Vertaald proza

BOEKEN NR. 2, FEBRUARI 2018

Arthur Schnitzler: Sterven

door Carl De Strycker

Wenen, eind van de 19de eeuw. Felix krijgt te horen dat hij nog maar een jaar te leven heeft, een gegeven waar hij maar moeilijk mee om kan gaan. Hij wordt emotioneel van hier naar daar geslingerd: periodes van levensdrift – het gevoel er nog alles te moeten uithalen – wisselen af met momenten van moedeloosheid. Ongeloof, angst, berusting en woede maken zich van hem meester, en ten slotte geeft hij zich over aan een totaal fatalisme. Hij wil snel sterven, maar is tegelijk te bang. Daarom wil hij samen met zijn geliefde, Marie, uit het leven stappen.  
 
Wanneer zij de diagnose hoorde, was ze aanvankelijk in shock en bezwoer ze Felix niet zonder hem te willen leven, maar na verloop van tijd beseft ze dat er voor haar zeker nog een toekomst is; ze begint onder invloed van Felix’ moeilijk te dragen stemmingswisselingen zelfs te verlangen naar het einde… Als Felix haar aan haar ‘belofte’ herinnert, ziet ze in dat hij haar woorden letterlijk genomen heeft en staat ze doodsangsten uit. Het is de jonge dokter Alfred die haar redt, en samen vinden ze Felix ‘op de grond liggen, in zijn witte hemd, languit, met de benen wijd uiteen en naast hem een omgevallen stoel waarvan hij de leuning nog met één hand vasthield. Uit zijn mond vloeide een streepje bloed over zijn kind naar beneden.’  
 
Het noodlot dat precies op dat moment toesloeg? Zelfmoord? Dat blijft onduidelijk. Net zoals de vraag of de ziekte waaraan Felix lijdt nu echt terminaal is. Verschillende keren wordt immers gesuggereerd dat hij zeker beter kan worden – iets wat hij zelf niet schijnt te willen geloven – en bovendien overlijdt de arts die hem de noodlottige diagnose stelde. Misschien wil Felix wel graag dood en is zijn ziekte eerder psychisch dan lichamelijk? Als je dat ziet, wordt dit plots het perverse verhaal van iemand die een ander tracht mee te sleuren in zijn depressie.
 
Dat is het verhaal van Sterven, de debuutnovelle van Arthur Schnitzler, een van Oostenrijks belangrijkste auteurs van het fin de siècle en schrijver van onder andere het beruchte toneelstuk Reigen en de Droomnovelle (die de basis vormde voor Stanley Kubircks Eyes Wide Shut). Hoewel een en ander van Schnitzler in het Nederlands vertaald werd, was dat niet het geval met zijn debuut.
 
Mooi dat Jef Rademakers dat nu wel gedaan heeft, want het boek is niet alleen een sterke naturalistische novelle vol typische ingrediënten (het noodlot en hoe zich daartoe te verhouden, de relatie tussen eros en thanatos, de blik van de vrouw, de weekheid van de man), het bevat bovendien alle thema’s die in Schnitzlers latere werk worden uitgediept. Daarbij is Schnitzler een bijzonder fijnzinnig psycholoog, die zowel de existentiële kwestie waarmee zijn personages hier te maken krijgen voelbaar weet te maken, als ook de verschillende gemoedsgesteldheden hoogst geloofwaardig weet te tekenen.
 
Nadat met Late roem in 2015 een novelle uit de nalatenschap van Schnitzler in het Nederlands verscheen en nu met Sterven ook de vroegste vertaald is, valt het te hopen dat ook de onontgonnen parels uit zijn oeuvre beschikbaar worden. Want er is nog meer te ontdekken, veel meer!
 
Arthur Schnitzler: Sterven, Aspekt, Soesterberg 2017, 156 p. Vertaling van Sterben door Jef Rademakers. ISBN 9789463383226 

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 9, OKTOBER 2018

Blinde drift

Belinda Bauer

De rover

Robert Walser

Heel de tijd

Leo Pleysier

Onder een koperen hemel

Stefan Hertmans

Zeiseman

Martha Heesen

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 9, OKTOBER 2018

De invloed van Gregie De Maeyer (1951-1998) op de (Vlaamse) jeugdliteratuur

‘Het wezen van de dingen vervaagt naarmate het zichtbaar wordt’

De slaapster en de spintol

Neil Gaiman, Chris Riddell (ill.)

Op zoek naar Stella

Gerda Dendooven

Rivieren

Peter Goes

Tegenwoordig heet iedereen Sorry

Bart Moeyaert

naar overzicht


‚Äč
ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri