Vertaald proza

BOEKEN NR. 3, MAART 2018

Georges Bataille: Het kleintje

door Jan Baes

‘Wat zou mijn verhaal onzinnig zijn zonder de benauwende smerigheid van het 'kleintje', gisteren nog kon ik liggen, huilen, ijlen van schaamte. Hoe kan ik de gruwel uitschreeuwen dat het gisteren was?’
 
Le petit, in vertaling van Paul Claes Het kleintje, verwijst in deze tekst zowel naar de anus, als naar de vroege jeugd van de auteur, toen hij als kind blijkbaar een anale fixatie ontwikkelde die tot een seksuele obsessie zou uitgroeien zodat Georges Bataille (1897-1962) als schrijver van poëtisch proza al snel als een erfgenaam van de Markies de Sade zou worden beschouwd.
 
Hoewel snel? Samen met andere inventieve auteurs van de Franse modernité als Francis Ponge, Maurice Blanchot, Michel Leiris en Antonin Artaud zou het tot ver in de jaren zeventig (en mede door de inspanningen van Philippe Sollers en zijn avant-garde tijdschrift Tel Quel) duren vooraleer Georges Bataille als auteur op zijn intrinsieke waarde zou worden geschat.
 
Om te beginnen als essayist en criticus (oprichter van verschillende tijdschriften die de literatuur wou verrijken met inzichten zowel uit de filosofie als de menswetenschappen), later ook als eigenzinnig prozaïst en dichter. Komt daarbij dat heel wat literair werk clandestien en onder schuilnaam verscheen. (Het kleintje, dat pas een jaar na zijn overlijden onder zijn eigen naam zou worden uitgegeven, kreeg in 1943, niet zonder ironie, het pseudoniem Louis Trente mee.)

De visie van deze nieuwe lichting auteurs betrof niet zozeer een bekommernis voor de wereld of de mens, maar voor de literatuur zelf en dan specifiek voor de taal als vehikel van gedachten en emoties. Ook in de opvatting van Georges Bataille verandert de literatuur van vorm en als van betekenis als ze wordt benaderd vanuit de taal waarin ze wordt uitgedrukt.
 
Een voorbeeld van dit literair grensverkeer is de intens poëtisch en filosofisch gedragen tekst van Het kleintje die niet zozeer bedacht is maar eerder ontstaan lijkt in een trance, als een spontane tekst die de auteur eerder moet ondergaan dan creëren. De vele contrasten die erin tot uitdrukking komen, tussen liefde en haat, gewelddadigheid en tederheid, vreugde en wanhoop, geven nooit de indruk gratuit te zijn maar zijn eerder de weergave van een traumatische ervaring, een afschuwelijk feest, een sombere extase. Sartre noemde Bataille zelfs ‘de nieuwe mystieker’.
 
Opvallend bij dit alles is het stilistisch classicisme waarin deze moeilijk te klasseren teksten – uit het niemandsland tussen proza en poëzie – zijn gesteld, ook als zij het hebben over een onbestaande maar alomtegenwoordige God, de onmogelijkheid van het leven, de gruwel van het heden, het pijnlijke van de lust, de dictatuur van de tijd.
 
‘Ce que j'enseigne (s'il est vrai que...) est une ivresse, ce n'est pas une philosophie : je ne suis pas un philosophe mais un saint, peut-être un fou.’

‘Geen filosoof, maar een heilige, misschien een gek’, een uitspraak die doet denken aan die andere grote literaire vernieuwer, Louis-Ferdinand Céline, wiens onovertroffen Voyage au bout de la nuit toch ook kan gelezen worden als een heiligenleven. Met Bataille gaan we eenzelfde richting uit, dat wil zeggen: op reis naar het einde van de mens.
 
Georges Bataille: Het kleintje, Vleugels, Bleiswijk 2018, 46 p. ISBN 9789078627432. Vertaling van Le petit door Paul Claes 

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 8, SEPTEMBER 2018

De lange weg naar Rome

Francesca Melandri

De verloren toon

Lida Winiewicz

De zee heeft honger

Kira Wuck

Vaderland

Fernando Aramburu

Want de avond

Anna Enquist

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 8, SEPTEMBER 2018

Het meisje en haar zeven paarden

Hadi Mohammadi, Nooshin Safakhoo (ill.)

Neverworld Wake

Marisha Pessl

Tierenduin

Geert Vervaeke

Wit konijn, Rode wolf

Tom Pollock

Ze gaan er met je neus vandoor

Ted van Lieshout

naar overzicht


‚Äč
ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri