Poëzie

BOEKEN NR. 4, APRIL 2018

Carmien Michels: We komen van ver

door Dirk De Geest

Carmien Michels is een snel rijzende ster aan het literaire firmament. Na een paar romans debuteert zij met de imposante bundel We komen van ver als dichter. De kaft geeft een intrigerende foto te zien van een nogal verwaarloosde woning op palen ergens te midden van de zee. Het is een typisch beeld voor de unheimliche sfeer in heel wat gedichten. ‘Thuis’ is in deze bundel vaak niet meteen geruststellend, en het van ver komen uit de titel kan zowel op migratie wijzen als op de evolutie die mensen nogal bruusk in hun bestaan doormaken.
 
Dat de dichteres haar poëzie geschreven heeft met het oog op een mondelinge voordracht, is meteen duidelijk. Zij spreekt de lezer vaak aan op een directe manier, en het dichterlijke ik gedraagt zich daarbij erg theatraal. Intieme ontboezemingen worden bijvoorbeeld verrassend afgewisseld met groteske scènes. Typerend voor die spanning is al het ironische zelfportret dat in de bundel is opgenomen, als een soort van woordenboekdefinitie waarbij ‘Carmien’ laconiek omschreven wordt als ‘lied of gedicht dat per vergissing ontstaat’. Het is een humoristische terugblik op de prille (zelfs prenatale) jeugd, die resulteert in grappige misverstanden en bevindingen. Die werkwijze wordt in deze bundel overigens wel vaker toegepast. Michels vertrekt van herkenbare gegevens om die als het ware te overdrijven of via beelden te transformeren tot humoristische situaties.
 
Veel van het effect van deze poëzie hangt bijgevolg af van de wijze waarop het bekende en het onverwachte worden gedoseerd. De kindertijd, reizen, een verloren liefde… worden omgevormd tot volstrekt ‘nieuwe’ ervaringen en uitgewerkt tot bevreemdende proporties. Meestal resulteert dat in fraaie vondsten, vooral omdat de dichter meesterlijk is in het associëren en het gebruik van suggestieve (veelal visuele) beelden.
 
Tegelijk ligt in die trefzekerheid ook wel het zwakke van sommige teksten, die al te voorspelbaar worden in hun chaotische opstapeling van losse zinnen. Af en toe maakt het gedicht daardoor een nogal vrijblijvende indruk, zeker wanneer de spreektoon al te zeer gaat kabbelen. Formeel kan Michels alleszins nog groeien, want heel wat strofen en regels missen de spankracht van de taal. Daartegenover staat een toegankelijke en tegelijk erg boeiende poëzie en een geheel eigen geluid. Dat de briljante podiumdichteres op papier nog niet altijd weet te overtuigen, neemt de welwillende lezer er wel bij.
 
Carmien Michels: We komen van ver. Polis, Kalmthout 2017, 79 p. ISBN 9789463102919. Distributie Pelckmans Uitgevers 

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 3, MAART 2019

De bijzondere syntaxis van onvertaalbare locuties

Jacques Derrida en Veva Leye

De ontembare

Guillermo Arriaga

Fantoommerrie

Marieke Lucas Rijneveld

Nachtouders

Saskia de Coster

Wijzigingen bijhouden

Sayed Kashua

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 3, MAART 2019

De kleur van de zon

David Almond

In de voetsporen van Karel Daarwind

Mārtiņš Zutis

Merel

Sarah Moon

Oma Vogeltje

Benji Davies

Wat ik de bomen wil vertellen

Enzo Pérès-Labourdette

naar overzicht


ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri