VSB Poëzieprijs 2018

BOEKEN NR. 2, FEBRUARI 2018

Tonnus Oosterhoff: Ja Nee

door Dirk De Geest

Dat Tonnus Oosterhoff de ene nominatie en bekroning na de andere in de wacht weet te slepen, hoeft niet te verbazen. Hij behoort al een aantal jaren tot de top van onze poëzie, met een dichterschap dat tegelijk apart staat én bijzonder consistent genoemd mag worden. Daarbij bouwt de schrijver aan een persoonlijk oeuvre, dat ondertussen ook romans en verhalen omvat maar toch allereerst poëtisch van toon en inspiratie lijkt.
 
Oosterhoff laat zich – zoals verwacht kon worden -- ook in Ja Nee van zijn meest originele en sprankelende kant zien. Als dichter van de ontregeling sluit zijn werk nauw aan bij de vele experimenten en avant-gardes van de afgelopen eeuw, maar het cerebrale hermetisme daarvan heeft hier doorgaans plaatsgemaakt voor een grote toegankelijkheid en een bij uitstek speelse toon. Dat komt doordat de dichter zich in feite opstelt als een soort van onderzoeker, die aan het publiek de resultaten en het verloop van zijn experimenten en vragen presenteert.
 
Uitgangspunt van veel gedichten, ook in deze bundel, is inderdaad nog steeds een verwondering over het alledaagse. Die verwondering slaat vooral op de zintuigen en op wat men geleerd de cognitie van de mens zou kunnen noemen. Diverse gedichten hebben het bijvoorbeeld over de manier waarop staar of andere oogaandoeningen ons gezichtsvermogen beïnvloeden: wij zien wat er niet staat, en omgekeerd zien wij niet langer wat er staat. Een eenvoudige gadget als een bril kan er dan weer voor zorgen dat onze hersenen plots anders gaan werken. Zien en niet-zien leiden zo tot begrijpen of net niet-begrijpen. Die vaak paradoxale verwikkelingen worden haarfijn uit de doeken gedaan aan de hand van herkenbare situaties.
 
Dat de taal bij ons begripsvermogen en ons geheugen een cruciale rol speelt komt eveneens meermaals aan de orde. Woorden roepen associaties op en lijken rechtstreeks door te verwijzen naar de dingen, maar allerlei taalspelen laten zien dat een en ander veel complexer is dan dat. Het taalvermogen is in wezen mysterieus, want verschillende talen openen andere vensters op de wereld en de beleving daarvan. Daarbovenop komen raadselachtige woorden als ‘niet’ of verbindingswoorden die nauwelijks in zintuiglijke indrukken te vatten vallen. Oosterhoff gaat vaak met die intuïtieve indrukken aan de slag, bijvoorbeeld om het verschil tussen mensen en dieren behoedzaam af te tasten.
 
Bovenal biedt Oosterhoff echter een vuurwerk van taal. Soms zijn de woorden letterlijk versplinterd over de bladzijde, al dan niet in combinatie met grijsschakeringen of lettertypes, zoals een fusee uit elkaar spat in de lucht. Die ruimtelijke dimensie van het vers is een van de vele fascinaties van de dichter, en af en toe komt zijn werk daardoor in het verlengde van de visuele poëzie of de conceptuele kunst. Andere verzen zijn dan weer hoofdzakelijk beeldend van aard, met een opsomming van beelden en indrukken die nauwelijks uitgewerkt worden tot een soort van afgerond betoog. Af en toe lijkt het zelfs alsof de melodie en het ritme doorslaggevend zijn geweest voor de constructie van regels en verzen.
 
Als stilistische grootmeester speelt Oosterhoff onafgebroken met de verwachtingen van zijn lezers, ook waar het literatuur betreft. In die zin houdt hij ervan te vervreemden, het gewone ongewoon te maken en omgekeerd het ongewone tot iets banaals te herleiden. Net die taaldynamiek zal vermoedelijk heel wat lezers afschrikken, want voor een vlotte emotionaliteit en een herkennende en empathische lectuur is in feite niet meteen plaats. Omgekeerd zal de lezer die zich de moeite getroost deze poëzie te doorgronden en vooral te herlezen na enige tijd vaststellen dat hier essentiële menselijke en maatschappelijke thema’s worden aangeraakt, zonder evenwel de eigen functionaliteit van poëzie in het gedrang te brengen. Dergelijke ‘commerciële’ toegevingen zijn aan Oosterhoff niet besteed, en dat siert hem in alle opzichten.
 
Tonnus Oosterhoff, Ja Nee. Gedichten, De Bezige Bij, Amsterdam, 2017, 51 p. ISBN 9789023454861. Distributie WPG Uitgevers 

Meer besprekingen over VSB Poëzieprijs 2018


deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 5, MEI 2018

Het genootschap van onvrijwillige dromers

José Eduardo Agualusa

Ik wordt

Harry Vaandrager

niets=iets

Wouter Godijn

Pachinko

Min Jin Lee

Terug naar Reims

Didier Eribon

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 5, MEI 2018

De muis en de muur

Britta Teckentrup

Ei! Ei!

Harriët van Reek en Geerten Ten Bosch

Het wonderlijke verhaal van Angelino Brown

David Almond

Liebermann. De zee van meneer Max

Koos Meinderts, Annette Fienieg (ill.)

Veertien

Tamara Bach

naar overzicht


‚Äč
ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri