Poëzie

BOEKEN NR. 4, APRIL 2018

Maarten Inghels: Contact

door Dirk De Geest

Stadsdichter zijn is een hele eer, maar ook een hele opgave. Dat geldt in het bijzonder voor Antwerpen, waar gerenommeerde dichters als onder meer Lanoye, Van Leeuwen of Holvoet-Hanssen met brio die functie hebben waargenomen. Hun projecten wisten pers en publiek te boeien, konden rekenen op een grote weerklank, en resulteerden in fraaie boekwerken met uitstekende poëzie. Maarten Inghels voegt zich met Contact in dat prestigieuze rijtje.
 
Deze bijzonder lijvige uitgave laat in ieder geval zien hoe Inghels zijn functie intens en geëngageerd heeft vervuld, maar tegelijk ook aan de opdracht een wat ruimere invulling heeft gegeven dan zijn voorgangers. Het boek bevat nadrukkelijk gedichten die niet in het kader van het stadsdichterschap tot stand kwamen maar wel daarmee zijn verbonden. Zo opent Contact met een knappe reeks verzen waarin de dichter zijn eigen dood als het ware overloopt. Hoogst ironisch wordt de relativiteit van het bestaan opgeroepen maar vooral is er de hilarische manier waarop herdenkingen verlopen.
 
Zijn dood geeft immers aanleiding tot een ‘Internationaal Genootschap der Officiële Dubbelgangers van Inghels’, zogenaamd in reactie op een zoekertje dat in de krant verscheen. Het doel daarvan is de dichter permanent ‘levend’ te houden, want elk lid vervangt een onderdeel van zijn lichaam of geest, van zijn geheugen tot zijn neus. Het zijn hilarische verzen, maar tegelijk stellen ze de toenemende mediatisering en de vervluchtiging van informatie aan de kaak; niet toevallig eindigt de reeks met een melancholische overpeinzing van de overledene die zijn bestaan-na-de-dood gedwongen onder ogen moet zien.
 
Het is een treffend voorbeeld van de manier waarop Inghels zijn creatieve impulsen wil verbinden met een actief engagement in de wereld. Het bereiken van een zo groot mogelijk publiek is daarbij niet zonder belang, maar uiteindelijk moet poëzie het hebben van taal en ritme, van beelden en symbolen. Dat dilemma ligt wel vaker ten grondslag aan de initiatieven die Inghels de afgelopen jaren heeft ondernomen. Ook die hebben, vooral via tal van illustraties, hun neerslag gekregen in dit boek. Meermaals heeft de dichter zich gericht tot de Antwerpse bevolking, via advertenties en oproepen maar ook via een heuse enquête die erop gericht was de identiteit van zijn doelpubliek nader te achterhalen.
 
Bij die omvattende ‘Volksbevraging’ – waarvan een aantal reacties staan afgedrukt – werd een lijst vragen voorgelegd die ogenschijnlijk absurd zijn maar de lezer dwingen tot doordenken, in de aard van ‘Hoe hoog moeten hagen groeien?’, ‘Draag je de juiste naam?’ of ‘Je weet waar al geruime tijd een Poolse man woont in een struik. Vermomt hij zich overdag als een straatduif?’. Die bevreemding is symbolisch voor Inghels opvatting van het stadsdichterschap. Soms levert dat intrigerende resultaten op, maar elders gaat het toch vooral om een origineel idee, zoals het tatoeëren van een versregel op de huid van een aantal mensen die elkaar niet kennen.
 
Contact wil van die rijke activiteiten een zo breed mogelijk beeld ophangen. De eigenlijke stadsgedichten zijn daartoe gecombineerd met uitvoerige fotoreportages en andere documenten. Zo is er de tocht van de dichter door Antwerpen waarbij hij moeizaam een route uitstippelt, die de mens in staat stelt zich te bewegen zonder het blikveld van bewakingscamera’s te volgen: al die coördinaten worden bladzijdenlang na elkaar afgedrukt, een gimmick die evenwel de controle van Big Brother bijzonder tastbaar maakt. Een ander gedicht is als plantgoed daadwerkelijk geplant in diverse tuinen en parken of werd opgehangen als lichtreclame in nachtwinkels en bordelen.
 
Het zijn nogal theatrale acties maar ze wijzen onmiskenbaar op een zekere nostalgie. Veel van de opgenomen gedichten zijn inderdaad vrij romantisch van ondertoon. De dichter leeft in een tijd van vandaag – met de klimaatopwarming en de terreuraanslagen, om maar die twee kwalen te noemen – maar hij ervaart daarbij toch een zeker tekort zonder naïef conservatief te willen zijn. Dat vertaalt zich overigens meermaals in een gevoel van eenzaamheid, dat nauw verbonden lijkt met het leven in een (middel)grote stad. Het meest euforisch is Inghels nog als hij de loop van de Schelde afwandelt, van Noord-Frankrijk tot Antwerpen. Dat resulteert in meer dan 30 gedichten, half lyrisch-beeldend half vertellend, en een indrukwekkende reeks ‘Ik volg de rivier, ik ben de rivier’.
 
Contact legt zo getuigenis af van een gevarieerd maar ongetwijfeld uitputtend stadsdichterschap. Het boek bundelt een document, maar ook jeugdherinneringen aan een schijnbaar complexloze tijd en een diep inzicht in de problemen van vandaag en morgen. Bovenal bevat het boeiende, eigentijdse maar ook blijvende poëzie.
 
Maarten Inghels: Contact, De Bezige Bij, Amsterdam 2018, 334 p. ill. ISBN 9789023454779. Distributie Standaard Uitgeverij 

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 4, APRIL 2018

Het Amerikaanse Westen van Willy Vlautin

Melancholie en verval

Hugo Claus. Familiealbum

Georges Wildemeersch

Lucebert. Biografie

Wim Hazeu

Voor het vergeten

Peter Verhelst

Zo kan het niet langer

Paul Bogaert

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 4, APRIL 2018

Moemf heeft een vriend. Voorleesverhalen

Annette Herzog, Ingrid & Dieter Schubert (ill.)

Pulletje

Marco Kunst, Henriette Boerendans (ill.)

Toen Alfie verdween

Gerda De Preter

Vlinders in het mijnenveld

Daniel Billiet

Zo raar

Inger Hagerup, Paul René Gauguin (ill.)

naar overzicht


‚Äč
ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri