Letterkunde

BOEKEN NR. 11, DECEMBER 2017

Thomas Eyskens: Toen met een lijst van nu errond. Herman de Coninck. Biografie

door Christophe Van Eecke

  Zoals de stofwikkel van deze biografie ten overvloede aangeeft, was Herman de Coninck vermoedelijk de populairste dichter die Vlaanderen de voorbije eeuw heeft voortgebracht. Zijn onverwachte en voortijdige dood in 1997 heeft de populariteit van zijn werk alleen maar doen toenemen. Het is dan ook niet verrassend dat nu, twintig jaar na zijn dood, een biografie van de dichter verschijnt. Thomas Eyskens heeft voor dit project kunnen putten uit interviews met familie en vrienden, en kreeg van Kristien Hemmerechts, weduwe van de dichter, ook toegang tot haar persoonlijk archief van brieven en documenten.
 
De bronnenrijkdom vertaalt zich heel duidelijk naar het boek, waarin Eyskens veelvuldig citaten naast elkaar zet, in die mate zelfs dat sommige alinea’s opeenvolgingen zijn van geciteerde tekst waar de biograaf zelf eigenlijk niet meer aan te pas komt: een collage van stemmen die het verhaal vertellen (waarbij de lezer soms naar de eindnoten achterin het boek moet reizen om zeker te zijn aan wie een bepaald citaat eigenlijk is ontleend – Eyskens maakt dit niet altijd duidelijk in de hoofdtekst). Dat is een methodologische keuze die zowel zijn voor- als nadelen heeft. Enerzijds krijgt het verhaal de autoriteit van het ooggetuigenverslag, of op zijn minst de visie van iemand die erbij was of dicht bij De Coninck stond, terwijl anderzijds de vraag om duiding of contextualisering hierdoor wat onbeantwoord blijft. De biografie blijft in dit opzicht soms journalistiek in toon; wat meteen ook betekent dat het boek zeer vlot leest.
 
Die neiging tot journalistieke afstand valt vooral op in het tweede deel van het boek. De eerste helft, die de jeugd en studententijd van de dichter reconstrueert, voelt in dat opzicht levendiger en authentieker. De beslommeringen rond De Conincks pedofiele vader, de avonturen van kotstudent te zijn in Leuven in de late jaren ‘60, en de tragische dood van De Conincks eerste echtgenote An krijgen in het boek een directheid die de lezer een levendig beeld schept van het leven toen. Naarmate het verhaal vordert, vernauwt het perspectief zich steeds meer tot het professionele leven van De Coninck, waarbij we veel vernemen over het werk op de redacties van Humo, De Morgen en het Nieuw Wereldtijdschrift, maar veel minder over dochter Laura, zoon Thomas, of echtgenotes Lieve en (vooral) Kristien. Ook dat is een methodologische keuze, maar wel met het gevolg dat deze biografie naarmate ze vordert toch vooral het publieke leven reconstrueert en vaak het private leven afschermt of enkel gebruikt als context voor de gedichten.
 
Bij dit alles blijft natuurlijk ook de vraag of Vlaanderens populairste dichter ook één van de betere (indien niet de beste) is. Het is een beetje een knullige vraag, maar toch niet zonder belang: deel van de taak van een goede biografie is toch vaak ook om een balans op te maken van waarom een leven het waard is te worden gedocumenteerd. De nieuw-realistische poëzie van De Coninck (die werd geconcipieerd in een duidelijke reactie tegen de experimentele poëzie van de Vijftigers en navolgers) is vaak heel bescheiden in thematiek en ook wel voorspelbaar in zijn poëtica. Dat blijkt in dit boek ook duidelijk door de vele gedichten die integraal worden aangehaald en waarin de literaire tics van De Coninck aanwijsbaar steeds opnieuw terugkeren (en ook meermaals door vrienden-dichters worden geparodieerd; een fenomeen dat mogelijk niet geheel onschuldig is en waar Eyskens eigenlijk niets mee doet). Samen met de biografische duiding van veel gedichten ontstaat hierdoor toch het gevoel dat deze poëzie lichter weegt dan de reputatie en populariteit van de man doen vermoeden – al voelt het onvermijdelijk een beetje als vloeken in de kerk om een dergelijke gedachte neer te schrijven. In elk geval is deze biografie, althans voor deze lezer, geen aanzet om het werk van De Coninck opnieuw ter hand te nemen. En dan is er toch wel iets loos.

De slotsom moet dan ook zijn dat Eyskens een heel goede reconstructie van leven en werk van Herman De Coninck heeft geschreven tot pakweg het einde van zijn relatie met Lieve Coppens. Daarna verwatert het verslag een beetje in een overzicht (soms neigend naar opsomming) van het uitwendige leven van de dichter, waardoor het geboden inzicht exponentieel afneemt. Daarnaast moet gezegd dat de sobere, onsentimentele manier waarop in het slothoofdstuk de dood van De Coninck op een Portugees terras wordt beschreven, knap is; al volgt daarna ook weer een overzicht van wat door wie is gezegd tijdens de herdenkingsplechtigheid. Eyskens is er niet in geslaagd om de laatste vijftien jaar van De Conincks leven even helder en indringend te schetsen als wat voorafging. De Coninck verliest hier zijn contouren in een steeds waziger extern verslag veeleer dan een uitgevuld levensbericht. Daar kunnen verschillende redenen voor zijn (tijdsdruk, terughoudendheid tegenover nabestaanden, onvermogen om het materiaal te ordenen of interpreteren) maar het laat in elk geval een aantal lacunes open die mogelijk later, al dan niet door anderen, kunnen of zullen (moeten) worden ingevuld; al was het maar omdat net dat laatste luik van De Conincks leven de dichter zo centraal plaatste in het Vlaamse literaire veld van de jaren ‘80 en ‘90.
 
Thomas Eyskens: Toen met een lijst van nu errond. Herman de Coninck. Biografie, De Arbeiderspers, Amsterdam 2017. 587 p. ISBN 9789029511407. Distributie: L&M Books


deze pagina printen of opslaan



‚Äč
ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri