Nederlands proza

BOEKEN NR. 1, JANUARI 2018

Jerry Goossens: Tot bloed op het droge

door Henk van Viegen

Het begint met een brekende klomp van Drie (‘Willem III’), de vriend van de hoofdpersoon Christiaan de B. Er stond zo’n mooi Hollands winterlandschap op geschilderd als achtergrond van de twee doodskoppen met Volendammer mutsen. Hij breekt op de scheen van een ‘zandkaffer, die reageert met ‘klootzak, kutkaas’. De toon is gezet, in dit landschap in Noord-Afrika, in een dorp aan de woestijn. Preciezer, in een wijk daarvan: Nieuw Amsterdam. In de loop der jaren zijn daar een paar generaties Hollanders neergestreken, vooral tuinders, die aan het werk gesteld werden in de hasjkweek. Het vaderland was wat benauwder geworden, doordat hele stukken ondergelopen waren. Er is nauwelijks contact met het Arabische deel van het dorp, alleen de jongens voetballen nu en dan met (tegen!) elkaar.
 
Start er dus een toekomstroman? Eigenlijk niet, er moest een oorzaak zijn voor deze situatie. Het boek is een zorgvuldig opgezet experiment waarin het allemaal draait om omkering, met als gevolg scherp zicht, herkenning, en wellicht begrip.
 
Wat als nou de Hollanders eens de allochtonen zijn?

Goossens zal, net als iedere Utrechter (Amsterdammer en Antwerpenaar), gezien hebben dat de moskeeën eerst verrezen op industrieterreinen, of in elk geval aan de rand van de stad, met lage of geen minaretten. Maar op een dag staat er eentje op een prominente plek in de stad, met aardig hoge. In Klein Amsterdam is de christelijke kerk een loods, maar die staat in een dorp, overal dichtbij, dus ook bij de moskee. Op een dag besluit een nieuwe, fanatieke dominee dat de kerk een toren moet krijgen…
 
Zo ontstaat langzaam een fantastische hoeveelheid spiegelingen. Christiaan moet weinig hebben van al die verhalen van z’n pa over Hollandse helden, en diens overtuiging dat ze in dit land in de woestijn ‘niets zijn dan ons geloof, onze cultuur en onze geschiedenis’, maar hij verandert in een Hollander als hij het scheldwoord ‘kutkaas’ naar z’n hoofd geslingerd krijgt en voelt zowaar bezieling bij de woorden van de nieuwe voorganger. Waar die vandaan komt, weet niemand. Wel zit Christiaan in een spagaat, want verzet tegen de godsdienst van de autochtonen, betekent ook verzet tegen die mensen zelf, terwijl een van hen zijn vriendinnetje Layla is. Waarmee we weer eens een Romeo-en-Julia-adaptatie te pakken hebben. De ouders willen, haast uiteraard, niets weten van zo’n soort relatie. Het gegeven levert naast de andere echte verhaalelementen extra spanning op, ook voor het slot. Mooi en open (happy én unhappy te motiveren) en goed voorbereid door een verhaal van de vader van Christiaan.
 
De columnist van het dorp, Driss Zrika, kun je zo over lijf, leven en dood van Theo van Gogh heen leggen. Er zijn ook het gemopper op misbruik van de gastvrijheid en de ongenaakbaarheid van de in groepjes winkelende allochtonen. Dan heb je de kleine en iets grotere criminaliteit, in de drugsscene, en als het mis gaat, zoals bij Christiaan, de wens terug te keren naar het vaderland om daar onder te duiken. En ook: het trouwen in je eigen circuit, het kijken naar de tv van het vaderland en dus geen benul hebben van wat er in je huidige omgeving/land aan de hand is.
 
Belangrijkste motief is de tegenstelling op het punt van de godsdienst. Die van de anderen wordt voorgesteld als volkomen belachelijk, oliedom, primitief en barbaars. De naamgeving begeleidt dit alles geestig. Christiaan spiegelt uiteraard de vele Mohammeds. Er wordt gegeind met prachtnamen uit de 17e eeuw als Van Bestevaer, broeder Kevelaer en broeder en zuster Van Dullemond en de simpele voornamen Hans en Neel. Andere geestige elementen zijn de cinefilie van Willem III, bij voorbeeld als die verbonden wordt met de niqaab, en de kleding. Zoals ‘wij’ ons vergapen aan al die gehoofddoekte en ingepakte vrouwen en mannen in djellaba’s, dingen ‘uit de middeleeuwen’, zo lopen de kazen erbij als in overgrootmoeders tijd: op klompen, de vrouwen in rare klederdracht, de mannen met boordloze overhemden, etc.

De titel plukte Goossens uit Exodus 4: 9 (met de formulering van de Statenvertaling, waaruit meerdere citaten in het boek staan, net als teksten uit de Koran; ze doen in duisterheid weinig voor elkaar onder). In iets makkelijker woorden staat er:
 
‘Maar zijn ze door geen van deze beide wonderen te overtuigen en blijven ze weigeren naar je te luisteren, dan moet je water uit de Nijl scheppen en dat over het land uitgieten: het water zal op het droge in bloed veranderen’(God tegen Mozes).
 
Het is een dreigtekst tegen de farao, omdat hij de Israëlieten niet uit Egypte wil laten vertrekken (de Egyptische tovenaars waren overigens niet onder de indruk: dat konden ze zelf ook!). De dominee bedoelde dit niet als aanval op de Islam, hij preekte gewoon graag over Mozes. Evengoed stort hij daarna van de preekstoel, en zijn opvolger zet de boel op scherp. Met bloed als gevolg, tot zelfs in het uiterste, beeldende slot.

Ook de motto’s zijn bijzonder. Tussen een citaat uit de Koran (over bedreigers van het land van God) en een uit de Bijbel (over dat het kwaad de volgende generatie zal treffen) staat een couplet uit de song ‘Colony’ van Joy Division. Vooral de laatste regel daarvan is suggestief: ‘And leaves him standing cold here in this colony’. Goossens had nog een stukje meer kunnen citeren, uit het outro: ‘Dear God in his wisdom took you by the hand / God in his wisdom made you understand / In this colony.’
 
De moraaltjes zijn niet moeilijk te vinden. Je godsdienst zit gebakken aan je geboortegrond en in den vreemde kan je identiteit bizarre vaderlandse proporties krijgen. Wat weinig afdoet aan de kracht van dit experiment, vlot geschreven en hier en daar prettig ongemakkelijk.
 
Jerry Goossens: Tot bloed op het droge, Lebowski, Amsterdam 2017, 269 p. ISBN 9789048837915. Distributie L&M Books 

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 1, JANUARI 2018

Aan de schitterende rand van de wereld

Eowyn Ivey

De brug der dromen en andere verhalen

Junichiro Tanizaki

Het trouwservies

Benno Barnard

Marsepeinen vingers

Öznur Karaca

Willem Elsschot Dichter. Alle Verzen verzameld en toegelicht

Koen Rymenants, Carl de Strycker (red.)

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 1, JANUARI 2018

Arabische sprookjes

Rodaan Al Galidi, Geertje Aalders (ill.)

En toen, Sheherazade, en toen?

Imme Dros, Annemarie van Haeringen (ill.)

Kleine nachtverhalen

Kitty Crowther

Lampje

Annet Schaap

Onder mijn matras de erwt

Ted van Lieshout

naar overzicht


‚Äč
ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri