VSB Poëzieprijs 2018

BOEKEN NR. 2, FEBRUARI 2018

Charlotte van den Broeck: Nachtroer

door Dirk De Geest

Charlotte van den Broeck is, sinds haar veelbesproken debuut Kameleon (2015), ongemeen hot in letterenland. Zij mocht, samen met Arnon Grunberg, de Frankfurter Buchmesse openen, haar debuut werd meteen bekroond, zij staat ondertussen op grote podia, zij schrijft columns… Dat met die media-aandacht enige overschatting gepaard gaat, valt niet te vermijden, maar daartegenover staat wel dat Van den Broeck wel degelijk opmerkelijke gedichten schrijft, die ook in gedrukte vorm moeiteloos een kritische lectuur doorstaan.
 
Van dat boeiende dichterschap biedt ook haar tweede bundel Nachtroer (vrijwel meteen aan een paar herdrukken toe) tal van fraaie staaltjes. Zo opent de bundel met een reeks, ‘Acht, oneindig’, die in meer dan één opzicht typisch genoemd kan worden. Qua stijl hebben wij te maken met breed uitwaaierende regels, die enigszins aan prozaschetsen doen denken. Tegelijk is er echter een sterke formele controle: iedere tekst behelst exact 12 regels, en vaak zijn de verspringingen functioneel om het ritme te breken of om bepaalde ironische effecten te bereiken. Daarenboven is de reeks van achteren naar voren genummerd. Die structurele omkering past bij de manier waarop blijkbaar een relatiebreuk wordt opgeroepen. De vervreemding in het heden contrasteert fel met de idyllische, soms ronduit naïeve dromen van het verleden. Zo wordt de herinnering van meet af aan gekleurd door de kennis van het achteraf, iets waardoor de oudste scènes niet langer ‘gewoon’ gelezen kunnen worden. Op zich is dat een vaker beproefd procedé, maar de dichteres weet het wel overtuigend aan te wenden.
 
Al even ingenieus is de wijze waarop de dichter de spreektoon in haar beste gedichten aanwendt. Het lijkt erop alsof ze vertelt, alsof de lezer een toehoorder in de onmiddellijke nabijheid is. De manier om midden in een verhaal of zelfs midden in een zin te beginnen getuigt van die informele spreektoon, net zoals de herhalingen en de associatieve sprongen. Die stijl sluit overigens goed aan bij de autobiografische achtergrond van heel wat verzen; ook dat draagt bij tot een soort van empathische lectuur. Toch is die enscenering doordacht, want Van den Broeck is bij uitstek bewust van de effecten die ze bij haar lezers beoogt. Ze brengt dubbele bodems aan, zorgt voor verrassingen, creëert ingenieuze maar tevens mysterieuze effecten. Alle niveaus van de taal worden daartoe ingezet, met een groot talig en poëtisch vakmanschap.
 
Thematisch waaiert de bundel, zoals zijn voorganger, alle kanten uit. Sommige gedichten zijn erg intimistisch van sfeer, andere zijn dan weer vooral naar de buitenwereld gericht. Hoe dan ook speelt die spanning tussen het ik en de omgeving – een bij uitstek chaotische en bruisende wereld – een belangrijke rol in heel wat verzen. Het dichterlijke ik voelt zich onrustig en onzeker, en meer dan eens leidt dit tot een soort van verlangen naar oneindigheid en verandering, maar ook naar stilstand. Dat resulteert in veel beelden die ontleend zijn aan de kosmos en de vier elementen. De gerant in de nachtwinkel wordt bijvoorbeeld getransformeerd tot de mythische veerman van de onderwereld, en de stad wordt een wirwar van hectische indrukken. Het dichterlijke ik loopt in die wereld, die nochtans de hare is, frequent verloren. Het ‘nachtroer’ – naar verluidt de naam van een nachtwinkel in het Antwerpse – blijkt slechts zelden een duidelijke richting aan te geven. Die kwetsbare situatie krijgt indrukwekkend vorm in de reeks ‘Snede’, die tijdens een verblijf in Parijs tot stand kwam. ‘Roofbouw’ is dan weer een indringende lyrische reeks over het persoonlijke verlies.
 
De kwaliteit van de gedichten in deze lijvige bundel is weliswaar wisselend, maar zelfs de zwakkere verzen bevatten inspirerende beelden en fragmenten. Charlotte van den Broeck is duidelijk onderweg, zoals het een grote belofte betaamt. Met Nachtroer bouwt zij voort op het goede van Kameleon, maar tegelijk is deze nieuwe bundel toch voldragener, met meer oog voor complexe ervaringen en voor functionele stijlverschillen. Wie op amper enkele jaren tijd dit resultaat weet te bereiken is zonder meer een rastalent, iemand van wie wij nog veel (misschien wel het hoogste) kunnen verwachten.
 
Charlotte van den Brock: Nachtroer. Gedichten., De Arbeiderspers, Amsterdam 2017, 81 p. ISBN 9789029510219. Distributie L&M Books

Meer besprekingen over VSB Poëzieprijs 2018

deze pagina printen of opslaan



‚Äč
ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri