Poëzie

BOEKEN NR. 11, DECEMBER 2017

Marleen De Crée, Berlinde de Bruyckere: Erbarme dich

door Dirk De Geest

Met de poëzie van Marleen de Crée is het zoals met de wijn: ieder jaar wordt de toets ervan indrukwekkender. Ondertussen is de dichteres al ruim de ‘pensioengerechtigde’ leeftijd voorbij, maar op haar dichterlijke inspiratie staat geen rem. Integendeel, zoals nogal wat van haar generatiegenoten lijkt het erop dat zij nu pas haar beste werk aan de lezer prijsgeeft.
 
Erbarme dich kan inderdaad in meer dan een opzicht gelden als een hoogtepunt in haar imposante oeuvre. De bundel bevat niet alleen sterke gedichten, hij geeft ook blijk van een gevoel voor samenhang en literaire ambitie. Dat hangt ongetwijfeld mee samen met het aparte opzet ervan. De Crée heeft haar gedichten geschreven in nauwe relatie tot het beeldend werk van Berlinde de Bruyckere, de kunstenares die internationale faam geniet met haar opgezette paarden, kopieën van naakte mensen, opgebaarde bomen en kasten vol doeken. Met andere woorden, in haar oeuvre stelt zij vooral de kwetsbaarheid centraal van mensen en dingen, de nood om de broodnodige zorg te krijgen. De huid is bij haar een soort van membraan, waardoor de buitenwereld greep krijgt op het innerlijk, op de binnenkant. In dit boek is dat werk voorbeeldig in beeld gebracht door huisfotografe Mirjam Devriendt. Marleen de Crée heeft tien samenhangende gedichten geschreven, die ook in het Frans en het Engels (in een mooie vertaling) zijn opgenomen. Het geheel is voorzien van een instructieve inleiding van de hand van Johan van Cauwenberge. De vorm is bijzonder royaal, met kleurendruk en onafgesneden papier (met telkens een dubbele bladzijde).
 
Hoe dan ook gaat het daarbij in de eerste plaats om de gedichten zelf. Marleen de Crée heeft een reeks geschreven van tien sonnetten, die veelbetekenend aanvangt met het woord ‘wonden’ en (niet toevallig) eindigt met ‘dromen’. Het eerste gedicht beschrijft suggestief de verwonding, de schending van het lichaam (door kwetsuren, door de tijd…) die resulteert in een splijten en een lekken. Dat gebeurt op een anonieme, haast objectiverende wijze. De daaropvolgende gedichten werken dat overkoepelende thema uit, maar hier doen mannelijke en vrouwelijke personages hun intrede. Zij worden met hun trauma’s geconfronteerd, met het besef een gebroken en verbrokkeld lichaam te zijn. Ook de dieren zijn niet bestand tegen die beschadiging. Soms is de reactie er een van woede of onbegrip, elders die van een melancholische leegte. Toch is de weerbaarheid niet gebroken. In de laatste gedichten blijft de omgevallen boom, tegen beter weten in misschien, dromen van water, van een breder verband in de kosmos.
 
Het imposante werk van De Bruyckere is al eerder de inspiratie gebleken voor dichters en schrijvers, maar wat mij betreft levert De Crée hier een huzarenstukje af. Zij is erin geslaagd om de sfeer, de dramatiek maar ook de ingehouden pathetiek van de sculpturen te verklanken in een geheel eigen, maar even krachtig idioom. Een boek vol mededogen, maar ook met veel aandacht voor de kracht van broosheid.
 
Marleen De Crée, Berlinde de Bruyckere: Erbarme dich, Uitgeverij P, Leuven 2017, 83 p. ill. ISBN 9789492339263 

deze pagina printen of opslaan



‚Äč
ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri