Poëzie

BOEKEN NR. 11, DECEMBER 2017

Jozef Deleu (red.): Het liegend konijn (2017, nr. 2)

door Dirk De Geest

Het is prille herfst, en daar is Het liegend konijn weer: stipt op tijd. Niet alleen de timing is zoals verwacht, de samenstelling van het nummer garandeert eens te meer kwaliteit en diversiteit. Jozef Deleu, enige redacteur van het blad dat ondertussen als zijn vijftiende jaargang afsluit (goed voor dertig lijvige nummers), is als geen ander vertrouwd met het reilen en zeilen van de poëzie in ons taalgebied. Tegelijk beschikt hij over een ongemeen groot netwerk, waardoor zowel gevestigde dichters als beginnende talenten bij hem aankloppen. Publiceren in Het liegend konijn is inderdaad zoiets geworden als een kwaliteitslabel, getuige het aantal debutanten dat op korte tijd zijn of haar weg naar het uitgeverscircuit heeft gevonden.
 
Ook in deze aflevering is de kwaliteit troef. Niet minder dan 35 dichters maken hun opwachting, en de meeste debutanten blijven in het prestigieuze gezelschap probleemloos overeind. Julie Beirens (ook actief als fotografe) maakt bijvoorbeeld indruk met intimistische verzen die een heel bevreemdende sfeer uitstralen. De hoop die eruit spreekt wordt steevast gecounterd door een harde toon en beelden die aantonen hoe problematisch het leven kan zijn: moeders, dochters, ouderen en kinderen, geliefden en vreemden versmelten zelfs grotendeels, iets wat onder meer gebeurt via het subtiele gebruik van ‘nietszeggende’ persoonlijke voornaamwoorden als ik en wij, jij en gij of u. Een soortgelijke dubbelzinnigheid spreekt ook uit de gedichten van Hester Eymers, die observaties transformeert door allerlei unheimliche beelden. Else Kemps schrijft dan weer kleine verhaaltjes, anekdotes over de jeugd die evenwel miniaturen zijn van macht, van isolement en vriendschap. Kortom, wie wil weten hoe de poëzie er de komende tijd zal uitzien kan daarvan in deze aflevering enkele uitstekende voorproefjes krijgen.
 
De nieuwelingen bevinden zich, zoals steeds, in een geprivilegieerd gezelschap. Tal van oudere of op zijn minst gevestigde dichters verlenen opnieuw hun medewerking. Belangrijke waarden als Benno Barnard, Stefaan Hertmans, K. Michel, Tonnus Oosterhoff en Renaat Ramon presenteren hun recente werk: steevast sterke gedichten die de contouren van hun poëziebiotoop laten zien maar ook andere accenten leggen. Barnard is bijvoorbeeld aanwezig met uitmuntende verhalende gedichten waarin hij zich – minder zeurderig dan in sommige essays – kritisch uitlaat over de groteske samenleving en zijn heil zoekt in een genuanceerde verhouding tot het verleden: heden en geschiedenis, het algemene en het persoonlijke in een zelfde tekst. Hertmans kiest voor een meer symbolische zegging om de werking van de tijd (het verleden, het ouder worden maar ook het begin van de jongste generaties) te verwoorden. Renaat Ramon presenteert in een reeks gedichten, deels handelend over gestorven collega-schrijvers als Zweig of Arends, zijn relativerende visie op de poëzie en de taal.
 
Kortom, grasduinen in deze aflevering betekent fraaie dingen ontdekken: van Paul Bogaert en Anneke Brassinga, Rozalie Hirs of Maarten Inghels tot Onno Kosters en Bart van der Straeten, om maar enkele namen te noemen die mij uit dit volume bijzonder zijn bijgebleven. Wie meer wil weten of de literatuur vandaag of gewoonweg tuk is op verrassende, steengoede vindt in Jozef Deleu eens te meer de aangewezen gids. Zonder zijn passie was de poëzie zeker een stuk minder aanwezig, en die verarming kan onze cultuur best missen.
 
Jozef Deleu, Het liegend konijn. Jrg. 15, nr. 2., Polis, Antwerpen 2017, 237 p. ISBN 9789463102803. Distributie: Pelckmans Uitgevers

deze pagina printen of opslaan



‚Äč
ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri