Vertaald proza

BOEKEN NR. 10, NOVEMBER 2017

Orhan Pamuk: De vrouw met het rode haar

door Hamide Dogan

Orhan Pamuks nieuwste roman, De vrouw met het rode haar, is een dunner boek dan we van hem gewend zijn, maar zeker niet minder rijk. De gelaagde roman leest als een modern sprookje met het aan Pamuk toevertrouwde thema de relatie tussen oost en west, dit keer verpakt in een vader-zoon relatie.

De roman, die je vanaf de eerste bladzijde het verhaal in trekt, bestaat uit drie delen. In het eerste deel groeit de jongeling Cem zonder vader op bij zijn moeder. Zijn vader is uit beeld verdwenen vanwege zijn politieke praktijken en mogelijk een andere vrouw. Om te kunnen studeren moet hij werken en gaat in de leer bij de waterputtenbouwer Mahmut. Meester en leerling gaan aan de slag in het kleine plaatsje nabij Istanbul, Öngören. In een bloedhete, rotsige vlakte graven ze dag na dag steeds dieper in een put om er water te vinden. Cem hecht zich aan de autoritaire en charismatische verhalenverteller Mahmut als aan een vader, maar hij is ook bang voor hem.
 
‘Mijn vader had zich nooit om mij bekommerd zoals mijn baas. Ik had nooit de gelegenheid gehad om een hele dag met hem op te trekken, zoals ik dat nu met hem deed. Maar mijn vader had me ook nooit met zo’n minachtende blik aangekeken. Als ik me schuldig voelde, was dat omdat ik het idee had dat mijn vader in de gevangenis allerlei verschrikkelijks moest doorstaan. Waarom wilde ik hem gehoorzamen, waarom wilde ik steeds maar bij hem in de smaak vallen? Soms als we samen de windas stonden te draaien probeerde ik mezelf dapper die vragen te stellen, maar zelfs dat lukte me niet, ik keek van hem weg, en voelde dat ik diep vanbinnen kwaad op hem was.’  
 
De jonge Cem heeft nog een reden om te blijven graven naar water. Wanneer hij in het stadje oog in oog komt met een vrouw met rood haar, een actrice bij een rondreizend theatergezelschap, kan hij haar niet vergeten en wordt obsessief verliefd. Nadat hij de nacht doorbrengt met deze vrouw keert hij terug naar de puttengraver. Hij is er niet bij met zijn aandacht en laat daardoor een volle emmer in de put vallen waar Mahmut zich metersdiep bevindt. Heeft hij hem gedood? De gevluchte Cem, die aan Mahmuts lippen hing wanneer deze verhalen vertelde is zelf gefascineerd door het verhaal van Oedipus en lijkt nu zelf Oedipus te zijn geworden. Hij is naar bed geweest met de oudere roodharige vrouw en heeft mogelijk een surrogaat vader gedood.
 
In deel twee is Cem verder gegaan met zijn leven. Hij wordt rijk als aannemer, heeft een gelukkig huwelijk, maar blijft kinderloos. Het verleden blijft hem kwellen, want dat wat onderdrukt wordt komt terug in vermomming. Het verleden achterhaalt je wel en verhalen herhalen zich. Het leven herhaalt de legende.  
 
‘Want de dingen uit oude sprookjes en legenden overkomen je uiteindelijk zelf. Hoe meer je leest en in legenden gaat geloven, hoe meer ze je overkomen. Je noemt een verhaal dat je hoort trouwens een legende juist omdat het je zal overkomen.’
 
Zo benadrukt Pamuk de relatie tussen fictie en het leven. Duidelijk wordt waarom de roodharige vrouw ontvankelijk voor hem was en wat haar zoon van Cem wil. In dit deel introduceert Pamuk het Iraanse Boek der koningen, waarin niet de zoon de vader doodt, maar de vader de zoon. Zo vervlecht hij de Oedipus-mythe en de tragedie van Rostam en Sohrab, twee vader-zoontragedies, met elkaar.
 
In deel drie komt de vrouw met het rode haar aan het woord, waarin alles verklaard wordt. De vrouw met het rode haar is een verhaal door en over mannen, maar het is de vrouw die alles ziet en begrijpt.  
 
‘Ik was nog geen vijfendertig en wist al van de trots en de zwakte van mannen en van het individualisme dat door hun aderen stroomt. Ik wist dat ze hun vaders kunnen doden, en hun zonen evengoed. Maar of vaders nu hun zonen doden, of zonen hun vaders, de mannen zijn de helden en mij rest niets anders dan tranen te vergieten.’
 
Het boek is zeer gelaagd en zit boordevol symboliek. Met iedere meter die Mahmut en Cem weer uitgraven stuiten ze op andere lagen, grondsoorten en gesteenten. De aardse historie ontvouwt zich. In de diepte bevindt zich het schimmenrijk, maar ook de goden huizen daar, en het levende water. Puttengravers werden bovennatuurlijke krachten toegedicht, omdat zij zich in lagen van de grond begaven die ingangen hadden tot het goddelijke. Niet de hemel, maar de diepste lagen van de aarde herbergen goden. De twee vader-zoonmythes gaan over de oost-west tegenstelling, tussen het westerse opstandige individu en de oosterse autoritaire vader, tussen vrijheid en amor fati. Als je een vader hebt, heeft de wereld betekenis, een centrum en een grens. 
 
‘Een modern iemand is iemand die verdwaalt in de stadsjungle. Dat is hetzelfde als geen vader hebben. En in feite heeft  het ook geen zin dat zo iemand op zoek gaat naar zijn vader. Als hij een modern individu is, dan zal hij in de drukte van de stad zijn vader niet kunnen vinden. En vindt hij die wel, dan kan hij geen individu zijn.’  
 
Als de westerse Oedipus staat voor individualiteit staat de oosterse Rostam en Sohrab voor autoritarisme, voor continuïteit, voor het collectief waar het individu voor moet wijken.  
 
Zo blijf je na het lezen van dit boek dwalen in gedachten over de relatie tussen ouders en kinderen, over traditie en moderniteit, over identiteit, over het verleden en het heden, over de invloed van verhalen op het leven zelf, over de dominante positie van de man daarin. Het vlot leesbare boek heb je zo uit, maar de romancode is moeilijker te kraken dan zijn vorige werk Dat vreemde in mijn hoofd.
 
Orhan Pamuk: De vrouw met het rode haar, De Bezige Bij, Amsterdam 2017, 287 p. ISBN 9789023467113. Vertaling van Kırmızı saçlı kadın door Hanneke Van der Heijden. Distributie: WPG Uitgevers 

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 10, NOVEMBER 2017

Antigone in Molenbeek

Stefan Hertmans

De vrouw met het rode haar

Orhan Pamuk

Een zachte hand

Leïla Slimani

Hotel Moederland

Yusuf Atılgan

Zuivering

Tom Lanoye

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 10, NOVEMBER 2017

Brobot

James Foley

Helemaal aan de rand van mij, ben jij

Agnès de Lestrade, Valeria Docampo (ill.)

Twintig parels

Ed Franck, Martijn Van der Linden (ill.)

naar overzicht


ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri