Non-fictie

BOEKEN NR. 11, DECEMBER 2017

Maarten ’t Hart: De wereld van Maarten ’t Hart

door Jo Vanderwegen

Dat Maarten ‘t Hart een veelgeprezen romancier is, een stilist met oog voor detail én humor, met tientallen titels op zijn naam – bovendien een calvinist uit de Hollandse klei die boven alles zichzelf is: het is een bekend gegeven. Dat ook zijn essays de tand des tijds zeer goed doorstaan, bewijst De Wereld van Maarten 't Hart, een selectie uit ruim veertig jaar non-fictie schrijven. Bovendien nam de uitgever ook een viertal nog ongepubliceerde teksten op. 't Hart, van opleiding bioloog en jarenlang in die richting werkzaam aan de universiteit, toont zich bevlogen en enthousiasmerend, of de onderwerpen nu fauna en flora betreffen, of een van zijn andere passies, zoals muziek en literatuur.
 
Zo gaat Maarten ’t Hart nader in op wat muziek doet met een mens. Hij haalt daarbij de rol aan van muziek bij het baltsgedrag, zowel bij vogels als bij mensen, en gaat dieper in op wat theoretici als Leonard B. Meyer daarover vonden. In toegankelijke bewoordingen neemt 't Hart de lezer mee op zoek naar het belang van muziek in de evolutie van de mens en de invloed op diens gevoelens. Hier en daar doet hij daarbij denken aan collega bioloog-schrijvers als Dick Hillenius en Tijs Goldschmidt. Ook zij trachtten via populariserende teksten (bv. Goldschmidts bekroonde Oversprongen of Ademgaten met teksten van Dick Hillenius) de interesse van de lezer voor de fascinerende wereld van de biologie aan te wakkeren.
 
De verwantschap tussen 't Hart en Hillenius gaat overigens vrij ver. In de eerste paragraaf in zijn essay over muziek en vogelzang citeert 't Hart Dick Hillenius: ‘elke vorm van kunst staat gelijk aan het zingen van vogels’.  Ook in hun afkeer voor moderne muziek vinden ze elkander.  't Hart fulmineert doorheen zijn hele oeuvre, en dus ook in deze verzamelbundel tegen al wat niet klassieke muziek is. Ook Dick Hillenius deed dat al in 1965, wanneer hij in het essay Op zoek naar nieuw materiaal (uit Oefeningen voor het derde oog, 1965) een optreden van ‘de heer Monk’ in het Concertgebouw beschrijft.
 
Terug naar De wereld van Maarten 't Hart. Want hoe boeiend de teksten over ethologie ook zijn, minstens zo uitgebreid komt literatuur an sich aan bod. 't Hart gaat in verschillende essays uitgebreid in op de oorsprong van zijn liefde voor literatuur, zijn interesse voor de Engelse schrijver Anthony Trollope en zijn liefde voor Charles Dickens, wiens vele romans hij steeds maar weer las en herlas. Van beide schrijvers gaat hij daarenboven in op hun levensloop en de thema’s in hun werk. Hij haalt voorbeelden aan van waarom hij hun stijl en woordkeuze bewondert en belicht de kwaliteit van de vertalingen van hun werk naar het Nederlands.
 
Dichter bij huis verhaalt 't Hart hoe hij tijdens zijn studie biologie toestemming vroeg later aan te schuiven in de les dierenmorfologie, omdat hij zo graag de door hem bewonderde Karel van het Reve bezig zou kunnen zien tijdens diens lessen Russische literatuur (hij mocht).
 
We zouden ook nog kunnen aanhalen hoe ‘t Hart in nog een andere tekst uitlegt wat het belang van het muziekstuk Les Baricades Mistérieuses voor de kunsten was en hoe hijzelf er bij een uitvoering door gegrepen werd, of hoe Paul Auster zijn roman The Music of Chance bijna vernoemd had naar dit muziekwerk van François Couperin. Of vertellen hoe hij Paul Witteman verbetert die in zijn programma vertelde dat Robert Schumann zich van een hoge brug had geworpen (het bleek om een pontonbrug te gaan, bestaande uit kleine naast elkaar liggende bootjes – en ‘je kan niet van een sprong spreken, je stapt simpelweg van het ponton af’). Maar het beste is uiteindelijk dat de lezer zich zelf laat meevoeren op de golven van Maarten ’t Hart. Want zijn essays sprankelen, doen glimlachen en voeren de lezer mee naar nog onontgonnen gebied.
 
Bovendien werkt het vuur waarmee 't Hart zijn keuzes verdedigt aanstekelijk. Hij verklaart en illustreert zijn standpunten en put hiervoor vanuit zijn persoonlijke levenservaring: hij vertelt over zijn jeugd, over zijn woonplaats, over zijn vrouw.  De afwisseling in onderwerpskeuzes laten de lezer toe terug te grijpen naar 't Hart op het moment dat hij zich in een door 't Hart aangehaalde schrijver verdiept - de essays kunnen zeer goed los van elkaar gelezen worden of zonder kennis van de rest van het werk van Maarten 't Hart. Hier en daar is hij naast onderhoudend, ook gewoon erg grappig, bijvoorbeeld in zijn stuk Zij hebben een gaatje waarin ‘t Hart het heeft over het door hem verfoeide gebruik van een agenda. Een index van behandelde onderwerpen, titels en figuren hadden het verder erg aangename boek gecompleteerd – dat is dan meteen ook het enige puntje van kritiek.
 
Maarten ’t Hart: De wereld van Maarten ’t Hart, De Arbeiderspers, Amsterdam 2017, 384 p. ISBN 9789029514651. Distributie: L&M Books 

deze pagina printen of opslaan



‚Äč
ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri