Poëzie

BOEKEN NR. 11, DECEMBER 2017

Delphine Lecompte: Western

door Dirk De Geest

Delphine Lecompte is ongetwijfeld een van de meest productieve dichters in ons taalgebied. In een snel tempo levert zij bundels af die qua volume opmerkelijk zijn. Ook haar jongste worp, Western, telt meer dan honderd dichtbedrukte bladzijden. Die productiviteit hangt samen met de specifieke manier waarop Lecompte haar dichterschap vorm geeft. In plaats van eindeloos te polijsten en een tekst uit te puren – zoals veel van haar collega’s – schrijft zij daarentegen lange teksten op een associatieve, haast spontane wijze. Het enige wat telt, is haar voorkeur voor strofen van vijf (soms zes) regels. Doordat haar verzen ook nog eens spreektalig van toon zijn, lijken ze bijzonder sterk op poëtisch proza.
 
De vorm mag dan al vrij rudimentair zijn (soms zelfs vrij slordig), dat neemt niet weg dat vanaf de eerste regels een geheel eigen toon merkbaar is. Die stem combineert een quasi-dagelijkse toon met bijzonder bevreemdende gebeurtenissen. De dichteres vertelt laconiek haar verhalen, terwijl die alle banaliteit of vanzelfsprekendheid missen. Haar commentaren krijgen daardoor een ironisch of humoristisch effect. Het universum van Lecompte is haar handelsmerk, vooral door de manier waarop ze het weet te verkopen alsof het normale personages en herkenbare gebeurtenissen betreft. De titel van de bundel verwijst onmiskenbaar naar die ‘andere’ wereld, waarin recht en geweld heersen maar waarin ook de romantiek buitenrealistische proporties aanneemt.
 
Vanaf de eerste regels wordt de lezer meegezogen in die aparte wereld. Zinnen als ‘Dit is de badstad die ze vergaten te bombarderen’, ‘De analfabetische jongenshoer wordt verkracht’ of een sprekende profetische teckel zijn schering en inslag. De personages krijgen stuk voor stuk groteske eigenschappen, van hun beroepsbezigheden tot hun uiterlijk, en daardoor wordt het aannemelijk dat ze de meest vreemde of gruwelijke handelingen verrichten op een haast mechanische manier. Ook het dichterlijke ik is in die bizarre logica opgenomen: het wordt aangesproken, verkracht, reist rond of haalt herinneringen op aan de psychiatrie en de ontwrichte familie. Vrijwel niets in deze gedichten doet realistisch aan en net dat maakt ze onverstaanbaar. Toch is dit allerminst vrijblijvende lyriek. Integendeel, de lezer vermoedt een getormenteerde geest, iemand die vlijmscherp de anomalieën en de paradoxen van ons dagelijkse bestaan uitvergroot, zoals dat in cartoons visueel gebeurt.
 
Boeiend is ook hoe Lecompte in feite haar dichterlijke programma her en der in de bundel uitstrooit, door zichzelf als een schrijvend of verbeeldend personage ten tonele te voeren. Ook de monologen van de wezens die ze ontmoet kunnen vaak als literatuuropvattingen worden gelezen, net zoals de vreemde beroepen die ze uitoefenen. Die dimensie verleent een extra leesplezier. Traditionele poëzielezers zullen zich allicht storen aan de nonsensikale en ronuit gruwelijke visie op de wereld en de mens die in Western wordt verwoord. Andere lezers zullen zich verlustigen aan net die cultus van het abnormale. In beide gevallen gaat het om een reductie van het poëtische potentieel van dit oeuvre, dat tegelijk veelzeggend en nietszeggend wil zijn, geëngageerd en escapistisch.
 
Lecompte is, met andere woorden, even enigmatisch en intrigerend als haar verzen. Toch is de overdaad soms ronduit vermoeiend. Haar poëzie valt met mondjesmaat bijzonder te genieten en te overdenken, maar een indigestie kan een levenslange afkeer of (erger nog) verveling met zich meebrengen.
 
Delphine Lecompte: Western, De Bezige Bij, Amsterdam 2017, 116 p. ISBN 9789023463139. Distributie: WPG Uitgevers

deze pagina printen of opslaan



‚Äč
ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri