Nederlands proza

BOEKEN NR. 3, MAART 2018

Jannah Loontjens: Wie weet

door Henk Van Viegen

Maar liefst drie Nederlandse kanonnen uit de culturele sector (A.F.Th van der Heijden op het voor- , Femke Halsema en Joke J. Hermsen op het achterplat) bevelen dit boek op Amerikaanse wijze bij ons aan. De nadruk ligt daarbij op de urgentie van deze roman, die de tijdgeest op de staart zou trappen.
 
Het verhaal begint kort nadat de redactie van Charlie Hebdo gedecimeerd werd, januari 2015. We zitten aan tafel in het huis van de rijke effectenman Paul, diens ex, Manon, universitair docent, en hun dochter Liv. Andere gasten zijn Manons collega Justus, Pauls broer Philip, hun (alcoholische) vader Bertrand en Mohammed, de geliefde van Manon. Een volle tafel is altijd leuk voor gezelligheid, steken onder water en openlijke conflicten. Die liggen in dit geval erg voor de hand: Paul is niet van plan zijn mening over de moslimmedemens voor zich te houden, ook niet als die helemaal geen gelovige is (Mohammed). Verder vindt hij het leuk zijn dochter te pesten met verhalen die een kind niet wil horen van haar ouders.
 
Justus, Philip en Mohammed raken gezellig stoned, Bertrand drinkt zijn drankje. Een dag later is er aandacht voor de problemen dat jaar op de Universiteit van Amsterdam. We kijken mee met Manon in haar gesprek met een aantal over het bestuur van de universiteit gefrustreerde studenten. Manon moet een conflict over pesten uitwerken met haar beste vriendin Tasmina, Philip probeert een kansloze, intelligente immigrant te redden en ‘s avonds is er dan de protestmars (‘Je suis Charlie’). Daar lopen enkele van de hoofdpersonen in mee, Justus een tijdje met de moslima Besma (studente van Manon). Het belangrijkste huiselijke probleem blijkt iets wat de auteur enige tijd als cliffhanger hanteert: Justus heeft, na het eten, slaperig en stoned, enige tijd in bed gelegen bij Liv.  
 
Loontjens kiest voor het beproefde procedé van elk hoofdstuk vanuit een andere verteller, de ene keer met een hij/zij, de andere met een ik. Aantrekkelijk aan een dergelijke aanpak is de mogelijkheid verschillende interpretaties te laten zien van dezelfde handelingen. Nadeel is de kans op oeverloosheid. Wat hoort nog binnen het kader van de vertelling? Een lange terugblik op een jeugd of een stuk over de slimheid van planten (hoofdstuk vanuit Philip) kan zomaar de indruk wekken van lukraakheid. Tot de uitdagingen behoort het slim weergeven van dezelfde dialogen zonder letterlijke herhaling, Ook hierin slaagt Loontjens maar net. In sommige hoofdstukken stopt ze de dialoog handig in een indirecte rede, in andere staat een vrij slappe herhaling.  
 
De taal is tamelijk kaal, met veel vrij eenvoudig geformuleerde gedachtes en dialogen. Er staat in het begin wel een aardig stuk vanuit Liv, met waarschijnlijk wel goed weergegeven jongerentaal (het gaat hier om begin 2015, dus er mag al weer iets verouderd zijn), maar een later fragment met haar als ik-verteller doet al veel minder authentiek aan. Wat deze roman verder enigszins saai maakt, is het feit dat Loontjens gekozen heeft voor zeer ver doorgevoerde politieke correctheid (als die term nog kan). Steeds gepresenteerd via tweetallen: Manon en Tasmina, Manon en Mohammed, Philip en Kasim, Manon/Justus en Besma, Paul en Ablah (van zijn werk). Paul en Mohammed staan echt tegenover elkaar, met Paul meteen als zeer ongenuanceerde rechtse bal en Mohammed als het toppunt van wellevendheid (niet altijd in zijn gedachten, maar die zijn vrij) en intelligentie.  
 
De interessante titel is gehaald uit het motto (maar kan uiteraard ook heel goed op zichzelf staan), een tekst van Simone de Beauvoir over de mogelijkheid van geluk. We komen er vooral mee terecht bij Manon, die in het begin van het boek nog geen baby kan zien zonder aan de ellende te denken die dat kind allemaal te wachten staat. Maar, hoewel met allerlei angsten, ze heeft nu wel Mohammed, dus… Een slot met bekende symboliek gloort!
 
Jawel, de actualiteit wordt op de staart getrapt, dat doet Loontjens trouwens niet voor het eerst, vooral de manier waarop de Nederlander van niet-westerse afkomst behandeld wordt. En de onderwerpen terrorisme/demonstratie en onrust op de universiteit worden (door de studenten!) aardig met elkaar verbonden. Misschien zijn er wel lezers die instemmend gaan zitten knikken bij al die daverende quotes op het omslag. ‘Geschreven op de soms stokkende hartenklop van onze problematische tijd’! Is het goed voor de auteur? Torenhoge verwachtingen scheppen ze. Hopelijk mogen we ze ook zien als knipoogje van de uitgever.
 
Jannah Loontjens: Wie weet, Ambo/Anthos, Amsterdam 2018, 223 p.ISBN 9789026332340. Distributie VBK België 

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 11, DECEMBER 2018

Berta Isla

Javier Marías

De klaverknoop

Paul Demets

Het amusement

Brecht Evens

International Bakery (voorheen Cinema Royale)

David Nolens

Michael Ondaatje

Blindganger

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 11, DECEMBER 2018

De blauwe vleugels

Jef Aerts, Martijn Van der Linden (ill.)

De pittige pruim die een pop werd

Vojtěch Mašek, Chrudoš Valoušek (ill.)

De torens van Beiroet

Paul Verrept

De waarheid volgens Mason Buttle

Leslie Connor

Het mysterie van niks en oneindig veel snot

Jan Paul Schutten, Floor Rieder (ill.)

naar overzicht


ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri