Vertaald proza

BOEKEN NR. 6, JUNI 2018

Kamel Daoud: Zabor

door Katja Feremans

‘Elle s’avança vers moi toute nue’: vanwege de magie die deze zin voor hem uitstraalde, begon de Algerijnse auteur Kamel Daoud (1970) zich in zijn jeugd te verdiepen in het Frans, de taal waarin hij later als journalist is gaan schrijven voor de Algerijnse krant Le Quotidien d’Oran en zich intussen ook als romancier op de kaart zet. Wanneer Zabor, de verteller van Daouds tweede roman, in een Franstalige detectiveroman op het beeld van diezelfde naakte vrouw stuit, zal er ook voor hem een nieuw venster op de wereld worden geopend.
 
Maar voor het zover kwam, moest Zabor door een moeilijke jeugd. Tussen zijn moeder en zijn vaders tweede echtgenote heerste er jaloezie. Zijn vader, Hadj Brahim, beslechtte de kwestie door een dertigtal schapen te schenken aan de stam van zijn eerste vrouw en haar samen met Zabor achter te laten in een gehucht voorbij een bos van vijgendistels aan de rand van de woestijn.
 
Na de dood van Zabors moeder kocht Hadj Brahim, weer op aanstoken van zijn tweede vrouw, een huis beneden bij hen in het dorp en stopte er zijn ongetrouwde zus weg, samen met zijn tweejarige zoon en zijn eigen vader, wiens taalbeheersing en geestelijke vermogens waren beginnen af te brokkelen. Rond diezelfde tijd vestigde hij, in zijn perceptie met Gods steun en goedvinden, zijn reputatie als meest vooraanstaande slager van het dorp Aboukir.
 
Hoog liep Hadj Brahim niet op met zijn zoon, die mankte, een mekkerstem had en als kind last kreeg van flauwtes en migraineaanvallen. Zabor putte echter troost uit zijn overtuiging dat achter de façade van zijn vaders bloeiende veestapel een hemels schaap zijn keel had aangeboden om hem uit zijn vaders greep te redden. In zijn beleving had het dier hem niet alleen zijn stem verleend, maar ook een bijzondere gave geschonken: ‘als ik schrijf, deinst de dood een paar meter terug als een aarzelende hond die zijn tanden ontbloot’.
 
Als de dood je op het spoor is, zo gelooft hij, komt dat doordat je bij gebrek aan vertrouwen in je eigen levensverhaal bij de pakken neer bent blijven zitten. Door een vertelling op maat te schrijven, probeert Zabor zijn adem met de stervende te delen, zodat diens eigen geschiedenis terug als waardevol vanonder het puin tevoorschijn komt en zo diens levensdrang weer doet opflakkeren. In de roman is de hamvraag wat Zabor, intussen achtentwintig, met zijn gave wel of niet vermag voor zijn vader, wanneer die Magere Hein in de ogen kijkt.
 
Na te zijn opgegroeid met het Berbers, zijn families ‘gemengde bastaardtaal’, ontdekte Zabor op de Koranschool het Arabisch. Dat bleek een machtiger instrument, een lastigere taal ook - ‘een wild maar fascinerend paard’. Taal ervaart hij als essentieel om de wereld en zijn plaats erin te bevechten. Werkelijk herboren voelt hij zich vanaf zijn puberteit, wanneer het Frans op zijn pad komt: het genas hem van de aanvallen en onthulde de geheime wereld van vrouwelijkheid en seksualiteit. Bovendien gaf het hem een manier om aan het dorp en zijn bekrompenheid te ontkomen en zich daarenboven af te zetten tegen zijn vader.
 
Zabor baadt in symboliek en verwijzingen naar zowel het Oude Testament als de Koran. Daoud wijdt breedsprakige, vaak cerebrale uitweidingen aan het schrijverschap en de literatuur, die zowel voor Zabor als voor hemzelf van levensbelang zijn. Toch schemert er ook ingehouden zinnelijkheid in de roman door, vooral in passages over Zabors tante Hadjer, onder wier vleugels hij opgroeit en over hun buurvrouw, een jonge gescheiden vrouw met twee kinderen. Uitslaan doet het onderliggende vuur niet, het werpt slechts een ingetogen gloed op de twee vrouwen, die net als zijn moeder waren gedwongen om zich in de schaduw op te houden.
 
Kamel Daoud is een onverschrokken schrijver. Niet zonder enige ironie roert hij zelf zijn hooggestemde ambitie aan: Zabor is namelijk Arabisch voor het boek der Psalmen en de meeste liederen daarin worden toegeschreven aan koning David, Daoud in het Arabisch, ‘de profeet aan wie God een unieke stem gaf en het vermogen om zo te zingen dat de bergen er een koorzang van maakten’, aldus Zabor. Maar Daoud schrikt er vooral niet voor terug om in dialoog te gaan met klassiekers uit de literatuur.
 
In zijn debuut Moussa (2015) heeft hij een naam en een stem gegeven aan de anonieme Arabier, die door de Fransman Meursault in Albert Camus’ De Vreemdeling op een zonovergoten Algerijns strand wordt doodgeschoten. Dat deed Daoud door diens broer aan het woord te laten. Zabor is vastgeklonken aan Duizend-en-een-nacht. Daarin is de koning uit op de onthoofding van Sheherazade, maar zij weet nacht na nacht respijt af te dwingen door hem sprookjes te vertellen waarvan hij koste wat het kost het vervolg wil horen. Haar listige plan en haar techniek hebben Zabor/Daoud ertoe geïnspireerd om zelf als schrijver een vuist te maken tegen de dood.
 
Kamel Daoud: Zabor, Ambo/Anthos, Amsterdam 2018, 286 p. ISBN 9789026341540. Vertaling van Zabor, ou Les psaumes door Manik Sarkar 

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 6, JUNI 2018

De avond is ongemak

Marieke Lucas Rijneveld

De belofte. Requiem voor de misdaadroman

Friedrich Dürrenmatt

De integratie van heden en verleden bij Arnaldur Indriðason

Eenzaamheid en existentiële koudbloedigheid

Habitus

Radna Fabias

Menselijke voorwaarden

Junpei Gomikawa

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 6, JUNI 2018

Aluna

Karla Stoefs

De tunnels

Dave Eggers, Aaron Renier (ill.)

Een indiaan als jij en ik

Erna Sassen, Martijn van der Linden (ill.)

Mijn grote vriend Leeuwwitje

Jim Helmore, Richard Jones (ill.)

naar overzicht


‚Äč
ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri