle weer oppikken, ook al schenkt het hem nauwelijks nog voldoening? Wat moet er worden van de tienjarige Riley die het thuis noch op school makkelijk heeft en zich aan Lucas hecht? Suzanne, zijn door incest beschadigde zus, verblijft sinds haar twintigste vanwege een dissociatieve stoornis in een psychiatrische inrichting. Ze voelt alles wat haar naasten aanbelangt haarscherp aan, maar komst slechts stamelend uit haar woorden. Zal zij nog beter worden? Al deze kwesties jagen de roman onmiskenbaar vooruit.
 
Griet Op de Beeck voert haar personages vaak pratend op. Ze drukken zich consequent uit in de gij-vorm. Hun alledaagse manier van spreken volstaat evenwel niet om hen te bezielen. Als types zijn ze best herkenbaar, maar door en door tot leven komen ze niet.
 
Tussen de regels gebeurt er weinig, zij het dan dat het incestthema, dat pas gaandeweg wordt aangesneden, al vanaf de eerste bladzijde door de roman waart, nu de schrijfster heeft bekend, dat ze zelf tussen haar vijfde en haar negende door haar vader misbruikt is geweest. Uitgesproken bevreemdend is de manier waarop Lucas in Het beste wat we hebben zoveel jaren na datum in zijn ouderlijke omgeving ten einde raad gerechtigheid wil forceren voor zijn zus, maar ook voor zichzelf, want het knaagt aan hem dat hij altijd zwijgend aan de zijlijn heeft gestaan.
 
Het benauwende van een ongemakkelijke ouder-kindrelatie is wel goed voelbaar, zoals in deze compacte scène:  
 
‘Zijn vader zat in de leren fauteuil, zijn moeder stond bij het raam. Ze keken op, hun nekken die zich simultaan strekten, dieren die onraad roken’.  
 
Veel van de gebruikte metaforen zijn echter minder geslaagd en in zijn geheel blijft de roman vlak en schetsmatig ondanks de verwoestende thema’s. Het beste wat we hebben is het eerste luik van een trilogie. In de nog op til zijnde boekdelen zal Griet Op de Beeck dezelfde vertelstof behandelen vanuit het perspectief van twee andere betrokkenen.

Griet Op de Beeck: Het beste wat we hebben, Prometheus, Amsterdam, 2017, 318 p. ISBN 9789044629378. Distributie: WPG Uitgevers

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 10, NOVEMBER 2017

Antigone in Molenbeek

Stefan Hertmans

De vrouw met het rode haar

Orhan Pamuk

Een zachte hand

Leïla Slimani

Hotel Moederland

Yusuf Atılgan

Zuivering

Tom Lanoye

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 10, NOVEMBER 2017

Brobot

James Foley

Helemaal aan de rand van mij, ben jij

Agnès de Lestrade, Valeria Docampo (ill.)

Twintig parels

Ed Franck, Martijn Van der Linden (ill.)

naar overzicht


ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri