National Book Award for Fiction

BOEKEN NR. 5, MEI 2018

Jesmyn Ward: Het lied van de geesten

door Kris van Zeghbroeck

De Afro-Amerikaanse auteur Jesmyn Ward (1977) werd geboren en getogen in DeLisle (Mississippi). Een plek die ze haatte en waar ze voortdurend aan wilde ontsnappen, maar waar ze als volwassene altijd graag thuiskomt. Als enige in de familie kreeg ze de kans om verder te studeren.

Een rijke familie, waar haar moeder in dienst was als huishoudster, financierde haar opleiding in een privéschool. Daar was ze, als enige zwarte studente op de school, een buitenstaander. Uiteindelijk behaalde ze een Master of Arts aan Stanford University en, na een job in de New Yorkse uitgeverswereld, een Master of Fine Arts aan de University of Michigan.

In 2005, het jaar dat ze afstudeerde, bevonden Jesmyn en haar familie zich in het oog van de orkaan Katrina. Ze moesten in allerijl hun huis verlaten en wisten met moeite het huis van blanke buren te bereiken, waar de hachelijke situatie op de spits gedreven werd:

''And there we are,' says Ward, trembling slightly at the memory. 'Me, my mom, my mom's husband, my elderly grandmother, my grandfather and my pregnant sister, who at eight months was very big. We're soaking wet because we've had to scramble out of the house and swim part of the way. And they open up the door. And the wind is rocking the car and they're yelling at us and we're yelling back at them because it's the only way we can be heard, and trees are flying through the air.''

'They shout: 'Are y'all all right?' And we're like: 'Are you serious? We're sitting outside in a category-five hurricane. Do we look O-OK?'' She stutters. 'And they said: 'Well, y'all can sit outside in this field, until the water goes down, but we don't have room for you in the house. We can't let you in.' And I thought: this is some bullshit.' (The Guardian).

Een loopbaan als schrijver was moreel gezien geen eerste optie voor Jesmyn Ward, die als enige universitair geschoolde mee in het onderhoud van haar familie moest voorzien. Uiteindelijk trok de dood van haar jongere broer Joshua haar over de streep om zijn verhaal te vertellen in haar debuutroman Where the Line Bleeds (2008).

De traumatische ervaringen van Orkaan Katrina voor haar en haar familie gaf ze een plaats in haar tweede roman Salvage the Bones (2011), waarmee ze haar eerste National Book Award for Fiction in de wacht sleepte. Halverwege de dertig schreef ze met de memoires Men We Reaped (2013) een emotionele aanklacht over vijf jonge mannen uit haar geboorteplaats DeLisle (waaronder een neef en haar broer), die in een door alcohol en drugs gedomineerde omgeving gedoemd waren vroegtijdig te sterven.

Globaal genomen geeft Jesmyn Ward als geen ander een hedendaagse stem aan de als ‘zwart’ bestempelde gemeenschap van het Amerikaanse zuiden. Ze focust op Bois Sauvage, een fictionele reflectie van haar geboorteplaatst DeLisle. ‘Zwart’ zijn in ‘Ward County’ draait om een raciale mengeling van Afrikaans, Frans, Spaans en Native American die steeds opnieuw het onderspit delft in de diepgewortelde zwart-wit raciale tegenstellingen.

Jesmyn Ward wordt vaak bestempeld als een erfgenaam van Nobelprijswinnaar William Faulkner. Als jonge vrouw vond ze Faulkner maar niets, maar gaandeweg wist ze zijn proza en zijn beschrijvingen van het zuiden steeds meer naar naar waarde te schatten. Maar met die groeiende maturiteit legde ze tevens zijn tekortkomeningen bloot in het portretteren van de zwarte gemeenschap.

Met een vernieuwde burgerbeweging in het spoor van Black Lives Matter is er in  het nieuwe millennium nog steeds nood aan een stem die spreekt voor de tweederangsburgers van Amerika. In die zin heeft het proza van Jesmyn Ward ook een sociale functie, die met een tweede National Book Award for Fiction voor haar derde roman Sing, Unburied, Sing (2017, vertaling Het lied van de geesten) alvast de nodige baanbrekende literaire erkenning krijgt (zie National Book Award for Fiction: De afbrokkeling van het blanke, mannelijke bastion).

Leonie is een aan drugs verslaafde Afro-Amerikaanse die twee halfbloed kinderen heeft, Jojo en Kayla, met de blanke Michael. Ze is er zelden voor haar kinderen, die inwonen op de keuterboerderij van hun zwarte grootouders in Bois Sauvage. Grootvader neemt de opvoeding van de intussen dertienjarige Jojo op zich, terwijl Jojo zich over zijn zusje ontfermt. Grootmoeder is gebonden aan bed, waar ze een verliezende strijd tegen kanker voert.

Leonie’s broer werd vermoord door een neef van Michael die pissig was over een verloren weddenschap. Michaels vader heeft als sherriff die moord als een jachtongeluk onder de mat geveegd en wil niets weten van zijn schoondochter of kleinkinderen. In het beste geval kunnen Leonie en Michael nooit lang op een plek blijven, zijn ze steeds op de dool. Maar nu zit Michael al een tijd vast in de gevangenis, vroeger de locatie van een werkkamp voor zwarten.

De relatie tussen Leonie en Michael en de ‘vriendschap’ tussen Leonie en haar blanke collega-dienster Misty zijn een uitzondering, voor de rest is er weinig liefde tussen blank en zwart. Niet nu en zeker niet vroeger tijdens de segregatie, toen grootvader als vijftienjarige onschuldig in een werkkamp belandde, samen met zijn oudere broer die iets mispeuterd had. Daar ontmoet grootvader de twaalfjarige Richie die de gevangenis niet zal overleven, terwijl grootvader uiteindelijk een eigen bestaan kan opbouwen.

Wanneer Michael vrijkomt, wil Leonie in een opflakkering van moederschap hem aan de gevangenis ophalen met de kinderen. Misty gaat mee ter ondersteuning, maar uiteindelijk wordt de gelegenheid aangegrepen om een partij drugs te vervoeren. Een gevaarlijke roadtrip doorheen een door armoede en racisme getekend landschap. Niet alleen moet Jojo zijn zusje vrijwaren voor de alles vernietigende kracht van zijn moeder, ze moeten tevens het hoofd bieden aan de spoken uit het verleden.

Afwisselend wordt het verhaal verteld vanuit het perspectief van Jojo en Leonie, tot de gevangenisgeest van Richie, aangetrokken door Jojo, in het verhaal inbreekt en meereist naar Bois Sauvage. Hij dorst naar rust in de vanuit zijn perspectief geschreven hoofdstukken, terwijl Leonie met de dood van haar broer worstelt.

De personages moeten 'het lied van de geesten' ondergaan en vrede vinden met hun verleden. Binnen een maatschappij die hen per definitie veroordeelt tot een neerwaartse spiraal, moeten ze zich losmaken van de verstikkende armoede en het racisme, om hun eigen leven en waardigheid te ontdekken. Ondanks de liefde en het vuur die Jesmyn Ward voor haar personages toont, blijft er nog een lange weg te gaan voor onvoorwaardelijke gelijkheid tussen blank en zwart.

Jesmyn Ward: Het lied van de geesten, Atlas/Contact 2018, Amsterdam, 316 p. ISBN 9789025452407. Vertaling van Sing, Unburied, Sing door Harm Damsma en Niek Miedema. Distributie: VBK België

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 5, MEI 2018

Het genootschap van onvrijwillige dromers

José Eduardo Agualusa

Ik wordt

Harry Vaandrager

niets=iets

Wouter Godijn

Pachinko

Min Jin Lee

Terug naar Reims

Didier Eribon

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 5, MEI 2018

De muis en de muur

Britta Teckentrup

Ei! Ei!

Harriët van Reek en Geerten Ten Bosch

Het wonderlijke verhaal van Angelino Brown

David Almond

Liebermann. De zee van meneer Max

Koos Meinderts, Annette Fienieg (ill.)

Veertien

Tamara Bach

naar overzicht


‚Äč
ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri