Nederlands proza

BOEKEN NR. 2, FEBRUARI 2018

Kathy Mathys: Verdwaaltijd

door Jooris van Hulle

Een pad van woorden
 
Over Virginia Woolf noteert David Trevor, een van de hoofdfiguren in Verdwaaltijd van Kathy Mathys: ‘Woolf glipte graag voor even de levens van anderen binnen. Ze wandelde om te ontsnappen aan zichzelf.’ Het wandelen, het dwalen en verdwalen is het toonaangevend motief in de roman: letterlijk omdat zowat alle personages voortdurend in beweging zijn of figuurlijk omdat ze gedreven worden door een innerlijke onrust.  
 
De titel Verdwaaltijd kan ook worden benaderd vanuit de literair-theoretische opvatting die het fundament vormt van Mathys’ schrijverschap: de roman ‘dwaalt’ in nerveus naast elkaar gezette fragmenten doorheen de levens van een aantal personages. Het lijken brokstukken, spiegelende scherven van prisma’s waartussen de lezer voorzichtig zijn weg moet zoeken van buitenwereld (van landschappen waarin wordt rondgezworven, tot en met de aan- en afwezigheid van anderen in hun levens) naar binnenwereld (ieder personage lijkt op zoek naar zichzelf). Betekenisvol in dat perspectief is het slot van de roman:  
 
‘Voor het eerst dat jaar paste de buitenwereld bij haar binnenwereld. Het ongeduld begon te ritselen in haar benen. Ze trok haar schoenen aan en liep de straat op.’
 
Marcia - over haar gaat het hier – lijkt er vanuit een gevoel van loutering klaar voor, de beweging kan weer worden ingezet. Het ‘ontsnappen aan zichzelf’ waar Virginia Woolf het over had, wordt hier positief, met zicht op verdere en nieuwe mogelijkheden in de toekomst ingekleurd.

De kunst van het verdwijnen

Met fragmenten uit ‘De kunst van het verdwijnen’, een tekst waarvan de lezer stapsgewijs kennis neemt, brengt Mathys via het beproefde systeem van de roman-in-de-de-roman het leven van David Trevor in kaart. In wat als een verkapte autobiografie van het personage Trevor wordt gepresenteerd (maar ook hier weze de lezer gewaarschuwd: ‘er zijn veel manieren om autobiografie te plegen’) volgen we de lijnen op de kaart van diens leven: de relatie met jeugdvriendinnetje Kay, haar onrust, haar verdwijnen en onverwacht weer opdoemen, de vraag of ze nu al dan niet nog in leven is. En wat zich tussendoor afspeelt: de aanwezigheid van de woestijnvrouw in Davids leven, de manier waarop hij toenadering zoekt en vindt tot Marcia.  
 
En hier wordt een nieuwe draad in het verhaal uiteengerafeld: Marcia is gescheiden van Thierry en blijft achter met de zorg voor een puberende dochter. En eens we Marcia hebben leren kennen, komen we - nieuwe draad waaraan wordt getrokken – op het levenspad van haar vriendin Emma. Zij zoekt, zeker na de dood van haar ouders en haar zus die in een verkeersongeval zijn omgekomen, naar een vorm van houvast binnen haar huwelijk met Theo, van wie zij maar niet kan begrijpen dat hij zijn vader de rug heeft toegekeerd.  
 
En dan is er het verhaal van de schilder-fotograaf Ben, die het portret van Emma maakt, op gezette tijden de liefde bedrijft met haar en daarnaast ook even iets blijkt te hebben met Marcia’s dochter… Ben blijft een intrigerend personage in de manier waarop hij de spanning tussen kunst en werkelijkheid belichaamt en in de roman de vraag introduceert naar de graad van vrijheid die een kunstenaar zich kan en mag toemeten. Als verbindend motief fungeert in de roman het landschap dat in zijn diverse vormen waarin het bijna tastbaar aanwezig wordt gesteld, mede de rijkdom van Verdwaaltijd illustreert: er is het overweldigende decor van de redwoods in het Californische Weott, waar David zich heeft teruggetrokken (‘misschien heeft mijn fascinatie ook te maken met de manier waarop de tijd verglijdt in het woud’), tot en met het stedelijke landschap van o.m. Brussel en de kleinschaligheid van het dorp waar Emma is opgegroeid. Of, zoals David het verwoordt in een artikel over de Mojave-woestijn: ‘Ik geloof dat landschappen hun stempel drukken, dat de manier waar we praten en bewegen voortvloeit uit dat landschap en dat je een verhaal schade toebrengt wanneer je het wegrukt uit zij context.’)
 
In ‘De kunst van het verdwijnen’ heeft David het op zeker moment over de drijfveer van zijn schrijven:  
 
‘Later die dag zat ik buiten een vuurtje te stoken toen ik voor het eerst overwoog om over Kay te schrijven. […] Ik had nooit echt geloofd dat ik het raadsel zou kunnen oplossen, wel dat ik het een vorm kon geven zodat ik er daarna niet meer hoefde aan te denken.’
 
Kathy Mathys kruipt onder het vel van haar personages, zij schraapt en schaaft tot de essentie komt bloot te liggen, ook in de taal. Ze heeft oog voor het sprekende detail (‘oogleden dunner dan vlindervleugels’), een nummer op de iPod klinkt ‘alsof de zangeres met haar lied het licht wilde binnenhalen’, hoe steriel de relatie is tussen Emma en Theo blijkt hieruit: ‘Hun taal was hun ontglipt.’ En dit beeld, om Marcia’s vertwijfeling te illustreren: ‘Ze had iets nodig om zich toe te dekken. Woorden misschien. Een pad van woorden tot bij het lichaam dat ze geweigerd had te bekijken.’ Op het pad van woorden dat Kathy Mathys in Verdwaaltijd blootlegt, zullen – zo durf ik te hopen – veel lezers haar volgen.
 
Kathy Mathys: Verdwaaltijd, Polis, Antwerpen 2018, 334 p. ISBN  9789463101448. Distributie Pelckmans Uitgevers 

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 4, APRIL 2018

Het Amerikaanse Westen van Willy Vlautin

Melancholie en verval

Hugo Claus. Familiealbum

Georges Wildemeersch

Lucebert. Biografie

Wim Hazeu

Voor het vergeten

Peter Verhelst

Zo kan het niet langer

Paul Bogaert

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 4, APRIL 2018

Moemf heeft een vriend. Voorleesverhalen

Annette Herzog, Ingrid & Dieter Schubert (ill.)

Pulletje

Marco Kunst, Henriette Boerendans (ill.)

Toen Alfie verdween

Gerda De Preter

Vlinders in het mijnenveld

Daniel Billiet

Zo raar

Inger Hagerup, Paul René Gauguin (ill.)

naar overzicht


‚Äč
ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri