Vertaald proza

BOEKEN NR. 3, MAART 2018

Roberto Saviano: De kinderen in de sleepnetten

door Inge Lanslots

Roberto Saviano (Napels, 1979) gelooft in de kracht van het woord. Een discours is sterker dan wapens, ook in de strijd tegen de georganiseerde misdaad. Dat bewees de Napolitaanse journalist al in 2006 met Gomorra, waarin hij de praktijken en de invloedssfeer van de camorra, de Napolitaanse evenknie van de maffia, blootlegde. Saviano’s non-fictiewerk, dat voor theater, film en televisie werd bewerkt, werd een bestseller, met vertalingen in meer dan vijftig talen (in 2008 verscheen de vertaling in het Nederlands). Met Gomorra groeide Saviano uit tot een mediafiguur die meermaals met de dood werd bedreigd. Toch geeft Saviano de strijd tegen de criminaliteit niet op. Na Gomorra verschenen niet alleen talrijke artikelen, maar ook het non-fictiewerk over de internationale cocaïnehandel, Zero Zero Zero (2013) en tussen de bedrijven door profileert hij zich ook nog als een veelgevraagd – en begenadigd – spreker.
 
Recent gooide Saviano het over een enigszins andere boeg. Met zijn eerste fictiewerk, De kinderen in de sleepnetten, dat in het Italiaans reeds een vervolg kende (Bacio feroce, 2017), is de Napolitaan niet langer de observator-criticus, maar de verteller die de lezer de Napolitaanse misdaad van binnenuit doet beleven. Zo beschrijft de roman de opmars van een tienerbende die het territorium van de ‘grote’ maffiabazen willen overnemen. Die tieners beginnen klein, klaren klusjes op voor die bosses, bemachtigen wapens en jagen de buurbewoners angst aan. Tot slot starten ze een eigen handel opstarten. Dat de prijs voor het snelle geld wel eens hoog zou kunnen zijn, is een ongeschreven regel waaraan ook bendeleider Nicolas, bijgenaamd de Maharadja, zich niet kan onttrekken.
 
Zoals Saviano meermaals aangaf, zijn die Nicolas en de zijnen zo uit het leven gegrepen. Napels (of delen ervan) wordt echt geterroriseerd door dit soort jongeren dat zich eerst de baard van een IS-strijder aanmeet om dan zijn haar à la Genny Savastano te laten knippen. Die Genny is overigens de eerst wat zwakke zoon van de boss in Gomorra, de televisieserie waaraan Saviano actief meewerkt, maar hij neemt uiteindelijk wel de plaats van zijn vader in. De bende van Nicolas leeft in een snelle, deels virtuele maar tegelijkertijd ook erg gewelddadige wereld die Saviano in een sappig Napolitaans beschrijft. Dat taaltje wijkt enigszins af van het klassieke dialect (met een rijke culturele traditie) en, hoewel het Nederlands geen vergelijkbaar equivalent biedt, slaagt vertaler Jan van der Haar er meesterlijk in dat vlotte, spreektalige weer te geven.
 
Dat voel je al in de incipit van de driedelige roman waarin Saviano de naam ‘paranza’ toelicht (letterlijk: sleepnetten, maar in het jargon ook smokkelschepen):
 
‘Paranza is de naam van boten die met bedrieglijk licht op jacht gaan naar vis. De nieuwe zon is elektrisch, het licht bezet het water, neemt het in bezit, en de vissen zoeken het op, geloven erin. Ze geloven in het leven, door hun instinct vliegen ze er met open bek in. En intussen opent zich rap het net om ze heen; de mazen liggen om de school, omwikkelen hem.’
 
In De kinderen in de sleepnetten evolueren Nicolas en zijn bende van vis naar visser. En als je Saviano die graag Borges aanhaalt, mag geloven, dan kan je door te lezen duizend levens in één beleven, met dien verstande dat je niet het misdaadpad hoeft te kiezen noch constant over je schouder hoeft te kijken.
 
Roberto Saviano: De kinderen in de sleepnetten, De Bezige Bij Amsterdam, 2018, 384 p. ISBN 9789023472803. Vertaling van La paranza dei bambini door Jan van der Haar. Distributie WPG Uitgevers 

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 6, JUNI 2018

De avond is ongemak

Marieke Lucas Rijneveld

De belofte. Requiem voor de misdaadroman

Friedrich Dürrenmatt

De integratie van heden en verleden bij Arnaldur Indriðason

Eenzaamheid en existentiële koudbloedigheid

Habitus

Radna Fabias

Menselijke voorwaarden

Junpei Gomikawa

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 6, JUNI 2018

Aluna

Karla Stoefs

De tunnels

Dave Eggers, Aaron Renier (ill.)

Een indiaan als jij en ik

Erna Sassen, Martijn van der Linden (ill.)

Mijn grote vriend Leeuwwitje

Jim Helmore, Richard Jones (ill.)

naar overzicht


‚Äč
ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri